Reünie

Hoe dingen snel kunnen veranderen. Een jaar geleden had ik een reünie van oude makkers. Een weerzien met omhelzingen en elkaar aanraken. Dicht op elkaar gepropt in een volle kroeg. Nu sta ik wat dat betreft al maanden droog en lijd ik aan een zekere vorm van huidhonger.

Het was een meeting met vrienden waarmee ik minimaal tien jaar lang elk weekend uitging. De concrete aanleiding was dat iemand zijn veertigste verjaardag samen wilde vieren. Bij binnenkomst van onze stamkroeg bleek het interieur nauwelijks veranderd. Inmiddels was het hoekje met de ronde tafel waar we vaak te vinden waren, een rookhok geworden. Opmerkelijk een deel van de barmensen werkt er nog steeds.

Het is goed om elkaar weer te zien. Soms is iemand geen spat veranderd, anderen zijn grijs geworden, hebben een buikje gekregen of hebben een leesbril nodig omdat ze anders de kleine lettertjes op hun mobiel niet meer kunnen ontcijferen. Anderen zijn er juist beter uit gaan zien dan ooit. Wat hebben ze ontdekt dat ik niet weet of waarom zijn ze plotseling wel in een krachthonk te vinden of lopen ze nu ineens de marathon in drie uur?

Wat is de reden dat je in de tussentijd het contact bent verloren? Het samen bier drinken in de kroeg is uiteengevallen omdat er eentje ging verhuizen, een andere volgde, er ging er eentje trouwen, en nog een. Snel volgden er kinderen die het onmogelijk maakten om elke avond uit te gaan. Compleet andere levensritmes. Op zondagochtend kan je niet meer brak in je bed liggen, want de kinderen zijn onwijs vroeg wakker en staan aan je hoofd te jengelen.

Tijdens de reünie ben je binnen no time dertig jaar terug in de tijd en blijkt dat de onderlinge verhoudingen niet veranderd zijn. Je ziet het geijkte rollenpatroon. Wat dat betreft is het bij een reünie net zoals bij een bezoek aan je ouders, je kunt je meteen weer kind voelen. Er is weinig veranderd. Ja, iemand is noodgedwongen geheelonthouder geworden. Als hij twee jaar geleden niet cold turkey was afgekickt was hij er misschien niet méér geweest. Dapper dat hij het aandurft om het onvermijdelijke drinkgelag met een colaatje te weerstaan. Petje af.

Het duurt niet lang of oude adresjes worden gebeld voor een lijntje wit. Mensen verdwijnen iets langer in het toilet. Beginnen te stotteren of worden ouderwets aanhankelijk. Oude tijden herleven. Vertrouwde verhalen worden van stal gehaald. Als iemand begint te vragen: wat was de beste seks die je ooit gehad hebt? Dan weet je hoe laat het is. Een onvermijdelijk vragenrondje volgt. Iedereen moet met de billen bloot. Je kan er natuurlijk een draai aan geven wanneer je geen zin hebt in persoonlijke ontboezemingen. Maar dan nog! Je weet ook waar de groep – in ieder geval de diehards – zal eindigen. Bij de buren voor een vet broodje shoarma met heel veel knoflook. Er is niks veranderd.

Jammer dat ik in de achterliggende jaren heb ontdekt dat alcohol en ik geen vrienden zijn. Ik kan er steeds minder tegen, of laat ik het zo zeggen, de naweeën zijn erger dan vroeger. Kon je toen nog drie avonden aaneen doorgaan, nu ben je de rest van het weekend maximaal brak. Je gaat al met koppijn naar bed en ook de volgende dag blijf je je beroerd voelen. Dus voordat we bij de buren belanden heb ik afscheid genomen. Wellicht heb ik daarbij de onvermijdelijke afsluiter moeten missen: dit moeten we weer vaker doen!

Dinge dong

Het is zaterdagavond 22 maart 1975. Een vriend van mij is jarig en geeft een feestje. Ik baal eigenlijk van zijn uitnodiging, want het is de avond van de ‘Grand Prix Eurovision de la Chanson’ in Stockholm en ik wil dat graag zien. Ik ben een ongelooflijke fan en geobsedeerd door alle spelen waar je punten mee kunt scoren. ‘Zeskamp’ en ‘Spel Zonder Grenzen’ vind ik daarom ook geweldig. Maar ik kan het gewoon niet maken om met een smoesje af te zeggen.

We vermaken ons die avond kostelijk en spelen allerlei spelletjes. Maar in mijn gedachten zit ik bij Dinge dong.

Teach-In heeft de nationale finale gewonnen. Nederland hanteerde ditmaal een andere selectiemethode. Er deden drie liedjes mee: ‘Ik heb geen geld voor de trein’, ‘Circus’ en ‘Dinge-dong’. De presentatie was in handen van Willem Duys. De deelnemende artiesten waren Albert West, Debbie en de populaire Enschedese band Teach-In. Eerst koos men het liedje en met overmacht won het aanstekelijke ‘Dinge-dong’. Daarna werd beslist welke artiest dit nummer het beste kon vertolken. Omdat het hun eigen song was lag Teach-In mijlenver voor en zij wonnen met glans de selectie. Hun vaas was aan het einde van de stemming met de meeste rode rozen gevuld.

Vanavond vertegenwoordigt Teach-In in Stockholm ons land met een Engelse uitvoering van hun lied.

De spelletjes die we op het verjaardagsfeestje spelen komen allemaal uit de koker van mijn moeder. Ze komt uit een groot gezin en daar werd vaak gekkigheid uitgehaald met nieuwe vrijers die daar over de vloer kwamen. Als je verkering kreeg met een van de ‘wichies’ van Lammert Koops dan was je ongetwijfeld op een avond aan de beurt.

Zo kan ik uit een arsenaal aan spelletjes putten en het is de periode dat ik naar een andere middelbare school ga dus er zijn genoeg vriendjes die de grappen en grollen nog niet kennen. Jammer is dat je drieënveertig jaar na dato de meeste spelletjes vergeten bent. Een paar weet ik nog: iemand moet op de gang wachten terwijl de voorbereidingen worden getroffen voor het ‘spiegelspel’ Je moet als kandidaat precies de bewegingen nadoen die degene voor je maakt. Met dit verschil dat onder jouw kopje roet zit waar jij tot groot vermaak van de omstanders je hele gezicht mee insmeert. Of je krijgt een dubbeltje op je voorhoofd geplakt dat je los moet schudden. Voordat je een poging mag wagen moet je eerst een vraag beantwoorden en in die puberjaren is dat natuurlijk of je al een vriendinnetje hebt en dergelijke onzin. De grap is dat het dubbeltje zo stevig in je voorhoofd is gedrukt – maar ook tegelijk verwijderd is – dat het voelt alsof er wel degelijk een muntstuk op zit. En jij maar gênante vragen beantwoorden en schudden tot groot leedvermaak. Nou, zo is er een scala aan spelletjes.

Die zaterdagavond probeer ik snel naar huis te fietsen. Op de boerderij is het aardedonker, iedereen slaapt al want ze moeten immers vroeg op om de koeien te melken. Ik sluip op kousenvoeten naar de televisie waar de puntentelling in volle gang is. En o, wat is het spannend! Nederland heeft als eerste opgetreden en moet ook als eerste de punten geven. Ik val halverwege de jurering in. Het is het eerste jaar met de nieuwe puntentelling waarin de legendarische ‘douze points’ kunnen worden gegeven aan het beste liedje volgens de vakjury. Nederland gaat niet slecht maar heeft concurrentie van The Shadows uit Groot-Brittannië. De greenroom- de plek waar de deelnemers wachten- is een groot rookhol! Het tempo van het geven van de punten is traag als snot en het Engels van de Zweedse presentatie belabberd. Op de valreep begint Teach-In aan een inhaalrace. Aan de lopende band vallen steeds 10 of 12 punten onze kant op. Uiteindelijk maakt het niet meer uit dat het laatste land Italië ons geen enkel punt geeft. De overwinning is binnen. De componisten Will Luikinga en Eddy Ouwens mogen hun ronde medaille in ontvangst nemen en zangeres Getty Kaspers krijgt een bos bloemen. Wat ben ik blij! Ik maak een vreugdedansje door de kamer en kan toch nog het optreden van de winnaar zien. ‘Is het lang geleden… dat mijn hartje riep ding dinge dong. Tikketak al die nachten, bleef ik op je wachten. Tikketikketak en toen bim bam bom. De tijd was om.’ Compleet met het stuk slaan van een kerstbal aan het einde van het liedje.

Wel erg jammer dat juist de laatste keer dat we het songfestival hebben gewonnen ik de uitzending niet in volle glorie heb kunnen meemaken, maar dat heb ik later met een review op internet ruimschoots goed gemaakt.

Als het zo is

Kay Greidanus (1991) en Steef de Bot (1991) studeerden in de zomer van 2013 samen af aan de Toneelschool in Maastricht. Ze zijn succesvol als acteurs (Riphagen, Bloedverwanten, Petticoat en Brussel) maar vinden het interessant om ook eens aan de andere kant van de camera te staan. Ze gaan samen produceren en regisseren.

Het idee voor ‘Als het zo is’ is ontstaan tijdens een road trip die de hartsvrienden maken in Amerika. Noodgedwongen stonden de jongens stil bij de breekbaarheid van het leven en de waarde van hun vriendschap. Ze raken de weg kwijt tijdens een wandeling en hebben 16 uur zonder eten en drinken gelopen. Pas achteraf beseffen ze hoe gevaarlijk het eigenlijk is en hoe erg het zou zijn om elkaar te verliezen in zo’n situatie. Ze denken na over wat ze op elkaars begrafenis zouden zeggen. Uit de speeches is de film ontstaan.

Vriendschap is een belangrijk thema in de film, naast de dood en afscheid nemen. Het is een drama, maar er wordt ook gelachen. Ze spelen de rollen natuurlijk zelf. De korte fictiefilm begint op de dag van de begrafenis van Freek (Steef). Sam (Kay) staat voor de spiegel. Terwijl hij het jasje van zijn zwarte pak goed doet, denkt hij terug aan de laatste maanden die hij samen met zijn vriend heeft doorgebracht. Sam herinnert zich hoe ze afscheid namen door het leven, op geheel eigen wijze te vieren. 

‘Als het zo is’ is het verhaal over het onherroepelijke einde van een hechte vriendschap. Over een laatste wil op een verkreukeld papier (om op de begrafenis te zingen), racen met een rolstoel op het strand. Over die dronken avond zonder flesopener en over hoe een wollen trui en kaplaarzen in de blubber de sfeer kunnen bepalen.

De beide regisseurs zijn nieuwsgierig wat er na de dood gebeurt. Steef zegt in de film dat hij graag boven het strand zou willen blijven zweven. Daarom eindigt de film ook met een zwevend shot boven de kust. ‘Hoe mooi zou het zijn als je kon kiezen op welke plek je bleef hangen?’, zegt de jonge filmmaker.

Nadenken over de dood is geen dagelijkse bezigheid. En zeker jongeren schuiven het vaak ver voor zich uit. Toch kan het leven dingen met je doen waardoor je gedwongen wordt na te denken over de dood en je laatste wensen.