Blog

In de soep

De tijd vliegt en voor je het weet word je zestig! Voor mijn verjaardag komen mijn zus en zwager lunchen. Ik maak er dit jaar geen grote happening van maar het is altijd plezierig om op z’n dag niet in je eentje te zijn. We drinken koffie met gebak en nemen het leven door. Bij de lunch lijkt het me wel een goed idee om naast de lekkere broodjes ook een soepje te presenteren. Ik maak het mezelf gemakkelijk; de gevulde tomatensoep komt uit blik. Als we aan tafel zitten haalt mijn zwager plotseling een elastiekje uit zijn soeplepel. Hoe komt zoiets nou in de soep? Een groot mysterie.

Ik dien een klacht in bij de servicebalie van de Lidl. Ze gaan er uiterst correct mee om en zeggen dat ze een onderzoek gaan instellen. Ik moet het serienummer van het blik doorgeven. Omdat die inmiddels in de prullenbak ligt is dat een vies klusje. Ook de supermarkt staat voor een groot raadsel. Ze zijn coulant en sturen een tegoedbon van 25 euro. So far so good.

Enkele maanden later ben ik thuis aan het werk en begin ik trek te krijgen. Ik trakteer mezelf op een soepje. Tijdens het eten heb ik iets taais in mijn mond. Ik loop naar de keuken en spuug het uit. Een elastiekje. Het moet niet gekker worden, voor de tweede keer een elastiekje in de soep! Dat kan toch gewoon niet?

Het blijft me bezighouden. Totdat me een lichtje opgaat. De soepsleef bewaar ik vanwege zijn formaat niet in de besteklade maar aan de andere kant, in wat ik altijd de rommelbak noem. Daarin liggen alle keukendingen met een afwijkend formaat. En ook elastiekjes die handig zijn om verpakkingen mee af te sluiten. Ik open de lade en ja de elastiekjes liggen aan de kant waar meestal ook de onderkant van de sleef ligt. Ik moet lachen. Het raadsel is opgelost: elastiekjes zijn een beetje kleverig. Eén zo’n ding is natuurlijk onderaan de sleef vastgepakt en ongemerkt bij het opscheppen in de soep terechtgekomen.

Enthousiast app ik mijn zwager om het verhaal uit de doeken te doen. ‘Nou mooi dat je me op zo’n manier probeerde te laten stikken,’ is zijn reactie. Maar ook hij vindt het wel amusant.

Ik voel me een beetje schuldig naar de Lidl toe, hun service was uitstekend terwijl het een fout van mijn kant was. Voortaan kijk ik eerst even aan de onderkant van de soepsleef voordat ik hem ga gebruiken.

Heimwee naar de videotheek

Het is pure nostalgie: de videotheek. Ik heb er veelvuldig gebruik van gemaakt. De plaats waar je heen gaat om de nieuwste films te huren en thuis te bekijken toen er nog geen internet was en allerlei streamingsdiensten. In elk winkelcentrum of op elke straathoek was er wel eentje te vinden.

In mijn studententijd heb ik nog geen videorecorder en huur ik er ook een box bij om ze af te kunnen spelen. Je neemt vaak meerdere films tegelijk mee – vanwege een of ander voordeel – die je over een periode van een week mag bekijken.

De selectie is een expeditie op zich, kiezen uit de eindeloze rijen met VHS-banden. Plastic hoesjes bekijken en lezen, soms vragen om advies aan de verhuurder of dit een goede keuze is. Struinen naar je favorieten acteurs en actrices. Wikken en wegen, die of nee toch maar deze… Romantiek, avontuur, komedie, een Disneyklassieker of toch de betere arthousefilm?

Bij binnenkomst loop je tegen het rek met de nieuwste video’s aan, films die een half jaar geleden in de bioscoop te zien waren en nu vrijgegeven zijn voor particuliere verhuur. Als dagfilm geclassificeerd zijn ze duurder en je moet ze de dag erna terugbrengen. Regelmatig fiets je door weer en wind om te voorkomen dat je een boete aan je broek krijgt. Niet zelden ga je vervolgens weer met een nieuwe video naar huis.

De fijnste herinneringen heb ik aan de filmavonden met vrienden bij mij thuis. Zaterdagmiddag naar de videotheek aan het einde van de Oudestraat. Vijf video’s uitzoeken, een krat bier meenemen, Chianti, cola en een paar zakken chips. Tijdens het avondeten alvast met de eerste film beginnen. Box aansluiten op de antenne-ingang van de televisie. Een VHS erin en starten met wat actie in de vorm van de James Bondfilm Octopussy. Vervolgens een Tom Cruiseblok met Taps, een van zijn eerste films waarin hij een cadet speelt op een militaire academie en daarna The Outsiders met meer bekende jonge acteurs, zoals Matt Dillon, Rob Lowe en Patrick Swayze. Het is een coming-of-agefilm van Francis Ford Coppola.

Het volume gaat iets hoger om het geluid van de kroeg onder mijn appartement te overstemmen of de luidruchtige bezoekers van snackbar Jansen aan de overkant van de straat. Inmiddels ligt iedereen languit op de grond voor de tv. Ik pink een traantje weg om het lot van Ponyboy.

Nog twee films te gaan. Sommigen vallen in slaap tijdens Dune waar Sting nog een rolletje in heeft en missen zo de helft van de sciencefictionfilm van David Lynch. Trouwens deze film is nu in de bioscoop met Timothée Chalamet in de hoofdrol (hic!). Dune ligt ook wel enigszins zwaar op de maag, daarom als afsluiter de muziekcomedy The Blues Brothers.

De volgende ochtend heeft iedereen nog vierkante oogjes en is het in de huiskamer een chaos van flesjes, volle asbakken, chipskruimels en lege hoesjes. Maar het is een gezellig filmnacht geweest en voor degenen die zijn blijven pitten – al dan niet bedoeld – wacht er een heerlijk ontbijt.

In het begin bieden de videotheken verschillende formaten aan: Betamax, VHS, Video 2000. In 1972 komt de eerste recorder voor thuisgebruik op de markt, de VCR-1500 van Philips. Sony volgt met het Betamaxsysteem en JVC met de VHS-recorder. En die laatste wint de ‘oorlog’, want VHS wordt al snel het meest gangbare systeem. Philips geeft de strijd niet zomaar op, samen met Grundig introduceren ze het Video 2000 systeem. Een perfecte videorecorder vol technische snufjes die de concurrent niet heeft. Maar er zit ook een prijskaartje aan, het systeem is te duur voor de meeste consumenten. En dat is niet het enige probleem. Het schijnt dat Philips zijn goede naam liever niet aan porno wil verbinden. Dus worden pornofilms op het goedkopere VHS uitgebracht. Dat zorgt ervoor dat Video 2000 nooit zo populair wordt als VHS.

Het VHS-systeem heeft ook zo zijn nadelen. Videobanden zijn flink onderhevig aan slijtage, zeker als ze vaak heen en weer worden gespoeld dat gepaard gaat met veel herrie. Het is altijd weer een spannend avontuur. Hopen dat de VHS-band niet vastloopt in het apparaat. Bij populaire films is de band al zo vaak gebruikt dat het beeld er gruizig uitziet. Knappe jongen die het kruisverhoor van Sharon Stone in Basic Instinct op video heeft gezien, zonder dat er moddervette strepen door het beeld lopen.

In die jaren is de tv-videocombinatie een revolutionaire uitvinding. Ik heb veel VHS-banden gekocht om mijn favoriete films van de televisie op te nemen. In mijn gang staat nog een kast vol met opgenomen banden, waaronder ook mijn eigen gemaakte televisieprogramma’s. Je kan een lipje van de videoband afbreken zodat niemand nog iets over jouw opname kan opnemen. Dit kan je echter omzeilen door er weer een plakbandje overheen te plakken.

De videoband wordt uiteindelijk ingehaald door de dvd. Een veel compactere drager dan de wat grote en lompe videoband. Later komt er een betere beeldkwaliteit via het Blu-ray formaat bij.

De videotheek is inmiddels een stille dood gestorven. Het verdwijnen heeft niet één duidelijke oorzaak. Het begint uiteraard met het (illegaal) downloaden van films maar tegenwoordig zijn er veel snellere en makkelijker manieren om de films te verkrijgen. Je hoeft je luie stoel niet meer uit en zelfs algoritmen bepalen de keuze voor je volgende film.

Sigmund en Gummbah

Ik ben niet groot geworden met stripverhalen. Of het moet zijn dat ik meedeed om de rebus op te lossen in het tv-programma EO Kinderkrant, waarbij je een verrassing kon winnen. Meestal een stripboekje van de bijbel. Ik heb veel van deze strips gewonnen. Mijn vermoeden is dat iedereen die het goed had er eentje thuis gestuurd kreeg.

Pas tijdens de Latijnse lessen leerde ik de avonturen van Asterix en Obelix kennen. Nog later in mijn theologiestudie Suske & Wiske, Guus Flater en andere beroemde strips, omdat de boekenplank van een huisgenoot er vol mee stond. Toch weet ik hoe belangrijk een beeldverhaal, strip of juist een cartoon kan zijn. Stripverhalen bevatten humor en de zinnen of dialogen zijn vaak kort en prettig leesbaar. De illustraties ondersteunen het verhaal en prikkelen de nieuwsgierigheid. Met strips kun je op een makkelijke manier kennis overbrengen. Veel kinderen hebben er met plezier door leren lezen. Denk aan de Donald Duck.

Met belangstelling volg ik twee striptekenaars in de Volkskrant. Peter de Wit met zijn onconventionele eenogige psychiater Sigmund die wrange en cynische commentaren levert op de wereld om hem heen. De naam is niet voor niks afgeleid van de oer-psycholoog Sigmund Freud. Sigmund is zelden subtiel, maar altijd scherp en actueel. Sigmund tovert een lach op mijn gezicht. Hij zorgt voor relativering en doet me grimlachen om de menselijke gebreken.

Daarnaast de wat ruwere Gertjan van Leeuwen, oftewel Gummbah, cartoons die drie keer per week op de achterpagina staan. Niet iedereen kan Gummbah waarderen. Sommigen vinden ze grof, onsmakelijk of seksistisch. Vaak roepen ze boosheid, walging en onbegrip op. In de loop der jaren zal de Volkskrant veel brieven van klagers hebben binnengekregen. Toch staan de Gummbahs al vijfentwintig jaar in de krant. Zelf kan ik de humor er wel van in zien. Zijn tekeningen zijn zo fantastisch omdat het zo bizar en genadeloos confronterend is. Zijn figuren waaronder Deirdre, clown Leo tot Fout varken zijn vaak uitgezakt en van elke aantrekkelijkheid ontdaan. Iedere strip wordt van een kort commentaar of uitspraak voorzien. Ze zijn allemaal shockerend. Bedoel om een reactie op te roepen en dat lukt want hij krijgt er veel mensen mee op de kast. You love it, or you hate it.

In tegenstelling tot Sigmund die vaak inhaakt op de actualiteit zijn de Gummbahs tijdloos. Veelvuldig zijn het twee kerels die naar een minimalistisch of nietszeggend kunstwerk kijken en er een opmerking over maken. Gummbah heeft blijkbaar een fascinatie voor het woord KUT, dat vaak terugkomt. Of hij laat zijn personages uitroepen: ‘Ik haat mijn leven!’

De strips van beide tekenaars die me het meest aan het lachen maken, knip ik uit. Sommigen daarvan komen op het prikbord in het toilet terecht. Als ik me weer eens grumpy voel hoef ik maar naar deze plaatjes te kijken voor voldoende zelfspot en zelfreflectie. Mijn dag is dan goed begonnen.

Getroffen door de bliksem

Marco Heyboer heeft een introductieweekend van zijn nieuwe opleiding. Op zaterdagavond is er een nachtelijke dropping. Samen met zijn kersverse studiegenoten wordt hij in een bosrijkgebied gedropt ergens in de Brabantse grensstreek tussen Nederland en België. Gewapend met zaklantaarns moeten ze hun weg terugvinden naar de kampeerboerderij. Een harde klamme wind is opgestoken. Donkere wolken vullen de hemel en er hangt een elektrische spanning in de lucht. Plotseling begint het te regenen, bijna alsof iemand een knopje heeft ingedrukt. Zonder weifeling, zonder overgang. Het hoost ongeremd. De studenten zoeken dekking tegen de onweersbui onder een bomenrij.

Hun kleren kleuren donker van de regen. Bij een oude eik staat Marco onder het beschermende bladerdak. De regen striemt onveranderd op de akkers neer. Een bliksemschicht rijt voor zijn ogen de lucht open, een helwitte duivelse drietand tegen de donkere horizon, gevolgd door donder. Hij strijkt zijn natte haar uit zijn gezicht en kijkt gespannen en vol ontzag naar het spektakel. Iedereen hoopt dat het onweer snel voorbijtrekt en de regen afneemt. Plotseling een felle lichtflits, onmiddellijk gevolgd door een donderslag. Marco valt op de grond. Hij is getroffen door de bliksem en blijft bewegingloos op de grond liggen. Grote paniek bij de groepsgenoten. Wat te doen? Sommige jongens rennen weg om hulp te halen.

Dit is een werkelijk gebeurd verhaal en het is verfilmd voor een aflevering van het KRO-programma Ambulance. Door het kordate optreden van de groep, de leerkrachten en de gealarmeerde hulpdiensten kan Marco het verhaal van de blikseminslag navertellen. Hij heeft een tijdje in coma gelegen en de bliksem heeft de zilveren ketting voor altijd om zijn hals en op zijn borst gebrand.

Voor het tv-programma maak ik een reconstructie van de gebeurtenissen die nacht en de periode in het ziekenhuis. De rol van Marco wordt gespeeld door een LOTUS-slachtoffer. Een organisatie die gespecialiseerd is in het uitbeelden van slachtoffers waar we dankbaar gebruik van maken. De jongen die Marco speelt wil zijn werk zo levensecht doen. Het is een intense opnamedag en we beginnen in het ziekenhuis als het slachtoffer nog in coma ligt. Nu zijn LOTUS-mensen een apart slag volk. Terwijl ik uitleg hoe de scenes opgenomen worden maakt het slachtoffer zich zorgen over de communicatie met de regie. Ik denk, nou gewoon door te vragen of iets te zeggen. ‘Maar nee,’ maakt hij me duidelijk, ‘ik lig in coma dus ik kan niet met je praten.’ Zo leeft hij zich dus uiterst minutieus in in zijn rol. We spreken af dat hij met knipogen zal reageren. Eén keer is ja, twee keer is nee. Terwijl ik nog bezig ben met de instructie gaat hij al in het bed liggen en aan het einde van mijn verhaal is hij compleet van de wereld. Totaal niet meer aanspreekbaar. We filmen enkele scenes en af en toe doe ik een knipoogsessie met hem door ja en nee vragen te stellen. Gaat het nog? Eén knipper. Nadat ik tevreden ben en aangeef dat we het ziekenhuisgedeelte op tape hebben, zeg ik tegen de LOTUS-jongen dat hij op mag staan. Geen reactie. Hij blijft roerloos liggen. Het heeft uiteindelijk een half uur geduurd voordat hij weer onder ons was. Hij moest echt bijkomen uit zijn coma.

Als het donker is kunnen we de nachtelijke scene in het onweer filmen. Dat moet natuurlijk zo realistisch mogelijk zijn, maar als je op een draaidag regen wilt is het natuurlijk droog en omgekeerd. Omdat het voorzien is heeft productie de Belgische brandweer geregeld die voor regen zal zorgen. Ze worden nauwkeurig geïnstrueerd wat de bedoeling is. Alles wat we filmen moet continu in de regen plaatsvinden, maar de crew en dan met name de apparatuur mag absoluut niet nat worden. De brandweer fabriceert een mooie onweersbui waarbij ik later in de montage de donder en bliksem digitaal zal toevoegen. Het ziet er heel echt uit.

Ik heb wel medelijden met alle acteurs, de LOTUS-jongen die Marco speelt, de studiegenoten en de hulpverleners, iedereen wordt kletsnat. De brandweerspuit gaat pas uit als ik ‘cut’ roep. Het werkt fantastisch. De brandweermannen bewegen keurig met de actie mee. Ze hebben de avond van hun leven en vinden het geweldig. Dan is het moment om het slachtoffer na een geslaagde reanimatie op de brancard naar de ambulance te brengen. De cameraman loopt achter de ambulancemedewerkers aan. Alleen de spuitgast is zo afgeleid door wat er voor hem gebeurt dat hij vergeet naar links te bewegen. Ik hoor een grote vloek van de geluidsman, de crew staat volop in de regenstraal. De hengel loopt vol water en wat nog erger is, camera en geluidsapparatuur zijn ook drijfnat. Alles weigert dienst dus we moeten noodgedwongen stoppen.

We rijden naar de dichtstbijzijnde boerderij om te kijken of daar een föhn is om de apparatuur droog te blazen. Even wordt overwogen om naar Hilversum te bellen om een nieuwe cameraset te laten komen, maar dat is geen goed plan. Dat duurt veel te lang. Hopelijk helpt de föhn en krijgen we de apparatuur weer droog. De acteurs die natuurlijk ook drijfnat zijn moeten noodgedwongen wachten De vrouw des huizes is zo lief om iedereen van een handdoek en warme koffie te voorzien.

Een uur later werkt de apparatuur gelukkig weer en kunnen we de scenes in de regen afmaken. Iedereen gaat zonder morren opnieuw onder de straal van de brandweerman staan, die belooft dat hij zijn koppie er nu bij zal houden. Het geluid van de artificiële regenstraal op het dak van de ambulance klinkt geweldig, nadat ik ‘actie’ heb geroepen.

2001: A Space Odyssey

‘De 9000-serie is de meest betrouwbare computer die ooit is gemaakt. Deze computers hebben nog nooit een fout gemaakt of informatie verdraaid. We zijn per definitie allemaal betrouwbaar en foutloos.’

‘Hal, ben jij ondanks je grote intellect weleens gefrustreerd omdat je zo afhankelijk bent van mensen?’

‘Ik geniet ervan om met mensen te werken. Ik ben nog nooit in ze teleurgesteld.’

Een dialoog uit de SF-film ‘2001: A Space Odyssey’. https://youtu.be/oR_e9y-bka0

De Amerikaanse regisseur Stanley Kubrick is een filmlegende. Hij deed lang over het maken van een film, onder andere door veel research, maar als de film uit kwam (hij maakte dertien films in veertig jaar) dan was het ook een schot in de roos. Hij deed alles op zijn eigen manier, was wars van commercie, leefde redelijk teruggetrokken en schuwde interviews. Kubrick was een perfectionist en dreef met zijn vele takes cast en crew tot wanhoop. Film moest in zijn ogen realistisch zijn om een illusie te creëren. Het moest interessant en geloofwaardig zijn. Zijn films zijn vaak adaptaties van boeken. Zo is  ‘2001…’ gebaseerd op The Sentinel van Arthur C. Clarke.

Sciencefictionverhalen hebben een grote aantrekkingskracht op mensen. Velen vragen zich af of het leven op aarde in het immense heelal het enige leven is. Wat zou er dan nog meer kunnen zijn en hoe ziet dat eruit? Over het algemeen spelen SF-verhalen zich af tegen een futuristische achtergrond. Dat kan de verre toekomst of ergens diep in de ruimte zijn, maar ook gewoon op de aarde in het nabije heden. Centraal staan ontwikkelingen die in onze echte wereld nog onmogelijk zijn, maar die door nieuwe (technologische of wetenschappelijke) ontdekkingen en uitvindingen wel ooit tot stand zouden kunnen komen. Daarnaast is er aandacht voor de gevolgen hiervan op de samenleving en menselijke psyche. Aliens, ruimteschepen, robots of cyborgs, tijdreizen of de ondergang van de wereld spelen vaak een rol.

In ‘2001…’ schetst Stanley Kubrick de ontwikkeling van de mensheid vanaf een prehistorie, waarin apen botten leren gebruiken als wapens, tot een toekomst (een ruimtereis naar Jupiter) waarin de techniek de mens in de evolutie voorbij dreigt te streven. De film bevat de beroemdste jumpcut uit de filmgeschiedenis: een in de lucht geworpen bot wordt een ruimtevaartuig. De vier onderdelen in de film worden gemarkeerd door een rechthoekige zwarte monoliet, een soort steen geworden raadsel. De beelden doen een beroep op je eigen associatie, je moet niet alles willen begrijpen. Het is een lange zit want het sciencefictionepos duurt 156 minuten. Nadat na drie kwartier de eerste woorden in de film worden gesproken, hoorde ik achter me iemand verzuchten:  ‘Hèhè, het gaat beginnen.’ https://youtu.be/3LAi7l3iQuE

Mensen zeiden in 1968 over de film: ‘Kubrick laat dingen zien die in de toekomst gaan gebeuren als gevolg van de eerste stappen die wij nu in de ruimte zetten. De volgende generatie gaat planeten verkennen, nieuwe kennis vergaren, oude vragen beantwoorden en nieuwe stellen. Het is in feite de volgende fase in de evolutie van de mensheid. De aarde is de wieg van de mens, maar je kunt niet altijd in een wieg blijven wonen.’

De film kwam uit in de bioscopen een jaar voordat de eerste man voet op de maan zou zetten, en meer dan vijftig jaar voordat Elon Musk bezig is met reizen naar Mars. In de zestiger jaren was er al een bepaalde liefde voor machines, en men fantaseerde dat het handig zou zijn dat die fascinerende machines menselijke gevoelens zouden kunnen begrijpen en we met ze zouden kunnen communiceren. Dat verbeeldde Kubrick in deze film. ‘Misschien hebben we een vorm van intelligentie nodig die veel groter is dan die er nu is. Wellicht hangt ons voortbestaan af van zo’n ultra-intelligente machine,’ stelde de regisseur. Waarom zou zo’n intelligente machine erger zijn dan een mens?’

‘Doe de deur open, Hal.’

‘Het spijt me, Dave, dat kan ik helaas niet doen.’

‘Wat is er aan de hand?’

‘Dat weet jij net zo goed als ik.’

‘Waar heb je het over?’

‘Deze missie is belangrijk voor me en jij mag hem niet in gevaar brengen.’

‘Ik weet niet wat je bedoelt, Hal.’

In ‘2001…’ neemt de boordcomputer Hal de besturing van het ruimteschip over en wordt daarmee een bedreiging voor de mens. Een computer blijkt ook fouten te kunnen maken. Er zit een limiet aan zijn geheugen en kosmonaut Dave moet ingrijpen om de machine stil te leggen.

‘Ik ben bang. Ik ben bang, Dave.’

[Dave haalt geheugenchip uit terminal]

‘Dave, ik raak mijn verstand kwijt.’

‘Ik voel het… ik voel het.’

Alle films van Kubrick zijn heel verschillend qua genre maar ze gaan over hetzelfde thema. Aan de oppervlakte zijn ze altijd beschaafd en rustig (in ‘2001…’ gaat het eerst om perfecte machines) maar daaronder schuilt het irrationele, de driften, het geweld en het dierlijke van de mens. Het bewuste tegenover het onbewuste zit in elke film van deze regisseur. En dat komt uiteindelijk tot een uitbarsting. Of dat onvermijdelijk is of dat de mens het aan zichzelf te danken heeft, laat Kubrick in het midden: hij reikt de kijker slechts een flink aantal puzzelstukken aan waarmee deze zijn eigen visie op de ontmenselijking mag construeren.

Met ‘2001: A Space Odyssey’ heeft Stanley Kubrick in 1968 een meesterwerk gemaakt. Voor mensen van mijn generatie is het grappig om te zien wat zijn beeld van de toekomst was en wat ervan klopt. Het jaar 2001 leek toen ver weg, maar inmiddels zijn we die datum al twintig jaar gepasseerd. Het cynische is dat Kubrick het magische jaar zelf nooit heeft mogen meemaken, omdat hij twee jaar daarvoor op zeventig jarige leeftijd in zijn slaap overleed.

Mocht u deze legendarische film nog nooit hebben gezien dan raad ik aan om dat alsnog te doen. Er bestaat een mooie remastered versie. #stanleykubrick

Agressie tegen journalisten

Journalisten worden steeds vaker het mikpunt van agressie en geweld. Acht op de tien van hen lieten weten weleens te maken te hebben gehad met geweld of bedreiging. De incidenten zijn talrijk. De boerenprotesten op het Malieveld, waar aanwezigen zich tegen journalisten keerden. Tijdens de avondklokrellen in januari gebeurde hetzelfde. In maart werd een PowNed-verslaggever in Urk aangereden. In april kieperde een man met een shovel een journalist in een auto in een sloot in Lunteren. In augustus gooiden twee mannen molotovcocktails naar binnen bij een Groningse journalist. En de meest brute actie van allemaal was de moord op Peter R. de Vries.

Als programmamaker heb ik zelf ook meegemaakt hoe bedreigend voetbalrellen kunnen zijn. Voor ‘Dossier Alarm’ maakte ik een item over voetbalhooligans. Nou, daar werd ik niet vrolijk van en de cameraman al helemaal niet. Hij werd meteen het object van nare opmerkingen, spuwen en het gooien van voorwerpen. We zijn op een gegeven moment maar op een afstand gaan staan om met een lange lens te draaien. Tussen de menigte staan ervoer ik als levensgevaarlijk. Ik snap wel dat Omroep Gelderland stopt met nieuwsverslaggeving bij voetbalwedstrijden en bij sommige risicodemonstraties.

Enkele malen heb ik meegemaakt dat ik een beveiliger meekreeg of begeleiding van de politie op afstand had. Dat overkwam me tijdens het programma ‘Opgelicht?!’ Dat heeft natuurlijk ook met de aard van het programma te maken. Vrij snel had ik door dat op deze wijze verslaggeving doen niks voor mij was.

Tijdens het maken van een aantal Defensie-onderwerpen in het buitenland was ook persoonlijke bewaking vereist. In Albanië – de Kosovo-crisis – volgden we de inzet van de Luchtmacht, maar we mochten niet buiten het legerkamp opnamen maken zonder dat een breedgeschouderde en bewapende bodyguard met ons meeging. Dan rij je in een jeep met zo’n groene man met een geweer die de omgeving voor je in de gaten houdt. Hetzelfde gebeurde tijdens mijn verblijf in Kirgizië, waar de F-16 vliegers actief waren. Ook daar kregen we als ploeg een bewapende militair mee omdat men wel eens camerateams wilde beroven. Gelukkig heeft het nooit tot ernstige of bedreigende situaties geleid. Bij het voetbalitem was ik wel opgelucht dat we weer heelhuids in Hilversum waren.

Het is toch niet te geloven dat vanwege deze verruwing NOS-verslaggevers al ruim twee jaar beveiligers meekrijgen als ze naar grote demonstraties gaan. Ze nemen interviews af zonder witte plopkap op hun microfoon. NOS-busjes rijden rond zonder logo.

Het is moeilijk om een duidelijke oorzaak van de toegenomen agressie aan te wijzen, maar van verslaggevers op straat hoor je dat de coronamaatregelen hebben geleid tot kortere lontjes. De maatschappelijke frustratie is opgelopen tijdens de coronapandemie. En door uitspraken van politici. Journalisten, met name die van de publieke omroep NOS, worden in sommige kringen gezien als verspreiders van ‘nepnieuws’ over het coronavirus en het nut van strenge lockdownmaatregelen.

Het OM gaat journalisten nu op een lijn stellen met hulpverleners en brandweer- en ambulancepersoneel om geweld en bedreigingen tegen journalisten in te dammen. Wie hen hindert of bedreigt, mag nu ook rekenen op een fors hogere straf. ‘Ook journalisten behoren vrijelijk en ongestoord hun belangrijke maatschappelijke rol in de samenleving te kunnen vervullen,’ aldus het OM.

De toegenomen agressie zorgt ervoor dat de persvrijheid in het geding komt. Het heeft journalisten voorzichtiger gemaakt. Ze denken voortaan langer na over hun woordkeuze, vermijden bepaalde buurten of wijken, of twijfelen of ze hun vak überhaupt willen uitoefenen. Daarmee dreigt een erosie van de persvrijheid. Dit is capituleren, een vorm van zelfcensuur. Het is in- en intriest, maar ik begrijp het goed. Journalisten kiezen terecht voor hun eigen veiligheid.

Muziek in het zonnestelsel

Er zweeft een gouden plaat in de interstellaire ruimte met daarop allerlei muziek die wij hier op aarde leuk vinden en waarderen. Het is een groot gemis dat ‘I’m your boogie man’ van KC and the Sunshine Band er niet op staat. Het was een hit in het jaar dat de Voyager 1, een onbemande ruimtesonde vanaf Cape Canaveral werd gelanceerd.

De sonde bestudeert de buitenste planeten van het zonnestelsel. Inmiddels zijn Jupiter en Saturnus gepasseerd. Met vernuftige apparaten aan boord kan de ruimtecapsule communiceren met de aarde. Al doet een radiosignaal er tegenwoordig tweeënveertig uur over om ons te bereiken. Het verschaft nuttige informatie waar de geleerden bij NASA van smullen. In 1990 stuurde Voyager 1 de eerste foto’s door, genomen buiten het zonnestelsel. Op de foto’s staan zes planeten, waaronder de Aarde, van een afstand van zes miljard kilometer.

Er is nog iets bijzonders met de Voyager naast dat hij nooit terug zal keren op aarde. Aan boord bevindt zich de Voyager Golden Record, bedoeld als boodschap aan buitenaardse beschavingen. Hierop staan tekeningen, foto’s en geluiden afkomstig van de aarde. Verder bevat de plaat symbolen die dienen als handleiding om hem te kunnen afspelen.

Ik acht de kans buitengewoon klein dat de platen ooit gevonden zullen worden, maar je weet het niet… De opnamen dienen als een boodschap, niet als een serieuze poging om te communiceren met buitenaardsen. Die beschavingen hebben echter wel de tijd, want de levensduur van de platen is berekend op 1 miljard jaar.

‘Dit is een geschenk van een kleine, afgelegen wereld, een teken van onze geluiden, onze wetenschap, ons beeld, onze muziek, onze gedachten en onze gevoelens. We proberen onze tijd te overleven zodat we in die van jullie voort kunnen leven,’ is de boodschap van voormalig president van de Verenigde Staten, Jimmy Carter.

Op de gouden plaat staat klassieke muziek van Mozart, Beethoven, Bach en Stravinsky. Daarnaast blues, folk, jazz en rock and roll van Chuck Berry. Opmerkelijk genoeg geen disco, terwijl deze vrolijke muzieksoort juist in 1977 (ten tijde van de lancering) op zijn hoogtepunt was. Onvoorstelbaar, er moet een volgende ruimtesonde achteraan gestuurd worden om de buitenaardse wezen kennis te laten maken met onze soulmuziek. Zullen ze opkijken van de glitterkleding, de satijnen broeken met de wijde pijpen, de plateauzolen en de hysterische haardracht? Misschien willen ze daar wel verre van blijven.

James Brown zette de eerste stappen richting de discomuziek, begin jaren zeventig. Denk verder aan de The Four Tops, The Trammps, Tavares, The Three Degrees, Gloria Gaynor, Diana Ross en de queen of soul Donna Summer. Alles van Chic is geweldig met de herkenbare gitaarlickjes van Nile Rodgers. Sister Sledge is een goede kloon. Chic introduceerde de strijkers en de violen in de discomuziek. De Miamisound met de blazers van KC and the Sunshine Band is geil. Die heupbewegingen van zanger Harry Wayne Casey achter zijn keyboard zijn opzwepend. https://youtu.be/_Ee3C2m3OXE

Zou ik bijna de Jackson Five met Michael vergeten, of Kool & the Gang en Earth, Wind and Fire.

Disco dat is mijn puberteit, mijn kennismaking met muziek en dans. De voorzichtige en voorspelbare danspasjes, ik heb ze van mijn soulbrothers en -sisters geleerd. Allemaal vierkwartsmaat. Voel ik me een beetje down dan zet disco op en ik ben weer vrolijk. Als ik mijn LP-verzameling bekijk bestaat die voor het grootste deel uit soulartiesten.

Eigenlijk is disco nooit weggeweest. Zie de opleving met Pharrell Williams en de gehelmde jongens van Daft Punk. Of denk aan de hedendaagse disco van Kylie Minogue, Dua Lipa en het iets onbekendere talent Jessie Ware. Disco is levendiger dan ooit en had zeker op de gouden plaat aan boord van de ruimtecapsule Voyager 1 moeten staan.

Televisie als spiegel

De laatste weken is er veel aandacht op tv voor het zeventigjarig bestaan van de Nederlandse televisie. Veel oude, nostalgische fragmenten komen voorbij. Mensen vertellen waarom beelden indruk hebben gemaakt, of welke herinnering ze erbij hebben. Hier mijn bijdrage. Televisie heeft altijd een magische aantrekkingskracht op mij gehad. Als klein jongetje lig ik bij de buren over de heg naar dat bewegende beeld te kijken. Thuis hebben we eerst geen tv, de grote toppers als ‘Swiebertje’ en ‘Zeskamp’ kijken we op zaterdagavond bij familie of mijn oma. In 1970 krijgen we onze eigen zwart-wit televisie. Kunnen we eindelijk ‘Een van de acht’ thuis kijken.

Televisie brengt de wereld dichterbij, de wereld is er kleiner door geworden. Anekdotisch is het feit dat mijn moeder die niet zo tv-minded is, want er verschijnt veel bloot en kattengejank op de buis, in haar laatste jaren veel naar het medium heeft gekeken. Als je haar ’s avonds belt hoe het met haar gaat, moet ik wel het nieuws van die dag hebben gevolgd anders weet ik niet waar ze het over heeft. Ze constateert dat het einde der tijden niet lang meer kan duren, want ‘kijk maar eens naar al die berichten over oorlogen, aardbevingen en overstromingen.’ Ik probeer dat idee wat af te vlakken door haar te zeggen dat je door de moderne media nu meteen op de hoogte bent van alles wat er op de wereld gebeurt en dat ze vroeger altijd druk bezig was en geen idee had wat er verder nog speelde, maar dat natuurrampen en oorlogsgeweld ook toen aan de orde van de dag waren. Ze blijft echter bij haar mening.

De wereld komt wel heel erg dichtbij op het moment dat je eigen dorp drie wekenlang het wereldnieuws bepaald, ten tijde van het gijzelingsdrama van de school in Bovensmilde. Dat is toch wel een heel erg bijzondere ervaring. Zeker als je jezelf dan ook nog door het beeld ziet lopen.

Het docudrama ‘Hoera een homo!?’ heeft erg veel indruk op me gemaakt. Ik weet nog dat de driedelige serie in oktober 1978 door de IKON werd uitgezonden. Ik denk: hé maar dat gaat over mij, ik kan nu benoemen wat er met mij aan de hand is. De serie gaat over een homoseksuele onderwijzer in een plattelandsgemeente. Hij werkt met een voorlopige aanstelling aan een christelijke basisschool. Tijdens een ouderavond wordt gediscussieerd over de vraag of hij mag blijven, nadat het dorp in opstand is gekomen omdat hij met zijn vriend heeft gedanst op het feest van de sportvereniging. Alle denkbare argumenten en veel gehoorde vooroordelen tegen homoseksualiteit worden door de ouders te berde gebracht. De cast bestaat uit amateurs, zo brengt de regisseur meer authenticiteit in het verhaal, want de acteurs zijn zelf ervaringsdeskundigen. De serie snijdt een gevoelig onderwerp aan; homo’s zijn anno 1978 verre van geaccepteerd en worden veelal gezien als slachtoffer en zielige mensen.

Bij het kijken naar het programma krijg ik het warm. Geboeid volg ik de discussie. Dit ben ik en het geeft me geen goed gevoel. Het loopt slecht met je af als je zo bent! Ik zit met rode oortjes te kijken. Voor het eerst iets over homoseksualiteit op de televisie waarbij het niet om de stereotypetjes als Albert Mol in ‘Wie van de drie’ gaat. Het geboeid kijken wordt ruw onderbroken door mijn moeder die net klaar is met de afwas. Ze reageert fel en zegt dat er een knop op de televisie zit, waarbij ze de daad bij het woord voegt en resoluut de televisie uit zet. Ze hoeft deze smerigheid niet te zien!

Ik hoop dat ik het vervolg van de serie de volgende week wel zal kunnen zien. Mijn herinnering laat me in de steek of dat ook gelukt is.

Via de serie ‘Hoera, een homo!?’ biedt televisie mij een referentiekader. Ik kan mij spiegelen aan anderen die ook zó zijn. Dit is een serie voor mij gemaakt, die me optilt en verbindt met iets wat er altijd is geweest en waar ik bij hoor. Als je in de provincie verder geen homo’s tegenkomt (voor mijn idee) is dat een begin.

De IKON doet wel meer baanbrekend werk in die jaren door allerlei taboes bespreekbaar te maken. Televisie niet alleen als ontspanning en amusement maar ook als breekijzer om discussie op te wekken. Als vinger aan de pols. Zo is televisie een medium dat diep indringt in en invloed uitoefent op wat mensen zelf denken, voelen en geloven.

Kattenfilmpjes

Waarom kijken we massaal naar kattenfilmpjes? Dan moeten we de magie van katten ontleden. Of het nu gaat om stuiterende kittens of nuffige kakmadammen, de voorpoten deftig onder zich gevouwen: we houden van die harige donderstenen, wier ogen oplichten in het donker. Massaal. Nederland telt zo’n 2,6 miljoen katten, volgens de laatste tellingen.

Een poes heeft een zacht vachtje, een rekbaar velletje dat heel los zit om het lijf. Daarom is het aaien van poezen oneindig veel prettiger is dan het aaien van een willekeurig ander dier. Iemand die gewend is een poes te strelen, weet waar ik het over heb. Het aanraken van een hond geeft bij lange na niet die sensatie van die vering. Bij honden zit de huid veel strakker aan het eigenlijke beest vast.

En dan is er natuurlijk het feit dat katten spinnen. Het is een van de weinige geluiden die het menselijk oor binnenkomt en onmiddellijk een gevoel van behaaglijkheid en geborgenheid geeft. Jonge poesjes die liggen te snorren, geven aan moeders het signaal: alles oké. Bij ons heeft dat hetzelfde effect. Als een poes op schoot ligt én spint, hoor je het niet alleen maar voel je het ook, door de lage frequentie van het geluid. Je trilt met de poes mee. Een magisch gevoel.

Ja, ik ben meer een kattenmens dan een hondenliefhebber. Een poes is een verleidster. Als je op zoek bent naar een trouwe echtgenoot, moet je een hond nemen. Iemand die een poes neemt, heeft een maîtresse. De relatie met een poes blijft altijd spannend. Juist het mysterieuze, dubbelhartige van de kat spreekt me aan. Honden zijn groepsdieren. Daarom zijn zij erg op hun baasje, de alfa van de groep, gericht. Katten zijn in principe solitaire dieren. Ze hechten minder belang aan onderlinge communicatie en zullen die in sommige gevallen zelfs vermijden.

Daarnaast is het hebben van een kat veel praktischer dan een hond. Je hoeft ze niet uit te laten of overal mee naartoe te nemen. Katten hebben volkomen schijt aan de wereld. Honden hebben dat niet. Zij vinden het heel belangrijk wat wij van hen vinden. Hun dna is erop geprogrammeerd om aardig gevonden te worden door de alfa. Katten hebben overal lak aan. Dat is een eigenschap die ik bewonder. Zelf zou ik af ten toe ook zo willen zijn. Zo lekker tegendraads.

En dat is misschien ook wel de reden dat slapstickachtige kattenfilmpjes op internet massaal geliket worden. Ze komen tegemoet aan ons verlangen naar een klein beetje anarchisme in de controlemaatschappij. Katten doen gek en manoeuvreren zich vaak in lastige situaties, terwijl wij in het dagelijkse leven ons gedrag moeten aanpassen en steeds meer vrijheden moeten opgeven.

Hondeneigenaren praten met andere hondeneigenaren over hun hond in het park of op de hei. Internet is het virtuele park voor de kattenfans: daar hebben zij hun eigen communities. De populariteit van kattenwebsites komt omdat wij mensen het idee hebben dat katten het goede leven leiden. Terwijl honden worden geassocieerd met werken en actief bezig zijn, hebben katten het goed voor elkaar. En daarom kijken veel mensen op vrijdagmiddag om twee uur op kantoor, verveeld en reikhalzend uitkijkend naar de borrel, veel liever naar katten op internet dan naar honden. https://youtu.be/rbNkc2xRPpA Kattenfilmpjes bieden vermaak en ontspanning, de beeldtaal is universeel en ze zijn − in de smaken mierzoet tot baggervet − licht verteerbaar snackvoer voor de gebutste ziel. Uit onderzoeken blijkt dat kijkers een verbeterde stemming ervaren na het kijken van de filmpjes. Ze voelen dan meer ‘positieve emoties’ en energie. Ook melden ze dat ze zich minder angstig, geïrriteerd, schuldig, verdrietig of uitgeput voelen na een portie kattenvideo’s op YouTube. Driemaal daags een dosis van vijftien seconden en je kunt er weer even helemaal tegen. De filmpjes bezorgen me een weldadige glimlach. #kattenfilmpjes

Getjilp op het toilet

Finland is een fantastisch vakantieland. Jammer dat alles er wat duurder is. De laatste jaren huur ik een appartementje maar de kosten zijn in Helsinki zo hoog dat ik besluit terug te vallen op een verblijf in een hostel. Dat betekent dat ik een prima kamer voor mij alleen heb, maar dat ik de toilet-en doucheruimte met andere ganggenoten moet delen. Dat kan prima, je moet alleen niet vergeten  ’s nachts slaapdronken je pinkaart mee te nemen naar de wc als je moet plassen anders sluit je jezelf buiten en heb je een probleem.

Als ik de deur naar de natte cel openzwaai vliegt er een zwerm vogels over me heen. Niet letterlijk, maar uit de luidsprekers die op verschillende punten in de natte ruimte te vinden zijn. Elke wc heeft een eigen boxje. Ik kijk welke deur vrij is en installeer me op de pot. Ik ben verbaasd over de ambiance. Waarom vogelgetjilp? Is het om elk ander geluid te verdoezelen. Je eigen gekletter te overstemmen, de scheetjes die onvermijdelijk zijn in deze omgeving? Vragen die me bezighouden. Gaat de reinheid in Finland zover dat men zelfs de als vuil ervaren geluiden met vogels wil wegspoelen?

De muziekinstallatie beschikt over een breed spectrum aan vogelgeluiden en ik probeer er enkele te herkennen. Is dit een baltsende wulp of de zangpost van een graspieper? Ik herken alleen de koekoek en de specht. Zijn er ’s ochtend andere vogels dan ’s avonds, is de techniek zo verfijnd?

Ineens denk ik het antwoord te hebben gevonden. Het is me opgevallen dat er veel Aziaten in de stad verblijven. Dat heeft te maken met de kortste Europese vliegverbinding met Azië. Aziaten hechten blijkbaar waarde aan hygiëne en comfort. Kijk naar de Toto-toiletten in Japan met allerlei knopjes om je billen mee te wassen en te föhnen en de verwarmde bril. Dan is een speaker die vogelgeluiden produceert voor een heuse buitenervaring helemaal zo’n gek idee nog niet. Ik denk dat de toiletten in Finland zich naar de wensen van de gasten hebben aangepast, want ik kom de vogeltjes niet alleen bij een sanitaire stop in mijn hostel tegen. Ik zit vaker in de pure natuur mijn behoefte te doen.

Maar kun je nog wel met een naakt bovenlichaam je tanden staan te poetsen in zo’n zen-ruimte? Vindt een binnenkomende Japanner in een dichtgeknoopte badjas het niet uiterst irritant en afschuwelijk? Het zijn allemaal vragen die opkomen.

Mijn ervaring is dat je als je zo in de natuur zit te poepen juist op bijgeluiden gaat letten, wat is diegene naast je nu aan het doen. Moet je de activiteiten in een badkamer benadrukken door er een geluidstapijt over te leggen? Maken die geforceerde vogeltjesgeluiden alles niet juist nog gênanter? Dwingen ze je niet juist om te willen horen wat er zich verder nog afspeelt, terwijl je normaliter helemaal niet op dat soort dingen let? Als ik iemand even later onsmakelijk hoor rochelen op het toilet naast me schiet ik in een lach en onderken de waarde van de vogels.

Na een paar dagen ben je gewend aan de rustgevend soundscape vanuit de natuur waarmee je intuïtief kunt ontspannen. Thuis ga ik de vogelgeluiden in eerste instantie nog missen, maar dat heeft vooral met vakantienostalgie te maken.