Blog

Rampdag

Een prachtige zaterdag in mei. Ik ben gespannen, vanavond is het Eurovisiesongfestival in Stockholm. Linda Wagenmakers vertegenwoordigt ons land met ‘No Goodbyes’. De laatste keer dat het festival in Zweden werd gehouden won Teach In met ‘Ding-a-dong’. Hoe leuk zou het zijn als we vijfentwintigjaar na dato opnieuw zouden winnen.

Maar eerst moet er nog gewerkt worden vandaag. Ik ben volop bezig met de opnamen voor Waterwerk. Een negendelige serie reportages voor TELEAC over actuele ontwikkelingen in de maritieme sector in Nederland waarin werk en loopbaan centraal staan. Met een aantal collega’s hebben we de verschillende sectoren verdeeld en ik doe de items over de toeristische aspecten van de watersport.

We – regie, camera en geluid –  verzamelen op de apenrots – het pand van United – tussen Hilversum en Bussum. Ik laat mijn eigen auto achter in de garage en stap in bij het ENG-busje. We zijn goedgemutst, want we gaan varen op de Nieuwkoopse Plassen met een elektrobootje. Ineke Tatje neemt ons mee de plassen op en ze vertelt enthousiast over de milieuvoordelen van de zogenaamde fluisterbootjes en de diverse vaarroutes door beschermd natuurgebied. Het prachtige laagveenmoeras is een pareltje in het Groene Hart. Je waant je in een andere wereld zo tussen het riet. Het is een heerlijke draaidag, wat kan werk soms toch leuk zijn!

Ik merk dat ik aan het verbranden ben, ondanks de factor 50 die ik deze ochtend op mijn lijf heb gesmeerd.

Als we na vieren terugkomen in Hilversum, heerst er een ongewone drukte bij het uitgiftepunt van United. Normaliter is het in de weekenden vrij rustig. De jongen die onze spullen in ontvangst neemt zegt: ‘Hebben jullie het dan niet gehoord? Er is een grote ramp in Enschede, iets met een vuurwerkopslag.’

Thuis zet ik meteen de televisie aan, en val in de eerste amateurbeelden van de ramp. Het mooie weer heeft iedereen naar buiten gelokt. Mensen kijken naar de witte rook die boven de huizen hangt, je hoort her en der wat ploffen, totdat de hel losbreekt en het vuurwerk en de brokstukken letterlijk over de hoofden van de toeschouwers heen vliegen en iedereen een veilig heenkomen zoekt. Met grote verbazing kijk ik ernaar, hoe is dit mogelijk? De rest van de middag volg ik de updates en hoor dat er tientallen doden zijn. De wijk Roombeek is volledig verwoest en lijkt wel een oorlogsgebied. https://youtu.be/cwZ6Lou3uN8

Om negen uur ’s avonds schakel ik naar het Eurovisiesongfestival. Enigszins nerveus. Linda treedt als tweede deelnemer op. Het lied is geen dijenkletser, maar de show eromheen valt zeker op. De jurk die Jan Aarntzen voor Linda heeft ontworpen is bijna podium vullend. Onder het zwart-witgeblokte plastic zitten twee dansers verborgen die er op een gegeven moment onder vandaan komen. Een ware metamorfose! Daarna huppelt Linda verder in een glimmend zilveren raffia jurkje. Bij de nationale voorronde was de act een enorme verrassing, maar nu een paar maanden later is de surprise er wel van af. Gelukkig worden de hoge noten gehaald en struikelt niemand over de lappen textiel die op het podium liggen. https://youtu.be/GOy1tizCWhU

Zo rond de klok van tien uur, de latere winnaars de Olsen Brothers moeten net aan hun optreden beginnen, gaat het scherm op zwart. De netmanager vindt dat gezien de ernstige situatie in Enschede het niet gepast is het liedjesfestival verder uit te zenden. Linda zelf wordt kort voor de puntentelling op de hoogte gebracht van de situatie in eigen land. Ze besluit bij een eventuele victorie niet meer op te treden, maar dat is ook niet nodig. Linda eindigt als dertiende, alsof het zo moest zijn op deze rampdag.

 

Herdenken

auteur Henriëtte van 't Woud geeft les over WO2

Op 4 mei staan we weer stil. We gedenken. Herdenken wij enkel de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog? Of gaan onze gedachten onvermijdelijk ook uit naar hen die nu lijden onder oorlogsgeweld en vervolging of daarvoor op de vlucht zijn?

Deze week horen, zien of lezen we veel verhalen over WO2. Dat is goed! We moeten de geschiedenis levend blijven houden door te verhalen over toen. Arnold Grunberg verwoordt het belang van herdenken in zijn lezing in de Nieuwe Kerk vorig jaar treffend: ‘Zeggen het verleden wel te kennen, is weigeren er kennis van te nemen.’ De koning deed er nog een schepje bovenop. ‘Oorlog werkt generaties lang door. Nu, 75 jaar na onze bevrijding, zit de oorlog nog steeds in ons. Het minste wat we kunnen doen is: niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is. En: onze vrije, democratische rechtsstaat koesteren en verdedigen. Want alleen die biedt bescherming tegen willekeur en waanzin.’

Vorig jaar herdachten we noodgedwongen op afstand van elkaar. Een jaar later doen we hetzelfde. Normaliter herdenken we overal in het land in de buurt van oorlogsmonumenten. Als het mogelijk is worden daarbij oorlogsslachtoffers uitgenodigd, zij die het aan den lijve hebben meegemaakt. Hun aantal wordt echter steeds kleiner. Maar de oorlog is in veel families nog altijd aanwezig omdat oorlogsleed generaties lang doorwerkt. Om herdenken een nieuwe impuls te geven is het nodig dat ook nieuwe mensen geïnspireerd worden tot deelname. Dat gebeurt de laatste jaren ook bij de Nationale herdenking op de Dam. Jongere generaties vertellen over wat een familielid van een oudere generatie heeft meegemaakt. De persoonlijke relatie die mensen hebben met de Tweede Wereldoorlog geeft lading aan het herdenken.

Een mooi voorbeeld van gedenken in de zin van het weer in het heden halen van wat vroeger gebeurd is, op zo’n manier dat het een plaats krijgt in ons leven nu, vind ik Henriëtte van ’t Wout. Zij schreef twee jaar geleden het kinderboek Uit de rij (Uit de rij – Home). Daarin vertelt ze het waargebeurde verhaal van Daniël Franschman, haar schoonvader die in de Tweede Wereldoorlog als Joods jongetje opgroeide in Amsterdam. Toen het steeds gevaarlijker voor hen werd, ging hij met zijn ouders onderduiken. Maar ze werden verraden en kwamen zo in De Hollandsche Schouwburg terecht. Van daaruit werden de Joden gedeporteerd naar diverse concentratiekampen.

Het prachtig geschreven verhaal leent zich uitstekend als lesmateriaal in de bovenbouw van de basisschool, groep 6-8. Tijdens de gastlessen vertelt Henriëtte op eenvoudige wijze hoe de oorlog is begonnen en de holocaust zich ontwikkelde. Over de Jodenster, de razzia’s, het onderduiken, de deportaties naar concentratiekampen. Daarnaast vertelt ze hoe in Amsterdam de Joden in De Hollandsche Schouwburg werden verzameld en van daaruit werden weggevoerd naar de diverse kampen. Maar ook komen de dappere daden van het verzet aan bod en de lessen die we uit deze gruwelijke tijd kunnen leren.

Er is tijdens de les veel interactie met de leerlingen. De kinderen krijgen de ruimte om zelf te vertellen over wat zij hebben gehoord of hebben geleerd over de oorlog. Het is een mooie vertaalslag naar de huidige generatie. Op die manier wordt er een appel gedaan op het gevoel en komt het verhaal van een jongetje in de Tweede Wereldoorlog wel erg dichtbij. Pas als jongeren herdenken als zinvol ervaren kan het gaan passen bij wie zij willen zijn.

Als we morgen stil zijn komt misschien die ongemakkelijke vraag op: Wat zou ik toen gedaan hebben? Maar ook: wat kan ik nu doen? Zo wordt gedenken ook een aansporing om nieuwe misdaden tegen de menselijkheid te voorkomen. De volgende dag zal dan wellicht met meer gevoel van nut, waarde en plezier, de vrijheid gevierd kunnen worden.

Mijn eerste prik

Vandaag is de grote dag. Ik krijg mijn eerste prik. Gisteravond was ik bezig eten te koken toen de mobiele telefoon ging. Ik nam formeel op met ‘Goedenavond met Jan Meints’ omdat ik niet meteen het nummer herkende. Het bleek mijn huisarts te zijn. Opgewekt vertelde ze me dat ik dit jaar zestig word en daarom in aanmerking kom voor vaccinatie. Dat aanbod nam ik met beide handen aan en vervolgens zei ze me dat ik morgenmiddag tussen 15 en 17 uur in de Bethlehemkerk werd verwacht. Blij verrast nam ik afscheid.

Ooit had ik wel eens opgezocht wanneer ik aan de beurt zou zijn – inderdaad april – maar dat was voordat het vaccinatiecircus in een drassige polder terechtkwam, omdat de schema’s veranderden, vaccins niet werden geleverd, vaccinaties stop werden gezet of groepen voorrang eisten. Dus had ik dat uit mijn hoofd gezet, als ik ergens voor juli gevaccineerd zou zijn, was ik al content. En zie daar dit onverwachte bericht. De weg naar meer vrijheid. Krijg ik dan toch snel toegang tot zwembad en filmtheater?

Van tevoren had ik van mijn zus de tip gekregen om twee uur voor de vaccinatie twee paracetamols in te nemen en dat om de vier uur te herhalen om eventuele bijwerkingen, zoals koorts of hoofdpijn tegen te gaan. Ook vertelde ze dat ik nog wat vragen moest beantwoorden zodat ik gewapend met mijn leesbril naar de kerk ging. Daar stond tot mijn verbazing geen rij. Ik werd hartelijk welkom gegeten door mijn huisarts. Ze overhandigde mij een vragenlijst, nadat ik alles met nee kon beantwoorden, verwees ze me direct door naar de tafel waaraan de prik werd gezet.

Nogmaals vroeg de prikster of ik geen bloedverdunners slik, wat niet het geval is en na mijn linkerarm slap naast mijn lichaam te hebben gehangen ging de eerste prik AstraZeneca erin. Vlak naast het litteken van de pokkenprik uit mijn jeugd. Daarna heb ik een kwartiertje voor mezelf om te mediteren op een stoel en de schaarse glas-in-loodramen in de kerk te bestuderen. Je merkt dat er altijd mensen zijn – vooral mannen valt me op – die geen besef van tijd hebben, of geen rust in hun kont. Na een aantal noodzakelijke telefoontjes pakte de man die voor mij zijn prik had gekregen zijn boeltje bij elkaar en verdween. Hij heeft hooguit negen minuten gezeten. Daarentegen gebruikt een echtpaar de verplichte wachttijd om selfies te maken. Ik heb trouw mijn tijd vol gemaakt, voelde me gelukkig prima en verliet de kerk.

Het beeld van een obstakel op mijn fietstocht eerder die dag kwam naar boven. Opeens ging door deze vaccinatie de opklapbrug naar beneden en kon ik redelijk gemakkelijk oversteken naar de overkant, terwijl in het water velen peddelen om de overkant te bereiken of lijdzaam aan de oever al maanden op hun vaccin lagen te wachten. Anderen riepen: ‘Ik wil geen AstraZeneca, geef me Moderna of Pfizer, ik wil zelf kunnen kiezen! Antivaccers schreeuwden nog het hardst. ‘Doe het niet!’

Niet dat aan de andere kant van de brug een geplaveide weg klaar ligt, nee. Ze zijn druk bezig een nieuwe laag asfalt aan te brengen, dus de weg naar de vrijheid is geen geëffend pad.

Reikhalzend heb ik uitgekeken naar deze prik. Het helpt tegen zelf ziek worden, maar ook tegen het besmet raken van de ander. Ik moet me nog wel houden aan de basisregels: afstand houden, handen wassen en mondkapjes dragen. Het mag misschien in de volksmond een vaccin met een smetje zijn, een soort B-keuze, maar ik had niet echt een alternatief, het was dit of heel lang wachten en daar had ik echt geen zin in.

Ik ben opgelucht, maar ook benieuwd hoe mijn lichaam zal reageren. De nacht is niet anders dan anders. Rond twee uur word ik zwetend wakker en kan ik na een plaspauze de slaap moeilijk voortzetten. Ik sudder een beetje tot de ochtend. Geen opvallende klachten, ja je voelt dat je een prik hebt gekregen, maar dat is het dan ook. Voor de spiegel merk ik dat het minieme pleistertje er nog op zit, wellicht dat ik dat voelde. Grappig is dat het gaasje niet op de prik zit, blijkt uit het rode puntje op het hechtgedeelte. Ik neem uit voorzorg nog een paracetamol en hervat mijn dagritme.

Geen flauw idee wat er momenteel allemaal in mijn lichaam aan de gang is. Welk gevecht er wordt geleverd de komende twee weken. Wat ik weet: na twee prikken ben ik echt gevaccineerd. Dat is begin juli. Tenminste, dan krijg ik de tweede dosis. Maar omdat het AstraZeneca is, ben ik dan niet volledig, maar voor 60 tot 80 procent beschermd. Wat betekent dat? Hoe kun je daar naar leven? Kan je je minder vrijheid permitteren? Mag ik in plaats van 1,5 meter dan tot op 50 centimeter van mijn vrienden komen? Of mag ik een van de twee wel zoenen, de andere niet? Ach, de eerste stap is in ieder geval gezet. Er is licht in de tunnel.

Het boerenbedrijf

De afgelopen maand kon je op maandagavond kijken naar de documentaireserie De Boerenrepubliek. Dit mooi gemaakte vierluik pendelt tussen de mond-en-klauwzeeruitbraak twintig jaar geleden en het heden, waar de stikstofcrisis de boeren als een bijbelse plaag beproeft.

Ik moet vaak denken hoe mijn vader – zaliger, hij zou vandaag 95 zijn geworden – naar deze serie zou hebben gekeken. Als boer in ruste bleef hij zijn collega’s met grote belangstelling volgen. Toen Yvon Jaspers voor de boeren op zoek ging naar een vrouw, keek hij niet naar de mogelijke partners maar vooral hoe de boer zijn bedrijf runde en hoe de oogst erbij stond. Of iemand goede melkkoeien had, kon hij in een oogopslag zien.

Deze documentaire over de stand van de agrarische sector zou hij zeker hebben gevolgd. Sinds de Tweede Wereldoorlog werden de boeren het pad van hyperefficiëntie, massaproductie en export opgejaagd. Keuterboeren zijn opgeofferd aan schaalvergroting, opgezweept om alsmaar meer te produceren tegen minimale kosten. Het ging ten koste van de natuur, maar ook van henzelf. Door immense investeringen zijn ze nu de efficiëntste agrariërs van de wereld geworden, maar bij de minste of geringste tegenslag zijn zij het die de rekening betalen. Geen wonder dus dat ze van tijd tot tijd per tractor oprukken naar Den Haag.

Mijn vader had een klein boerenbedrijf en hij was er trots op. Ook hij voelde de hete adem van alles moet groter en meer in zijn nek, maar hij kon mede omdat hij wist dat er geen opvolger klaarstond, zijn bedrijf op zijn eigen manier blijven runnen. In zijn geval met paard en wagen en zo’n twintig melkkoeien. Hij wilde niet dat hij moest investeren en alles op zijn bedrijf zou roepen: ‘RABOBANK, RABOBANK!’ Dat heeft hij kunnen volhouden tot hij om gezondheidsredenen in 1987 zijn bedrijf moest verkopen. Op de boerderij kwam een burger uit Assen te wonen. De koeienstal werd een opslag voor caravans en het land ging van veeteeltbestemming over naar akkerland, gekocht door naburige boeren.

Veertien jaar later brak de MKZ-crisis uit. De koeienziekte sloeg hard toe en leidde tot het preventief ruimen van 270.000 – veelal gezonde – dieren. Mijn vader volgde destijds met grote interesse de ontwikkelingen, en hij zal blij geweest zijn dat dit leed hem bespaard is gebleven. Er is geen groter verdriet dan lijdzaam moeten toezien hoe gezonde koeien, waar je jarenlang mee hebt gewerkt, die je bij naam kent, en die voor je boterham zorgen, je boerderij moeten verlaten en afgemaakt gaan worden. Dat zag je ook goed en invoelbaar in de serie: hoezeer de boeren verbonden zijn met de grond en hun dieren. De pijn van de ruimingen was nog steeds af te lezen van de gezichten.

Ik begrijp dat verdriet ook wel. Ik ben blij dat ik niet voor het boerenbedrijf gekozen heb. Nu kan ik met een bepaalde nostalgie naar de foto’s kijken waarop ik samen met mijn vader stikstof strooi om de akker vruchtbaar te maken! Nu doet diezelfde stikstof de boeren de das om. Ik ben ervan overtuigd dat het zo niet verder door kan gaan en dat er iets moet veranderen in het landbouwbeleid. Het aantal boeren is met de helft afgenomen maar het aantal dieren is gelijk gebleven. De decennialange intensivering van de veehouderij is aangemoedigd door de politiek en de agro-sector.

Ik denk dat we terug moeten naar schaalverkleining en een andere aanpak. Zoveel dieren op een klein oppervlak kan niet goedgaan. De intensieve veeteelt is kwetsbaar voor het verspreiden van virussen. Bij de MKZ-crisis ging het om zieke dieren, die gered hadden kunnen worden door een massale vaccinatie, maar ja dan ging de totale export verloren omdat de ingeënte dieren niet meer verkocht mochten worden voor de internationale slacht. Kortom het geld ging spreken. Jaren later brak de Q-koorts uit die ook ernstige gevolgen had voor de gezondheid van mensen. En met de huidige pandemie staan we allemaal in de rij om gevaccineerd te worden omdat ergens een COVID-virus van dier naar mens is overgesprongen. Je zou toch niet willen dat ons land de oorzaak is van een volgende epidemie?

Zet de innovatieve kracht van de Nederlandse landbouw en de alternatieven die er zijn, in voor kwaliteit, niet voor kwantiteit. De meerderheid van de boeren wil veranderen of is al bezig, maar zit klem in een steeds intensiever en desastreuzer landbouwsysteem. De sector is gemangeld tussen politieke besluiteloosheid, bestuurlijk onvermogen, grijpgrage banken en machtige multinationals. Je kunt de boeren niet voortdurend op kosten blijven jagen en een paar jaar later met nieuwe regels en maatregelen komen die weer een totaal andere kant opgaan. Er moet duidelijkheid komen. Wees daarom zuinig op onze (jonge) boeren. Beproef de alternatieven en streef niet langer naar meer en groter!

Uit

Het is zaterdagavond. Ik woon nog niet zolang in Hilversum en ben op zoek naar vertier en nieuwe vrienden. Ik besluit mijn geluk te beproeven bij So What, de homobar aan het spoor. Wellicht ben ik te vroeg, want in het kleine kroegje is het niet druk. Overwegend vrouwelijke clientèle en iemand die bij de deur aan de gokkast zit. Het deuntje werkt op mijn zenuwen. Af en toe rinkelt er wat geld in het laadje. Ik zit aan de bar en volg de barman bij zijn werkzaamheden. We wisselen wat algemeenheden uit als ik een tweede biertje bestel. Zo af en toe druppelt er iemand binnen.

De barman laat de pooltafel in de vloer zakken en zet de discolichten aan. Er mag gedanst worden. Het animo is niet groot. Ik heb het gevoel dat dit hem vanavond niet gaat worden. Drink mijn glas leeg en reken af. Als ik de buitendeur wil openen beland ik in een groepje jolige jongemannen. ‘Hé, waar gaat die mooie krullenbol naartoe?!’ roept een enthousiast. Een ander verspert me de weg. Net als ik wil zeggen dat ik het wel gezien heb hier en naar huis ga, zegt een ander. ‘Doe niet zo flauw, we zijn er nu, kom drink nog een biertje met ons.’

Vrij snel krijg ik een vaasje in mijn handen gedrukt. Plotseling is er leven in de brouwerij. Ik moet het enthousiaste onthaal nog even laten indalen. De vriendengroep is een aangename verrassing. We keuvelen en drinken in een rap tempo. Ik merk dat een van de mannen meer dan normale interesse in me heeft. Na de melding voor de laatste ronde hapt hij toe. ‘Ik denk dat wij eens snel met elkaar uit eten moeten gaan,’ zegt hij bijna dwingend. ‘Het is jammer dat ik morgen in Duitsland heb afgesproken anders zouden we mooi ergens kunnen dineren.’

Ik denk nou die laat er geen gras over groeien. ‘Er zitten nog meer dagen in de week,’ riposteer ik. ‘Daar heb je gelijk in. Maandagavond dan?’

Ik ben een beetje verbouwereerd, die wil echt graag. Ik zeg dat het goed is. ‘Mooi als je me je adres en telefoonnummer geeft dan kom ik je maandagavond ophalen.’

Op de fiets naar huis denk ik, wat een bijzondere avond maar zijn de restaurants wel open op maandag? Verder maak ik me er niet zo druk om. Maandag heb ik eerst nog een volle agenda qua werk. Ik heb in Brabant allerlei voorgesprekken voor een tv-programma. Het loopt uit en als ik ook nog in de avondfile terechtkom vraag ik me af of ik wel op tijd thuis ben.

In de straat voor het studentenhuis zie ik een donkergroene sportwagen staan met een open dak. Dat zal hem toch niet zijn? Ik hoopte dat ik nog even tijd zou hebben om me te kunnen douchen. Als ik de wenteltrap op wil lopen, zie ik dat hij een praatje maakt met mijn huurbaas, die onder het pand een bloemenzaak heeft. Ik steek mijn hand op, maar loop door naar boven. Kan ik in ieder geval nog even vlug naar de wc. Ik heb nog niet doorgetrokken of ik hoor de bel.

Even later zit ik naast hem in de Mazda 5, inderdaad de groene sportwagen cabrio. Mijn krullen waaien in de wind en ik vind het op deze voorjaarsavond best wel fris. Een ander zou het misschien schitterend vinden en alle nieuwsgierige blikken willen beantwoorden met een gulle armzwaai, ik heb de neiging om in elkaar te kruipen. Als we maar geen bekenden tegenkomen!

We racen naar Breukelenveen, een goede vriendin van hem heeft daar een restaurant. Volgens mij heeft hij dit speciaal geregeld, want we zijn de enige klanten. Na het voorgerecht, schuift de vriendin aan, ze is nieuwsgierig. Het voelt als een soort ballotage. Bij het toetje komt ook de kok uit de keuken, zijn privédienst zit erop. Vanaf de bar houdt hij me nauwlettend in de gaten. Met z’n vieren nemen we nog een afzakkertje.

Op de terugweg blijft de kap open, ik trek mijn jas een beetje verder dicht. Gelukkig is het nu donker.

‘Heb je het koud?’ vraagt hij.

‘Ja ik ben meestal warmbloedig, maar ik vind het nu wel een beetje kil.’

‘Oh dat belooft wat, ik houd wel van warmbloedige types,’ flirt hij terug.

Jan, nu moet je het zeggen, denk ik. Hier in deze auto terwijl de wind om je hoofd giert. ‘Ik vond het een leuke avond, heb heerlijk gegeten, maar ik denk niet dat er een click is tussen ons.’

Zo dat is eruit. Ik wil straks zo snel mogelijk uit deze cabriolet kunnen stappen en geen gedoe meer op mijn kamer. Even laat hij het gaspedaal los en kijkt me aan. ‘Oh dat vind ik jammer, ik dacht dat…’ De rest kan ik niet verstaan door de wind.

Voor mijn huis geef ik hem een vluchtige zoen en stap snel uit. Hij kijkt me na terwijl ik de steeg inloop, ik voel zijn ogen branden. Gelukkig hoor ik toch met veel kabaal de sportwagen doorrijden.

Paaseieren

Het is Tweede Paasdag. Komen de eieren al uw keel uit? Waarom die eieren schilderen en verstoppen, dat paasbrood en een paashaas?

Bij mijn vader thuis eten ze met Pasen alleen maar eieren. Mijn oma kookt ze in een enorme grote pan en de kunst is om zoveel mogelijk eieren naar binnen te proppen. Als mijn moeder mijn vader leert kennen, vindt ze het maar een rare bedoeling zodra ze deze happening voor de eerste keer meemaakt. Haar toekomstige man verorbert zomaar tien eieren. Alle kinderen Meints eten tegen elkaar op. Negentien eieren is geen uitzondering. Iedere keer als ze dat verhaal vertelt lopen de koude trillingen over haar rug en trekt ze er nog een vies gezicht bij. ‘Je zou er dagen beroerd van worden,’ zet ze haar verhaal kracht bij. Mijn vader krijgt altijd een grote glimlach op zijn gezicht als ze over het eiereneten begint.

Dus voor ons als kinderen met Pasen geen grote hoeveelheden eieren. Eén is wel voldoende, vindt mijn moeder. Vaag kan ik me nog wel herinneren dat er in de kinderjaren chocolade eieren verstopt werden en dat we ze dan moesten zoeken. Of we er fanatiek in waren, ik weet het niet. Waarschijnlijk staat ons zoeken in schril contrast met de kleinkinderen van mijn zus. De jongens kunnen er geen genoeg van krijgen om in de tuin alle verstopte eieren te zoeken. Dapper dartelen ze door de tuin met hun felgekleurde emmertjes. Wie vindt ze het eerst en wie heeft er het meest? Het spel kan wel uren doorgaan, zo leuk vinden ze het. Iedere keer moeten de eieren opnieuw verstopt worden. Gelukkig is het mooi weer die dag.

Terug naar die traditie. Het christelijke paasfeest is vermengd geraakt met een aantal heidense lentefeesten. Eieren staan symbool voor vruchtbaarheid, voor wedergeboorte. De komst van de lente wordt gevierd met eieren, door ze in de bomen te hangen. Het verstoppen van de eieren is een van oorsprong Duitse traditie. De Germanen offerden eieren aan de goden. Ze begroeven de eieren in de akkers en baden vervolgens om een vruchtbare oogst.

Een andere verklaring voor de eieren– die meer vanuit een religieuze hoek komt – heeft te maken met de periode van het vasten. Tijdens deze periode is het als christen niet de bedoeling dat je vlees en zuivel eet. Vroeger werden eieren als zuivelproducten beschouwd. Die bleven dus liggen, terwijl de kippen gewoon doorgingen met broeden. Na de vastenperiode werd het een gewoonte om een deel van het overschot op te eten.

Maar welke rol speelt de paashaas in dit geheel? Want een haas legt geen eieren en heeft ook geen mandje op zijn rug. Een uitleg is de volgende: vogels leggen wel eens eitjes in de holen van de hazen. Dat zou de link tussen hazen en eieren kunnen verklaren. Wel is bekend dat een ei het symbool is van nieuw leven. Aangezien Pasen in het vroege voorjaar valt, is de link met nieuw leven – lente staat symbool voor nieuw leven – wel logisch. De haas is van oorsprong een heidens symbool en staat voor vruchtbaarheid. Het eten van eieren is over de hele wereld verbonden met feesten in het voorjaar.

Ten slotte nog het paasbrood. Na de vastenperiode wordt er traditiegetrouw uitgebreid gegeten om de ‘sobere’ tijd af te sluiten. Paasbrood is nu eenmaal brood in een chic jasje, met extra veel ingrediënten: spijs, rozijnen, noten, krenten, sukade, sinaasappelsnippers. De keuze voor brood is natuurlijk te verklaren door de woorden van Jezus, die zichzelf vergeleek met het brood dat hij uitdeelde.

Zo lopen verschillende tradities door elkaar en speelt de hedendaagse commercie er handig op in. De supermarkten hebben een recordomzet met de paasverkoop. Dus wordt vandaag niet al te misselijk van het eten van eieren in welke vorm dan ook. ‘Al valt dat ook wel een beetje mee,’ zegt mijn vader, terwijl hij nog vlug een paaseitje in zijn mond stopt.

 

Passie

Vandaag begint de laatste week van de veertigdagentijd ook wel de Goede of Heilige Week genoemd. De laatste dagen daarvan zijn de belangrijkste. Witte Donderdag, waarop Jezus’ laatste maaltijd wordt herdacht. Goede Vrijdag, waarin Jezus’ kruisiging centraal staat.

Misschien frons je je voorhoofd, hoezo Goede Vrijdag? Het is toch niet bepaald een dag die tot vrolijkheid stemt, de dood van Jezus, wat is daar goed aan? Toch is Zijn sterven aan het kruis goed nieuws. Jezus die geboren is – dat vieren we met kerst – om de wereld houvast te bieden, om vrede op aarde te brengen voor iedereen die in Hem gelooft, sterft drieëndertig jaar later de kruisdood voor de zonden van de wereld, zodat we deel kunnen hebben aan het eeuwige leven.

Zijn laatste woorden aan het kruis zijn: ‘Het is volbracht.’ Dat betekent niet dat het klaar is in de zin van ‘ik kan niet meer, het is afgelopen.’ Het zijn geen woorden van een verliezer, maar van een winnaar. Zijn bloed vloeit om ons te bevrijden van de dood. Jezus geeft op Goede Vrijdag Zijn leven om ons echte vrijheid te bieden. Om ons te verzoenen met God. Een groot offer. Je zou bijna zeggen: ‘An offer you can’t refuse.’

De zaterdag die volgt wordt Stille Zaterdag genoemd. Diegenen die Jezus liefhebben rouwen omdat Hij gestorven is. Maar de dood is niet het einde. Het grote wonder gebeurt op Paaszondag. Het graf is leeg. Jezus is opgestaan! Terwijl Zijn leerlingen rouwen om Zijn dood, stapt Jezus hun huis binnen. Hij heeft de dood overwonnen en bezoekt Zijn verdrietige vrienden.

Pasen is misschien wel het belangrijkste feest uit de Bijbel. Het feest waarop we vieren dat Jezus Christus leeft en de dood heeft overwonnen. Al onze schuld is weggedaan. Het graf is open en de weg naar God ook. Dat is goed nieuws.

Net als met kerst hebben we een magazine uitgegeven: Passie. Hierin staan zeven verhalen over mensen die ooggetuige zijn van Jezus’ lijden en sterven. Hun verhalen zijn een vrije bewerking vanuit de vier Evangeliën in de Bijbel en laten Petrus, Maria, Pilatus, Judas, Simon van Cyrene, Maria Magdalena en Thomas aan het woord. Het gaat over vriendschap en verraad. Over hoop en opstanding, over lijden en dood.

De glossy die prachtig is geïllustreerd leest als een roman. In eerste instantie begrepen de ooggetuigen niks van dit plan van God. Deel in hun verdriet en pijn. Twijfel en wanhoop. Passie en liefde. Hun zoektocht naar waarheid en hun diepe vreugde als ze die ontdekken. Ervaar dat Jezus het Licht van de wereld is. Ook voor mensen van vandaag!

Mentor

De grond naast mijn oor is warm, om me heen fluiten de voorjaarsvogels. In de verte razen auto’s over de A27. Voor een dringend advies om vooral thuis te werken zijn er nog veel mensen onderweg. Ik lig uit te hijgen, ik moet toegeven dat ik een conditie van een oude sok heb.

Even sluit ik mijn ogen om op adem te komen. Als ik ze weer open, kijk ik tegen een blauwe hemel aan met uitbollende stapelwolken. Meteen ben ik weer een klein jongetje en probeer allerlei figuren te onderscheiden.

Sterker nog, ik lig in het hooiland van mijn vader, hij is vlakbij druk aan het werk. Hij fluit ten teken dat hij het naar zijn zin heeft. Ik verdoe mijn tijd met het verzinnen van verhaaltjes die zich in de wolken afspelen. Twee hondjes die achter elkaar aan zitten. Een grote boze beer die toekijkt. Het is een onbezorgde tijd. Ik heb nog geen besef wat zich allemaal afspeelt in de wereld. Geen flauw benul van zwarte gaten waar je in kunt verdwijnen of allerlei planeten in het uitdijende heelal lichtjaren ver weg. Of een man met een baard die me later bestraffend zal toespreken. Nee, de eerste mens moet nog op de maan landen.

Een sportvliegtuigje haalt me uit mijn dagdroom. De wolken die in eerste instantie verstard leken, trokken in vlot tempo verder, opgejaagd door de heerszuchtige wind.

Sinds kort heb ik mijn Mentor van stal gehaald. Ik ben dat eeuwige wandelen zo zat, steeds datzelfde blokje om, terwijl ik liever in het zwembad lig. Mentor ziet er nog goed uit, al moet ik hem wel uit het stof en de spinnenwebben tevoorschijn halen. Ik heb zijn banden opgepompt en de volgende dag waren ze niet leeggelopen, dus ik durf het aan om een stukje met hem te gaan fietsen.

Enkele weken geleden heb ik met een vriendin een rondje om de IJssel gefietst. Zwolle, ’s Heerenbroek, Wilsum, Kampen, Zalk en dat is zo goed bevallen dat ik me afvroeg: waarom fiets ik eigenlijk nooit meer?

En zie daar, nu maak ik dagelijks een tochtje. Ik heb de kortste en mooiste route door het bos naar het zwembad in Bussum gevonden. Met heimwee heb ik even door de glazen naar binnen gegluurd. Het water lag er rimpelloos bij. Rondje Loosdrecht, Lage Vuursche, Tienhoven, verzin het maar, de mogelijkheden in het Gooi zijn legio. Het is wel wennen als je eigenlijk jaren niet meer op een fiets hebt gezeten.

De eerste middag had ik rode strepen in mijn handen omdat ik het stuur zo krampachtig vasthield. Ik realiseerde me dat het best wel snel gaat als je het vergelijkt met lopen. Mijn achterwerk moet nog erg wennen, totaal geen vlees op de botten, terwijl ik toch dagelijks zit, maar het zal aan de onwennige beweging liggen. En mijn rechterknie speelt op. Bij een vorige vorstperiode in 2011 ben ik uitgegleden en heb ik hem geblesseerd. Zeker als het nu een beetje omhoog gaat, merk ik dat er iets aan de hand is.

Langzaam sta ik op en bestijg mijn stalen ros om terug naar huis te fietsen. Even ben ik vergeten dat er ook nog zoiets bestaat als tegenwind en dat je dan een tandje extra moet trappen. Doordat ik met een open bakkes fiets, vind een vliegje het fijn om mijn keelgat binnen te vliegen. Ik proest het uit. Niet zo handig als hoesten en niezen in het openbaar taboe is. Maar ach, wat zit ik te klagen, mijn territorium is enorm uitgebreid en ik kom nog eens ergens…

Elke stem telt

Deze week mag ik mijn stem uitbrengen. Welke volksvertegenwoordiger kies ik die mijn belangen in de Tweede Kamer het beste kan behartigen? Een serieuze zaak. De aanloop naar de verkiezingen is kort. Diverse partijen – dit jaar meer dan ooit – vragen om mijn aandacht. De politieke kopstukken zijn niet van de televisie en radio te slaan. Online campagne voeren is erg belangrijk, zeker nu het flyeren in straten en op markten en het houden van massabijeenkomsten niet gewenst is. Het is grappig om te zien welke partijen de algoritmen van Facebook voor me hebben geselecteerd, omdat die volgens hen mijn interesse hebben. Toch heb ik geen enkele boodschap aangeklikt. Facebook leidt het blijkbaar af van de onderwerpen waarover ik schrijf en de dingen die ik in zoekmachines raadpleeg.

Ik bereid me altijd goed voor. Lees de artikelen die in de Volkskrant verschijnen over de Tweede Kamerverkiezingen. Ze behandelen elke dag een partij en zetten de hoofdpunten overzichtelijk op een rijtje. Soms is er een dubbele pagina waarin de lijsttrekker aan de tand wordt gevoeld. Ach, eerlijk moet ik toegeven dat ik niet elk artikel lees, want er zijn partijen waar ik sowieso niet op zou stemmen.

Ook vul ik altijd wel even een Kieswijzer in. Meestal is de uitkomst geen verrassing. In vier jaar tijd ben ik niet van politieke kleur veranderd. De uitkomst zit altijd in hetzelfde kwadrant. Opmerkelijk is wel dat er bij al die enquêtes nooit de partij uitkomt waar ik uiteindelijk op ga stemmen. Het is misschien ook freaky als je het met alle standpunten van een partij eens bent. Het blijft schipperen tussen belangen die zwaarder wegen dan andere. Een leuk alternatief is de Stemchecker van de Volkskrant waarbij de stellingen gaan over wat de partijen de afgelopen vier jaar hebben gedaan en niet wat ze beloven in hun partijprogramma’s.

Het valt me op dat de meeste Nederlanders wat linkser in hun opvattingen zijn dan tien jaar geleden. Uit een kiezersonderzoek van I&O Research blijkt dat er een opmerkelijke grote consensus bestaat onder de kiezers over wat er de komende jaren moet gebeuren. Zo is het geloof in de marktwerking in de zorg en andere publieke sectoren sterk afgenomen. Ook over onderwijs is de stemming onder het electoraat omgeslagen. Inmiddels wil 66% juist de basisbeurs voor studenten terug. Tevens staat de verhoging van de AOW-leeftijd ter discussie. Nu wil 60% juist weer terug naar een pensioensleeftijd van 65 jaar.

Merkwaardig is dat de linkse partijen hier geen garen bij spinnen. Een ruk naar links zal er wellicht niet komen. Voor het linkse blok voorspellen de verkiezingen weinig goeds. Ze hebben hun oppositie niet te gelde kunnen maken. Zelfs een voorstel van Jesse Klaver om een alliantie te vormen stuit op verzet. Andere linkse partijen zien niks in zo’n progressieve samenwerking voor de verkiezingen.

Ik breng mijn stem uit in de Emmauskerk. Erg benieuwd of het dit keer ook in het bijgebouw is, want de weg ernaar toe is niet erg coronaproof. Een smal tegelpad leidt naar de ingang en het zal niet wenselijk zijn dat de kiezer via dezelfde route (met z’n eigen rode potlood in de hand) het pand weer kan verlaten.

Daarnaast is er nog een ritueel waar ik naar uitkijk. Onder de vrijwilligers zit een man die altijd mijn geboortegrond prijst als hij de gegevens op mijn stempas controleert. Luid roept hij door de ruimte dat hij ook een Drent is. Tja, je moet de moed erin houden als je daar zo’n hele dag zit. Ik stap altijd wel met een grote glimlach het stemhokje binnen na deze opmerking. Maar voorspelbaar is het wel.

Kadir en keer

Ik ben laat. Met twee passen tegelijk ren ik de trappen van het Museum Hilversum op. Bij de kassa rekent nog iemand af. Gelukkig ik ben niet de enige. Vanaf de onderste etage hoor ik het geroezemoes. De lezing is populair. Ik schuif aan op de achterste rij en pak uit mijn schoudertas pen en papier. Oké, ik ben er klaar voor.

Het podium is voor fotograaf en filmmaker Kadir van Lohuizen. Een lange man met een bos weelderige zwarte krullen die grijs beginnen te worden, stelt zich voor. Hij vertelt boeiend over zijn oeuvre. In het bijzonder over zijn projecten rond de thema’s milieu en klimaat. Kadir neemt ons aan de hand van zijn foto’s mee naar Groenland, de Fuji-eilanden, de kust van Yorkshire en atollen in de Grote Oceaan.

Het is een ongemakkelijke boodschap maar we moeten echt iets doen tegen de stijgende zeespiegel, de opwarming van de aarde, overstromingen en de toenemende CO2-uitstoot. Het feit dat in één week de temperatuur in ons kikkerland dertig graden kan verschillen moet alle alarmbellen doen afgaan!

Tijdens zijn lezing val ik van de ene verbazing in de andere. Zijn fotoreportage over Miami, een stad die luttele centimeters boven zeeniveau ligt, is me bij gebleven. Hoe bij springtij elke maand het zoute water vanuit de riolering over de straten stroomt. ‘De sunny day flooding, noemen ze dat daar,’ zegt Van Lohuizen. ‘Ze leggen honderden pompen aan om het zeewater weer weg te pompen, maar die draaien op elektriciteit. En de stroom valt bij zware stormen vaak uit.’

Maar nog steeds woedt in Miami, favoriet overwinteringsoord, een bouwkoorts. Welgestelden kopen er peperdure nieuwbouwappartementen, terwijl de stad op deze plek geen toekomst heeft. Deze luxe appartementen verdwijnen in de zee.

Al jaren laat Van Lohuizen ons de gevolgen van klimaatverandering zien. Onlangs is zijn fotoboek ‘After Us the Deluge’ uitgekomen. Blader door het boek en een gevoel van benauwdheid overvalt je, de schoonheid van tropische eilanden in de Grote Oceaan, de levendigheid van New York, het lome subtropische klimaat van Miami en de ondernemende mentaliteit van Nederlandse waterstaatkundigen ten spijt. Aan het woord zondvloed kleeft geen overdrijving. We moeten echt niet denken dat het allemaal wel meevalt. Willen we in Nederland leven achter een metershoge dijk langs de gehele kust? En wat te denken van de toenemende hoeveelheid regenwater dat via de rivieren aan de andere kant ons land binnenstroomt.

De klimaatcrisis moet een serieus onderdeel van de komende verkiezingen zijn. Het is zo urgent en de prijs van niks doen zo hoog dat we het tegenover de volgende generatie(s) niet kunnen rechtvaardigen om nu geen actie te ondernemen. Anders zullen de (klein)kinderen daar de zure vruchten van plukken. Laat de klimaatcrisis zwaar meetellen als je over een week het rode potlood in je handen hebt.