In de steigers (2-miscommunicatie)

De eerste keer dat er een man voor je raam langsloopt, terwijl je driehoog woont, is even schrikken. O ja, het flatgebouw staat in de steigers. Niet elke dag zijn de werkmannen aanwezig. Er valt geen peil op te trekken of je lekker rustig thuis kunt werken of dat je ‘verdrinkt’ in bouwgeluiden, zoals mannenkreten, Nederlandstalige muziek, kloppen, boren en hameren.

Nu de stellage staat zal er wel elke dag een activiteit zijn, maar dat valt vies tegen, vandaar dat we minstens zestien weken zijn omsingeld. Verschillende bedrijven maken gebruik van de steigers en ze moeten agenda’s en de aard van hun werkzaamheden op elkaar afstemmen. Dat vergt goede communicatie tussen de uitvoerenden, de VvE en de bewoners. En daar valt nog wel het een en ander aan te verbeteren.

Hogedrukspuit

Allereerst is er veel reinigingswerk met een hogedrukspuit (dakpanelen, kozijnen en muren). Het advies is om ramen, deuren en luchtroosters dicht te houden. Daarnaast moeten de balkons ontruimd zijn, zodat de mannen niet bij hun werkzaamheden worden gehinderd door tuinmeubilair. In plaats van een rooster te maken welke portiek of woonlaag op welke dag aan de beurt is, is er geen peil op te trekken. De werkers zoemen als bijen om de flat en zijn nu eens aan de achterkant en dan weer voor bezig. Of ze zijn dagenlang afwezig.

Vandaag werk ik thuis en de balkondeur staat open, want het is lekker weer. De man met de hogedrukspuit is bezig met de ramen bij de hoge nummers. Plotseling hoor ik gestommel, wel erg dichtbij. Voordat ik iets kan doen, piept een waterstraal onder mijn balustrade door zo de kamer binnen. Ik spring op, vloek een keer goed en sluit snel de balkondeur.

‘Sorry,’ hoor ik de spuiter zeggen, ‘ik wist niet dat je deur openstond.’ Gelukkig is er geen schade, maar ik hou die dag wel alles potdicht.

Rood spul

Op een woensdagmiddag kom ik thuis: wat is dat voor rood spul op mijn balkon? Ook op het achterbalkon rood gruis en zelfs mijn dekbed zit er onder. Wat blijkt? Tussen het appartement van mij en de buurvrouw is een sleuf geboord in de muur (zowel voor als achter) om de laatste vleermuizen de kans te geven te ontsnappen uit de spouwmuur. Maar waarom geen bericht via briefje of app dat het gaat gebeuren zodat je ramen en deuren dicht kunt doen. Want je kan toch niet wekenlang alles hermetisch gesloten houden? Ik word er zo droevig van. Het blijkt ook met grof geweld te zijn gebeurd, meldt de tuinman mij de volgende dag, de brokstukken lagen op het trottoir. Terwijl daar ook auto’s staan. Mopper de mopper, stofzuigen en vegen; er zit niks anders op om te voorkomen dat er een rood spoor door mijn hele huis trekt.

Een tweede stofplaag komt door het zandstralen van de buitenmuur. Alles is dicht maar toch zit de vensterbank binnen onder het rode stof. Opnieuw moet ik de balkons schoonmaken. Aan ramenwassen begin ik voorlopig niet, dat heeft totaal geen zin.

Het roept ook vragen op over de volgorde van de werkzaamheden, was het niet handig geweest met de isolatie te beginnen en af te sluiten met het zandstralen en de schoonmaakwerkzaamheden, want nu zit het verse schilderwerk onder het stof.

Afgelopen vrijdag is er grote commotie op de bewonersapp. De ankers in de muren worden geboord en de dikte van de muren is niet goed opgemeten. Ik zie allerlei foto’s van bewoners met gaten in de muur. Hoe zal ik vanavond mijn woonkamer aantreffen?

Welke kleur?

Maar de grootste sof qua communicatie is het schilderwerk. Bij de laatste VvE-vergadering is er een kleurencommissie ingesteld die zal kijken welke kleur voor de balkons en de buitendeuren wenselijk is, respectievelijk geel en groen nu. Maar over de uitslag is verder nooit gecommuniceerd. Laat staan dat we er als bewoners gezamenlijk over mogen stemmen. Ik geef toe dat is een gedoe, want niet iedereen heeft dezelfde smaak en kleurvoorkeur. Nu is er een melding in de app met de vastgestelde kleurcodes en de mededeling dat komende maandag de schilders aan de slag gaan. Commotie alom want de nieuwe kleuren zijn antraciet en wit. Ik krijg meteen het visioen dat het flatgebouw in een grote rouwkaart veranderd. De gekozen kleuren doen ook erg denken aan een parkeergarage. Witte muren met een grijze onderrand en pilaren.

Moddergooien

De beslissing is door één persoon genomen zonder verdere communicatie. Volop gekrakeel op de app. Er zijn mensen die opperen dat we zijn gebonden aan de huidige kleuren vanwege de schoonheidscommissie van de gemeente. Het geel komt terug in de muurvlakken, zowel in ons flatgebouw als bij de laagbouw aan de overkant van de straat.

De algemene deler van het moddergooien op de app is dat deze kleurstelling niet de bedoeling kan zijn. Na veel geharrewar worden de buitendeuren toch groen – mede omdat de trespa-panelen rondom de brievenbussen ook die kleur hebben – met witte balkons en pilaren. De trappen achter naar de tuinen worden wel antraciet. Die kleur is besteld en de eigenaren van de tuinen hebben geen bezwaar; het is van de straat af toch niet te zien.

Zalig zo’n verduurzaming! Ik zal erg blij zijn wanneer we uit deze ‘gevangenis’ bevrijd zullen zijn en de werkzaamheden zijn afgerond! Dat is gelukkig afgelopen week gebeurd. Na tweeëntwintig weken zijn de steigers weg!

Treinkaping Wijster

Dinsdag 2 december 1975 gebeurt er iets uitzonderlijks. De stoptrein Groningen – Zwolle komt iets na tien uur in een weiland ter hoogte van Wijster plotseling tot stilstand. Er is aan de noodrem getrokken. Zeven jonge Zuid-Molukkers dringen gewapend de treincoupé binnen en roepen: ‘Menu Muria, handen omhoog! Dit is een kaping!’

Ik ben net veertien jaar oud en weet wel dat vliegtuigen door terroristen worden gekaapt, maar dit is nieuw voor mij. Het schokkende nieuws heeft een directe link met mijn woonplaats Bovensmilde. Daar is sinds oktober 1969 een Ambonese wijk, dat is de term die we gebruiken, en jongeren uit deze wijk kapen een trein in hun streven naar een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken (RMS).

De kapers zijn in station Assen opgestapt en hebben cadeaus bij zich, verpakt in sinterklaaspapier. Als de trein stilstaat, scheuren ze de verpakkingen open, toveren wapens tevoorschijn in de kleuren van de Molukse vlag. Met veel kabaal drijven ze de tweeënzeventig treinpassagiers bij elkaar. Ze delen oude kranten en tape uit aan de gegijzelden. ‘Ramen dichtplakken!’ schreeuwen ze. ‘Wie zich verzet, krijgt een kogel door de kop!’

Eisen van de kapers

Meteen aan het begin valt de eerste dode, de machinist die komt kijken waarom de trein tot stilstand is gekomen wordt beschoten en later dood op de rails gegooid. De kapers laten een paar vrouwelijke passagiers vrij om hun eisen over te brengen. Ze willen een bus naar Schiphol en de beschikking over een vliegtuig. Als het niet wordt ingewilligd, zullen ze vanaf één uur elk uur een gijzelaar executeren.

Het beleidsteam dat in Beilen en Den Haag in allerijl is ingericht, heeft echter een andere tactiek. Tijd rekken en traineren; wel praten, maar niet toegeven. Dus blijft het stil rondom de trein als het ultimatum afloopt.

De kapers voegen vervolgens de daad bij woord. Ze kiezen een willekeurig slachtoffer uit. Maar de executie gaat slordig. De passagier wordt niet geraakt, maar houdt zich dood en weet later te ontvluchten. Een tweede slachtoffer, een dienstplichtig soldaat is niet zo gelukkig. Hij valt dood neer naast de trein. Inmiddels weten mensen die in het achterste treinstel zitten te ontsnappen, samen met de conducteur.

Geen van de eisen wordt ingewilligd, ook niet als op donderdag 4 december een derde passagier wordt doodgeschoten. https://youtu.be/LOyPe-oVN5Q

Nog een bezetting

Op diezelfde donderdag besluiten zes andere jonge Molukkers uit Bovensmilde, onder wie een broer van de treinkapers, samen met een Molukker uit Amsterdam, de Indonesische ambassade in Amsterdam te bezetten om hun kameraden in Wijster te ondersteunen. In de paniek valt er een dode als een medewerker van het Indonesische consulaat bij een ontsnappingspoging uit een raam springt. Maar de bezettingsactie is impulsief en slecht voorbereid. Er blijkt nog een school voor Indonesische kinderen in het gebouw te zijn en de consul-generaal is er niet, die zit bij een vergadering in Den Haag over de gijzelingsactie in Wijster. (Voor meer info zie de documentaire die Andere Tijden over deze bezetting heeft gemaakt.) De vergeten gijzeling – Deel 1 – Andere Tijden; De vergeten gijzeling – Deel 2 – Andere Tijden

Overgave

Beide gijzelingsacties slepen zich dagenlang voort. Na bemiddeling door Johan Manusama (president in ballingschap van de Republik Maluku Selatan) en de weduwe van Chris Soumokil (president van de Republiek van de Zuid-Molukken) geven de treinkapers zich op 14 december over en komen de laatste 23 gijzelaars vrij. Dat herinner ik me nog goed. Het is op een kille zondag en zoals gewoonlijk breng ik die zondag door met een vriend. We zijn bij hem thuis, maar zitten voor de buis om te zien hoe iedereen de trein verlaat. De kapers geven op omdat er berichten zijn over represailles op de Molukken. Daarnaast is het flink gaan vriezen, waardoor het verblijf in de trein voor iedereen onaangenaam is geworden. https://youtu.be/y3VT2ryC06I

De bezetting in het consulaat gaat nog vijf dagen door. Ook dan geven deze zeven bezetters zich vrijwillig over, na intensieve bemiddeling door onder andere dominee Metiary uit Assen, die de jongens persoonlijk kent. https://youtu.be/KLF3SPKTD2c

Begrijpelijk

Ik ben verbaasd over de beide acties van mijn dorpsgenoten. Je kent de voorgeschiedenis van de Zuid-Molukkers niet. Ze zijn in het dorp komen wonen omdat ze niet langer in het voormalig concentratiekamp in Westerbork mochten wonen. Hoe ze daar terecht zijn gekomen weet je eigenlijk niet. In die bewogen decemberdagen van de gijzeling geven de media meer achtergrondinformatie, maar veel later besef je hoe schandalig de Molukkers – namelijk voormalig KNIL-militairen en hun gezinnen – door de Nederlandse overheid zijn behandeld. Dat de beloften die aan hen gedaan zijn toen ze in 1951 gedwongen naar Nederland kwamen, op geen enkele wijze zijn ingelost. En dan begrijp je dat hun kinderen het niet meer pikken en in actie komen. Het is dan ook geen verrassing dat er nog meer (radicale) gijzelingsacties volgen, waarvan twee wel heel erg dicht bij huis.

PS  Mocht je meer willen lezen over deze treinkaping dan kan ik je twee boeken aanraden: IJsbloemen en witte velden: Ger V. en een spoor van geweld (1989), ISBN 90-6074-285-0

Korban: het verhaal van een Molukse activist (1998), ISBN 90-295-4821-5

Of de Telefilm Wijster: https://youtu.be/kDIft5iG95w

Pijnlijk zitvlak

Veel zitten is niet goed. Onderzoek toont aan dat langdurig zitten schadelijke effecten heeft. Afgezien van mijn work-out bij het distributiecentrum heb ik een zittend beroep en ben ik veel aan een stoel gekluisterd. Nu kan je een sta-bureau aanschaffen en zitten en staan afwisselen, maar dat komt er niet van. Ook een wandeling tussen de bedrijven door, zit niet standaard in het werkpakket.

IDFA

Dat urenlang zitten op je achterwerk funest kan zijn, merk ik als ik voor het Internationale Documentaire Festival Amsterdam (IDFA) meer dan veertig kaartjes heb gekocht. Ik dompel me volledig in het festival onder. Veertien dagen lang; vier, vijf documentaires per dag is geen uitzondering. Het is leuk en geeft me veel energie en inspiratie.

Maar je zit erg veel, soms ook wat ongemakkelijk in doorgezakte bioscoopstoelen. Tijdens de laatste festivaldagen merk ik dat er iets niet in orde is. Ik heb weinig zitvlees dus mijn achterwerk voelt pijnlijk aan. Je probeert op één bil te gaan zitten en dat steeds af te wisselen. Mensen irriteren zich aan je, blijf toch eens rustig zitten! Thuis voel ik aan de bilnaad. Hij is gespannen en met een spiegel zie ik dat hij vuurrood is, het lijkt wel geïrriteerd. Toch blijf ik de laatste twee dagen volhouden, maar het begint steeds pijnlijker te worden. Hoe kan het dat ik op mijn zitvlak een ontsteking ontwikkel?

Naar de huisarts

De dag nadat het festival is afgelopen, ga ik naar mijn moeder. Het is zondag, mijn vaste dag om haar te bezoeken in Assen. Ik zit op het puntje van de autostoel, het is allemaal erg ongemakkelijk. De druk in de bilnaad is niet te harden. Paracetamol helpt niet meer.

Omdat ik ook moe ben lijkt het me verstandig dat ik bij mijn moeder blijf slapen. Mijn vader is een paar maanden geleden overleden en zijn bed is er nog. Maar ik doe die nacht geen oog dicht. Ik kan niet op mijn achterwerk liggen, en ik ben geen buikslaper. Ook een zijligging veroorzaakt pijnlijke druk. Ik voel dat er een enorme bult zit. Alsof ik een derde bal heb.

’s Ochtends zeg ik tegen mijn moeder dat ik het niet meer volhou en dat ik voordat ik naar huis ga eerst bij de huisarts van mijn vader langsga, om te kijken of er wat aan te doen is. Nadat ik de broek heb laten zakken is zijn oordeel duidelijk: ik moet onder het mes. Hij durft het niet aan om de ontsteking door te prikken mede omdat het op een delicate plek zit.

Operatie

Voordat ik me bij het Wilhelmina ziekenhuis meld, breng ik mijn moeder op de hoogte. Via de spoedeisende hulp ga ik naar de afdeling waar veelal mannen liggen met prostaatproblemen. Omdat de operatie niet ingepland is, moet ik afwachten tot ik aan de beurt ben. Ik loop wat over de gang en praat met de mannen om de tijd te doden en mezelf af te leiden van de pijn.

Om iets over zeven uur ’s avonds ben ik aan de beurt. Ik word naar de ok gereden. Het is de bedoeling dat ik een ruggenprik krijg, volledige narcose is niet nodig. Nu heb ik me daar de hele dag zorgen overgemaakt, want wat dat betreft is het geen aanrader dat je een programma over medische missers hebt gemaakt en je de verhalen kent van wat er mis kan gaan met een ruggenprik.

Gelukkig is het een bekwame anesthesist. Hij stelt me gerust en al snel voel ik mijn onderlijf niet meer. De jonge chirurg komt binnen en stelt zich voor. Hij verontschuldigt zich dat ik zo lang heb moeten wachten, maar dit is de laatste klus voor vandaag. Ik ben zeg maar het toetje. Het is niet mijn eerste operatie, maar nu maak je alles mee en je hoort alle communicatie van je behandelaren. Je kunt er zelfs op reageren, maar ik heb een roesje gekregen en laat het maar gebeuren.

Ik weet niet hoelang het duurt maar dan staat de arts bij mijn hoofd. Hij laat me zien wat hij verwijderd heeft: een bekertje ter grote van een theekopje vol met pus en andere onfrisse troep. Hij zegt: ‘Nu zal de druk over zijn, ik weet nog niet of het een cyste of een ontstoken klier was, maar ik zie je morgen.’

Rond acht uur ben ik weer op zaal. Opnieuw slaap ik slecht. Ik krijg pijnbestrijding als de verdoving is uitgewerkt. Ik mag ’s ochtends van bed als ik geplast heb. De verpleegkundige heeft een apparaatje waarmee ze de blaasinhoud kan checken. Nu vind ik het lastig om zo in bed te moeten plassen. Als ik denk dat het klaar is, zegt zij dat ik nog goed moet uitplassen. Zij kan zien dat er nog urine in de blaas zit. Verdorie die moderne techniek ook.

Thuiszorg

In de loop van de ochtend regelt zij dat ik thuiszorg krijg in Hilversum. De wond is niet dichtgenaaid, hij moet openblijven en langzaam dichtgroeien. Aangezien ik alleen woon heb ik hulp nodig om de wond te spoelen, schoon te houden en te verbinden. De ochtend slijt ik met een nieuwe overbuurman, een cameraman van TV-Drenthe die aan dezelfde kwaal zal worden geholpen. Ik probeer hem gerust te stellen.

Na het middageten mag ik naar huis. Mijn neefje komt me halen, want autorijden is lastig met zo’n wond tussen je billen en hij brengt me naar huis.

Thuis krijgt ik tweemaal per dag een verpleegkundige over de vloer die me helpt met de wondverzorging. Ik zorg dat ik daarvoor heb gepoept want als dat gebeurt nadat je net verzorgd bent, heb je een probleem, want hoe krijg je het verband weer goed bevestigd. Het is een raar idee dat je zo ineens hulpbehoevend bent. Maar je moet je er maar aan overgeven. Al snel krijg ik een vaste verpleger waar ik me prettig bij voel. De grote snee herstelt langzaam en het verband en steriele gaas is steeds kleiner.

Kwetsbare plek

De behandelend arts geeft bij een nacontrole aan dat het altijd een kwetsbare plek zal blijven en dat het opnieuw kan gaan ontsteken. Ik zeg dat ik het in de gaten hou en dat ik hem weet te vinden als het zover mocht zijn. Hij lacht. ‘Misschien is het dan goed om een arts in Hilversum te zoeken…’

Hij krijgt gelijk, want na een jaar voel ik een herkenbare zwelling op dezelfde plek. Ik heb geen zin om weer onder het mes te moeten, dus ik verzin een manier om de ontsteking in een vroeg stadium zelf open te breken. Ik neem een warm bad met soda. Met veel baden en geduld breekt de ontsteking uiteindelijk open en ik weet nu hoe ik de wond met steriel gaas moet behandelen en schoonhouden.

Het is niet de laatste keer dat het gebeurt. Twee weken terug voel ik mijn zwakke plek weer opzetten. Maar inmiddels pas ik routinematig de beproefde methode met warme sodabaden toe om het probleem in de kiem te smoren.

Pestbosje

Twee foto’s trekken mijn aandacht als ik ’s ochtends de krant lees. En de kop: ‘Wat doen al die kleine bosjes in het boerenlandschap?’ Ik ben meteen terug op de boerderij, want dit herken ik. Tussen de Grietmans- en Meesterswijk zijn er in mijn jeugd ook minimaal twee van die kleine bosjes. Ik vroeg me altijd af waarom de eigenaar dit kleine stukje land niet had ontgonnen? Het betekende toch inkomsten, nu stond zo’n bosje er maar? Ik denk dat ik mijn vader daar weleens naar gevraagd heb, maar zijn antwoord herinner ik me niet. Wel weet ik dat de bosjes verboden terrein waren.

Boomhut maken

De kleine bosjes zijn moeilijk bereiken, ze liggen niet in de buurt van de boerderij. Je moet over de landerijen lopen, er is geen pad. En natuurlijk iets wat verboden is, heeft altijd een bepaalde aantrekkingskracht. Dus met de buurjongens toch maar eens op verkenning. Er zit een droge greppel om het vierkante bosje dus we kunnen gemakkelijk het gebied betreden. Er is niets bijzonders aan het terrein te zien, maar het feit dat we er niet mogen komen maakt het toch spannend. Ik weet dat we daar een middag hebben gespeeld en bezig zijn geweest om er een boomhut te bouwen. We klimmen in de bomen en zijn druk bezig om losse takken te verzamelen. De boomhut is er nooit gekomen. Misschien zijn we ‘betrapt’ en weggejaagd, maar in ieder geval is het een eenmalige actie.

Functie van zo’n bosje

Nieuwsgierig lees ik het krantenartikel. Het is de laatste in een serie ‘Tussen horst & griend’ waarin Caspar Janssen de Nederlandse natuur en landschappen verkent via vergeten woorden. Hij laat ons zo de kronkelwaarden, vloeiweides, vlechtheggen en grienden ontdekken, en maakt duidelijk hoe ze opnieuw van waarde kunnen zijn. Vandaag gaat het dus over bosjes van een paar honderd vierkante meter, plompverloren tussen akkers en weilanden. Ooit hadden ze een functie, bijvoorbeeld als houtvoorziening voor de boer: het geriefbosje. Een beetje een vieze term of is dat mijn dirty mind? Alsof het een voorloper is van huidige cruising area’s, waarin mensen in de natuur aan hun gerief kunnen komen. Gerief is een oud-Hollands woord, dat gemak, comfort of gebruiksvoorwerp betekent, maar dus ook genot.

In het artikel is ook sprake van pestbosjes of miltvuurbosjes. En dan komen we ergens, want dat zou weleens de functie van deze plukjes bomen met een sloot eromheen bij ons in de buurt kunnen zijn geweest.

Begraafplaats kadavers

Op deze plekken werden vroeger kadavers van vee begraven, tot in de eerste helft van de vorige eeuw. Koeien vooral, slachtoffer van veepest, longziekten, miltvuur of andere ziekten. Pas in 1924 werd het begraven van vee verboden, kadavers werden sindsdien opgehaald en vernietigd door een bedrijf. Ik weet dat mijn vader de dode dieren naar een zwarte bak aan de Drentse Hoofdvaart bracht. Werden de dode dieren van mijn voorvaderen in die bosjes begraven?

Gevaarlijk!

Het spelen in zo’n pest- of miltvuurbosje draagt een gevaar in zich. Omdat sporen van de miltvuurbacterie honderden jaren actief kunnen blijven in de bodem, moeten gezonde dieren – en mensen – maar beter uit de bosjes wegblijven. Want nog altijd zou verstoring van de bodem sporen van miltvuur aan de oppervlakte kunnen brengen, die weer kunnen ontkiemen. Vandaar de omliggende sloot.

Het artikel noemt een voorbeeld: een bosje in Friesland werd opgeruimd en de boer die wat overgebleven grond mocht hebben, kreeg prompt te maken met een zieke koe: miltvuur. Het gezin moest in quarantaine.

Gelukkig maar dat het loze bosje niet mijn vaste speelplek is geworden, want het had de veestapel van mijn vader en omliggende boeren in gevaar kunnen brengen. En onze eigen gezondheid. Toch jammer dat ik niet meer de mogelijke functie van dat bosje aan mijn vader kan voorleggen. En de wijk is ook te ver weg om even te gaan kijken of die bosjes er daadwerkelijk nog zijn.

Simply Red

Mick Hucknall, zanger van Simply Red, zit veertig jaar in het vak. Ik ben vierentwintig als ik voor het eerst kennismaak met zijn ‘Picture Book’ en ben op slag verliefd op zijn muziek. Ik vreet elk nummer van de plaat. De hoes, een rode krullenbol met pet, spreekt boekdelen. Hij is een rolmodel voor mij.

Vanwege het jubileum maakt Simply Red een live-registratie van zijn concert in Santiago, Chili, begin dit jaar. Een prachtig concert met al zijn bekende nummers als ‘Stars’, ‘Holding Back The Years’ en ‘Fairground’, dat hij uitbrengt in bioscopen wereldwijd als een cadeau aan zijn vele fans. https://youtu.be/9nP45nUSFWA

Twee uur lang kun je je onderdompelen in de Simply Red-wereld. Ik kan zijn nummers allemaal in stilte meezingen. Het optreden is soms onderbroken door korte quotes van de zanger. Over de geschiedenis van de band, het muzikale bed (de geweldige blazers) waarin het optreden ligt, zijn precieze voorbereiding om zijn stem in orde te houden, terwijl zijn bandleden uitgaan, blijft Mick namelijk lekker op zijn hotelkamer.

VLOD

Midden jaren tachtig ben ik begonnen als medewerker van de lokale omroep in de gemeente Dronten (VLOD). De live tv-uitzending start elke zaterdagmiddag met een kwartiertje muziek waarin we een agenda vertonen van de evenementen die de komende week in het dorp plaatsvinden. Het is altijd een heel gedoe om deze informatie goed in beeld te brengen. De lokale omroep beschikt niet over een uitgebreide titelgenerator. De evenementenagenda wordt op verschillende A4’tjes getypt en door twee camera’s in beeld gebracht. De tekst mag niet verspringen en de titels moeten even groot  zijn en op gelijke hoogte beginnen. Een kunsttoer voor cameramensen en regie.

Tijdens mijn regie-examen wacht me een aangename verrassing. De geluidsman draait tijdens deze agenda ‘Money’s too tight (to mention)’, de debuutsingle van Picture Book. Dat breekt de spanning en brengt me in een goede stemming. Later gebruik ik het agendakwartiertje nog vaak om Simply Red te laten horen. Voor sommigen een teken dat ik die middag de regie doe.

Ahoy Rotterdam

In 2010 ga ik met een vriendin naar een concert van Simply Red in Ahoy Rotterdam. We hebben op de valreep nog kaartjes kunnen bemachtigen, maar zitten op de bovenste ring ver weg van het podium. Het is zo hoog en stijl dat je het stoeltje wil vasthouden omdat je bang bent voorover te vallen. Geen prettige omstandigheden om een concert mee te maken, zeker als je wilt klappen en bewegen. Daarnaast heeft de vriendin hoogtevrees en na het openingsnummer is het voor haar al klaar. ‘Kunnen we niet proberen op de binnenring te komen?’

Dat zou natuurlijk geweldig zijn, maar daartoe hebben we niet het juiste kaartje. Nou heb ik een aantal maanden daarvoor een item in Ahoy gedraaid en ben bekend met de catacomben en weet dat je via een tunnel op het veld kan komen. We lopen naar beneden en doen een poging om illegaal bij de staanplaatsen te komen. Ik moet me erg concentreren, maar uiteindelijk heb ik de toegang tot de kelder gevonden. Boven horen we Mick zingen, beneden is tot onze verbazing niemand te bekennen. Ik open de deur die toegang geeft tot een toiletgedeelte waarvan ik weet dat je daardoor in de tunnel komt. Het gaat helemaal goed totdat we bijna bij de deur naar boven zijn.

‘Wat zijn jullie van plan?’ klinkt een basstem.

Als we omkijken zien we een grote man in pak met een V op zijn reverse op ons afkomen. Mijn vriendin voert een zielig toneelstukje op, waarbij ze haar hoogtevrees behoorlijk aanzet. We laten ons toegangskaartje zien en ze vraagt of we bij hoge uitzondering op het middenveld mogen staan. De beveiliger trapt erin, via de walkie-talkie vraagt hij of er nog twee mensen toegang kunnen krijgen naar het veld. Na wat gekraak en een niet te verstaan antwoord, wenkt hij ons en doet de deur open waardoor we ineens op een geweldige plek staan en van de rest van het concert kunnen genieten.

Het grappige is dat ik daar ook nog een vriendin uit de VLOD-periode tegenkom. ‘Ik was al aan het kijken of ik je ergens kon zien, want ik dacht: Jan zal vast ook bij Simply Red aanwezig zijn!’

Het lijkt alsof Hucknall de laatste jaren een beetje van het toneel is verdwenen, maar hij is nog steeds ‘alive en kicking’ en goed bij stem, zoals uit de film blijkt. Komend weekend treedt hij met zijn 40th Anniversary Concert op in Amsterdam.

Prikkelen van de zinnen

Eindelijk, het is klaar, de verbouwing van het Filmtheater Hilversum. De afzetting met zeildoek, de containers en busjes van de bouwvakkers zijn verdwenen. Het plein is weer vrij op deze zonnige herfstdag. Naast de ingang hangt een bordje dat ik ken van mijn eigen flat: ‘Pas op! Geverfd.’

Grondige verbouwing

Het Filmtheater maakt een bijzondere tijd door. Meer dan anderhalf jaar is er een grondige verbouwing bezig. Bij menig filmbezoek moet je de overlast voor lief nemen – gelukkig blijft het pand steeds toegankelijk voor het publiek.

De uitbreiding ziet er goed uit. Bij binnenkomst valt meteen het ruimtelijke effect op, het is geen schoenendoos meer. Her en der vrolijk gekleurde zitjes, de bar is groter, meer (lees)tafels, en zelfs groene planten onder de verplaatste trap naar de eerste verdieping. Enthousiast verken ik de ruimere foyer. De rechte glazenwand aan de voorkant heeft een buikje gekregen. Het theater was al een prettige ruimte, nu straalt het nog meer het idee van een gezellig huiskamer uit. Het prikkelt de zinnen om een drankje te doen en te blijven hangen na de film.

Bezoekersgroei

Al enkele jaren was er een wens tot uitbreiding. De oude ruimte met drie zalen werd te klein voor de onstuimige bezoekersgroei. Het pand was bedoeld voor vijfenzestig duizend bezoekers, maar in de periode voor corona waren dat honderdveertig duizend op jaarbasis. Het filmaanbod raakte in het gedrang, er moest continu gekozen worden tussen titels en sommige films konden slechts kort worden vertoond. Als frequent bezoeker moest je continu alert zijn en de juiste keuze maken: grote titels zouden wel een paar weken blijven draaien, maar films met weinig grote acteurs moest je snel zien, anders waren ze in Hilversum alweer uit de roulatie. Een probleem voor de cinefiel. De mond-op-mondreclame kon op deze manier niet haar werk doen.

De oplossing van dit probleem doet zich voor als het naastgelegen restaurant Nolleke te koop staat. Er worden plannen bekeken, berekeningen gemaakt en als die realiseerbaar blijken, wordt het pand gekocht en gesloopt. In de lente van vorig jaar begint de bouw van twee nieuwe zalen, waarvan een zaal half onder de grond en eentje erbovenop, met een tweede foyer. Voor de inrichting en aankleding van de nieuwe zalen start een succesvolle crowdfunding die maar liefs zestig duizend euro opbrengt. https://youtu.be/xfWFrd2IVEY

Twee nieuwe zalen

Vorig weekend is het nieuwe gebouw in gebruik genomen. De Gele Zaal heeft negenentachtig zitplaatsen. De naam verwijst naar de kleur van de wandbekleding zoals dat ook bij de oude zalen het geval is. Op de eerste verdieping is de eyecatcher gemaakt: de Boutique Zaal (jammer dat voor de naamgeving van de wandkleur is afgeweken, die is namelijk bordeauxrood). In deze ruimte is echt voor luxe gekozen, er zijn veertig stoelen, waaronder twee loveseats. Naast de comfortabele stoelen staat een tafeltje voor de drankjes. Of je kan beter van een verhoogd plankje spreken, daar zal nog menig consumptie over de bekleding gaan, vrees ik. Je zit verder uit elkaar door de dikke armsteunen. Een deel van de vloer blijft vlak, waardoor deze zaal ook inzetbaar is voor andere activiteiten dan filmkijken. De zalen hebben een uitstekende geluidstechniek en met laser wordt het beeld op de filmdoeken geprojecteerd.

In het nieuwe gedeelte is ook een tweede bar, die voor evenementen gebruikt kan worden. Denk aan bedrijven of groepen die film komen kijken of een themaprogramma met een borrel voor of na. Daar is nu ruimte voor.

Tweede huiskamer

Met de uitbreiding wil het filmtheater een breder publiek aantrekken en de programmamogelijkheden vergroten, van festivalvoorstellingen tot een comfortabelere, meer intieme bioscoopervaring. Men richt zich ook vooral op jongeren, dat wil zeggen achtentwintig-plussers die als ze een beetje gesetteld zijn tot de ontdekking komen dat de filmcultuur breder is dan alleen de ‘blockbusters’ van Pathé of Vue. Zelf vind ik het prettig dat er ook ruimte zal zijn voor filmeducatie en voor het opnieuw vertonen van (gerestaureerde) filmklassiekers.

Popcorn is taboe, dat is erg prettig. De waarschuwing dat je als bezoeker niet mag appen, praten, socials checken of irritante geluiden mag maken, is gebleven. Het blijkt nodig dat dit voor aanvang van de film met een trailer duidelijk moet worden gemaakt. want sommige mensen denken dat ze thuis zitten en alles tijdens de film met elkaar kunnen bespreken. En o wee als je daar dan iets van durft te zeggen, dan krijg je de wind van voren. ‘Waar bemoei je je mee?’

Komende dinsdag is de officiële opening en ook de aftrap van de tiende editie van het Filmfestival Hilversum. Ik zal me moeten inhouden dat het filmtheater niet mijn tweede huiskamer gaat worden. Ik kan komende week wel heel veel films gaan zien, maar dan heb ik de komende winter een probleem, want dan heb ik alles al gezien. Dus zal doseren de remedie zijn. Filmfestival Hilversum – Filmtheater Hilversum

Sociale cohesie

Komende woensdag kunnen wij gebruikmaken van ons democratische recht om invloed uit te oefenen op onze eigen toekomst en die van ons land. Ik ben erg benieuwd wat de uitkomst zal zijn. De koning sprak in zijn troonrede over de uitdagingen waar het land voor staat. ‘We staan steeds vaker tegenover elkaar, op straat, online, op universiteiten en niet in de laatste plaats ook in Den Haag. Met uitgesproken opvattingen, voor of tegen, zwart of wit. Debat en verschil van inzicht horen bij een levende democratie. Maar wat er ook bij hoort, is de bereidheid elkaar over die verschillen heen op een volwassen manier de hand te reiken. Met als doel tot oplossingen te komen voor problemen en zorgen die breed in de samenleving leven.’

Burendag

Die handreiking kan dichtbij in de dagelijkse leefomgeving beginnen. Daarom was het goed dat een maand geleden de straat waarin ik woon het toneel was van een eerste burendag. Een beetje verbinding kunnen we wel gebruiken. De gemoederen lopen soms hoog op rond de verduurzaming van het flatgebouw. Mijn overburen, de vijf-onder-een-kappers, moeten maar tegen zo’n gebouw in de steigers aan kijken, en de overlast die de werkers produceren verdragen.

Een actieve buurvrouw heeft na de laatste vergadering van eigenaren de handschoen opgepakt. In haar enthousiasme volgen een aantal andere dappere dodo’s die zich inzetten om een burendag te organiseren om zo de sociale cohesie te bevorderen.

Goede opkomst

De laatste zaterdag van september is het zover. Het is een wonder dat de straat autovrij is. Iedereen heeft aan het verzoek voldaan om de voertuigen ergens anders te parkeren. Dranghekken worden geplaatst om het verkeer tegen te houden. De tafels en tenten zijn geplaatst en de bijeenkomst kan beginnen. Vierendertig volwassenen hebben zich aangemeld en een aantal kinderen. We zijn geen kinderrijke buurt. Het is voor een eerste keer een goede opkomst. Wetend dat er veertig voordeuren zijn en dat een huis momenteel leegstaat. Iedereen moet een bedrag inleggen (voor fris, stokbrood en chips, et cetera) en voor de gezamenlijke maaltijd iets maken en meenemen.

Om vier uur sluit ik aan. Een kennismakingspel is net begonnen, er worden met kaartjes vragen gesteld. Wat weten we absoluut niet over jou? Ik flap eruit dat ik theoloog ben. En hoe is het mogelijk, er blijken nog twee theologen in de straat te wonen. En we zijn meteen een complete oecumene: protestant, katholiek en evangelisch.

Kennismaken met elkaar

Ik behoor tot de ouderen in de straat en ook tot de mensen die er al meer dan vijfentwintig jaar wonen. Mijn contact met de buren is beperkt, een praatje in het voorbijgaan, maar we komen niet bij elkaar over de vloer. Deze burendag is bedoeld om nader met elkaar kennis te maken, want er is nu tijd om met elkaar te praten. Of zoals mijn Indiase overbuurman zegt: ‘Ik zie je altijd lopen alsof je haast hebt, maar nu kan ik je vertellen hoe jaloers in ben op je rode krullen.’ Waarbij hij me door mijn haren strijkt. En ik kan zelf meteen vragen wat er aan de hand was toen hij een tijdje geleden in een rolstoel zat.

Zelfs de wijkagente komt met een collega langs om een praatje te maken. Fijn dat ook zij energie steekt in deze burendag. Er is nog wel eens iets aan de hand in onze straat (overlast) en nu heb ik er een gezicht bij. Zij is de eerste die het vriendenboekje invult dat op een van de tafels ligt. Met allerlei vragen: met wie je bijvoorbeeld een kopje koffie zou willen drinken en wat het leukste plekje is in de straat?

Eten

De kinderen houden zich bezig met het bewerken van pompoenen en kleurplaten. Op een gegeven moment zijn de kleinsten toch verdwenen. Ze spelen binnen op hun eigen mobiel of ze hebben gewoon genoeg van het geklets van al die ouderen. Eten is er in overvloed, van meegenomen salades, raps tot hapjes vanaf een green egg. De tafel is slim gemaakt van het steigermateriaal dat nog volop aanwezig is. We zijn denk ik ook het enige straatfeest met een eigen Dixi. De sfeer zit er goed in. Iedereen is druk bezig de banden aan te halen. Het zou mooi zijn als er vanaf nu geen schroom bestaat om hulp te vragen of aan te bieden als dat nodig is. Om zo een leefbare en gezellige buurt te creëren.

Zoals dat gaat met dingen die in de smaak vallen, is er meteen een initiatief voor een vervolg op deze dag met oud en nieuw. Of ’s nachts met lampjes, vuurkorven en het voor een laatste keer afsteken van vuurwerk. Of een nieuwjaarsborrel met champagne? De enquête is op de buurtapp geplaatst. www.burendag.nl #burendag #verbinding #socialecohesie #verkiezingen

Wens mij tenminste geluk!

Zondagavond, ik kom net uit een waanzinnige film: One Battle After Another. Terwijl ik naar mijn fiets loop en uit mijn broekzak de twee sleuteltjes pak, hoor ik dat een man een vraag stel aan een stel dat voor me loopt. Ik ben alert, weet dat dit iemand is die om geld bedelt. Ik hoor niet hoe ze hem afwimpelen, maar hij staat al naast me terwijl ik het eerste sleuteltje in het slot steek. ‘Meneer, mag ik u vriendelijk een bescheiden vraag stellen?’

‘Ja, dat mag.’

Dakloos

‘Goedenavond, meneer, ik ben vierenzestig – oh net zo oud als ik ben – en ik ben dakloos. Kunt u me helpen?’

Tja, wat moet je dan? Ik kijk hem recht aan. Hij ziet er verzorgd uit, geen vieze kleding, geen verrot gebit, geen wonden of een ongeschoren gezicht.

‘Meneer, ik kom uit Suriname, maar ik voel mezelf een rechtgeaarde Nederlander, ik ben er in geen vijftig jaar geweest.’

Ik blijf doorgaan met het tweede sleuteltje. Dat is wat ingewikkelder want het is de grote ketting die aan de fietsenstandaard vastzit en die is altijd lastig uit de krul te halen.

‘Meneer, ik vraag het u eerlijk op de man af, een kleinigheidje… wat geld alstublieft, ik ben dakloos. De nachtopvang is gesloten, dat mag u navragen. Vijftig cent?’

‘Ik heb niks voor je.’ Dat is waar, ik heb geen portemonnee bij me, geen losse munten alleen mijn pinpas. Ik bevestig de ketting om de stang en trek de fiets uit de standaard. ‘Sorry, ik kan je niet helpen.’

‘Je kan me tenminste gelukwensen, dat zou al fijn zijn!’

Ik verschuif mijn fiets. Een opmerkelijke reactie. Hij blijft rustig en beleefd. ‘Een klein bakje thee?’

‘Nee, echt ik heb geen geld bij me. Maar ik wens je alle geluk toe.’ Ik sla mijn been over het zadel.

Hij raakt me kort aan. ‘Man, dat is tenminste iets, bedankt.’ En hij doet een stap opzij, zodat ik erlangs kan.

Als ik wegfiets hoor ik hem de volgende persoon die de bioscoop verlaat aanspreken.

Het zit me niet lekker

Ik voel me schuldig over mijn gedrag. Ik probeerde vriendelijk te blijven, ik luisterde naar hem, maar wat had ik moeten doen? Het is een rot situatie. Dakloos zijn is niet prettig en zeker niet nu het koud wordt. Hoe had ik het leed van deze medemens kunnen oplossen?

Ik weet van een vriendin als ze door een dakloze wordt aangeklampt die haar wat geld voor eten vraagt, dat ze hem meeneemt naar een snackbar of eettent en vraagt wat hij wil eten en dat dan voor hem besteld en betaald. Dit om te voorkomen dat hij het geld voor andere doeleinden zoals drugs zou gaan gebruiken. Maar deze man zag er absoluut niet uit als een junk. En ja iedereen kan in een dakloze situatie terechtkomen, en ik zou ook geholpen willen worden als ik in zijn schoenen stond. Het zit me totaal niet lekker… verwarring, schaamte. Niet echt naastenliefde… Het maalt in mijn hoofd; een prettige bioscoopervaring is naar de kloten.

Fatbike

Op het Kerkplein word ik ingehaald door een jochie in een zwarte hoodie op een fatbike. Om het hoekje bij de apotheek stopt hij plotseling. Ik voel me unheimisch, dat heb ik anders nooit. Ik rij hem voorbij, hij kijkt me aan. Ik denk nog steeds aan de dakloze man. Had ik voor hem moeten pinnen, hem een thee moeten aanbieden in het filmhuis?

Achter me hoor ik weer het zoeven van de fatbike. Het jongetje blijft achter me rijden, terwijl ze normaal harder gaan en je inhalen. Waarom gaat hij niet voorbij? spookt er door mijn hoofd. Een naar gevoel bekruipt me. Wat is de fatbiker van plan? Gaat hij mij beroven? Pakt hij mijn pinpas omdat ik een dakloze in de kou heb laten staan? Een paar keer kijk ik over mijn schouder naar mijn achtervolger.

Ik moet afslaan, maar de fatbike gaat gelukkig rechtdoor. Ik trap ietsje harder, het voelt niet prettig. Als ik de Zeverijnstraat oprij kruis ik weer dezelfde fatbike. Ik heb een stuk door een woonwijk afgesneden, hij nam de reguliere weg. Meteen grijpt de angst me weer naar de keel. Is dit mijn verdiende loon? Gaat hij me hier overvallen? Het is een stukje duister niemandsland, de overgang van de ene wijk naar de andere, wat bosjes en een begraafplaats. Ik rem af, kan ik de pinpas nog ongezien ergens in mijn onderbroek verstoppen? Zal ik via een andere straat naar huis fietsen? Maar dat is om en ook een stuk langs het Zeverijnse bosje. Ook niet prettig… het rode lampje van de fatbike rijdt voor me, de afstand wordt niet groter.

Paranoia

Gelukkig ik kan hier afslaan mijn woonwijk in, hij is het punt al voorbij. Ik trap weer iets harder. Kijk achterom of ik kan oversteken. Op het fietspad naderen een paar felle lampen, ik hoor jongensstemmen. Het zijn vier fatbikes, waar is het achterlichtje van de andere fatbiker? Nergens meer te zien. Ik krijg een brok in mijn keel. Zijn dit zijn vrienden? Ben ik nu aan de beurt? Mijn hartslag versneld. Had ik die dakloze maar beter behandeld.

Met veel geschreeuw rijden ze mij voorbij. Snel rij ik de straat in. Compleet paranoia ben ik inmiddels. Wat kan je jezelf gek maken. Als ik de sleutel in de voordeur steek en met mijn fiets in de hal van het appartement sta, haal ik opgelucht adem…

In de steigers (1-slachtoffers)

Op een zomerse dinsdagochtend hoor ik in alle vroegte dat er buiten iets gaande is. Met linten is de straat afgezet. Via de buurtapp en briefjes aan bomen is aan de bewoners van de straat gevraagd hun auto elders te parkeren, want de vrachtwagens die de steigers komen brengen, moeten gelost worden en de mogelijkheid kunnen hebben om het materiaal over de straat te verdelen.

Het gebeurt met veel lawaai, mannen die tegen elkaar schreeuwen en aanwijzingen geven – in een voor mij onverstaanbare taal. Het felle achteruitrijgepiep van heftrucks. Het kletteren van metaal op steen. De steigerbouwers zijn er de hele dag druk mee.

De komende maanden zal ons flatgebouw in de steigers staan. De omsingeling is de laatste fase van het verduurzamingsproject. De steigers zijn nodig om allerlei werkzaamheden te kunnen uitvoeren, zoals het restaureren en isoleren van de muren, schilderwerk en het schoonmaken van dakgoten en de kunststofkozijnen, waar nog veel zwarte vingers op zitten van de ramenzetters die een half jaar geleden de HR++glazen hebben geplaatst.

Vleermuizen

Het project heeft lang stilgelegen, eerst moesten de vleermuizen die ook in het gebouw wonen worden afgevangen met kasten in de straat. De biologen hebben nu groen licht gegeven. Ik betwijfel of ze echt ‘verhuisd’ zijn naar deze kasten. Er zou zelfs sprake zijn van twee soorten vleermuizen. Nu binnenkort de spouwmuren zullen worden geïsoleerd krijgen de ‘laatste der Mohikanen’ nog een kans hun woonplaats te verlaten, er komen flaps in de muren waardoor ze alsnog kunnen ontsnappen. Als eind dit jaar de werkzaamheden klaar zijn, komen er permanent drie kasten tegen de muur waar ze zich eventueel weer kunnen vestigen. Dat is allemaal bij wet vastgelegd.

Mijn iep

De flora en fauna is de dupe van het verduurzamen. Want de tuinman heeft de opdracht gekregen om de begroeiing: struiken, planten en bomen in een range van anderhalve meter te snoeien of te verwijderen, voor het bouwen van de steigers.

Met als gevolg dat de iep (ulmus) die aan de achterkant ter hoge van mijn flat staat en mijn keuken een prachtig groen uitzicht geeft, er ook aan moet geloven. Wat kan ik daar tegen doen? Ik hoor het in de week dat de kap zal plaatsvinden. Een procedure starten? Maar het is niet mijn boom – al voelt het wel zo. De iep staat in de tuin van de buurvrouw.

De boom ligt al tegen de vlakte voordat ik iets kan doen. Gelukkig ben ik niet thuis op het moment van de kap, want deze boom gaat me aan het hart. Het doet pijn dat hij er niet meer staat. Wie doet zoiets? Hij was mooi, zorgde voor schaduw en beschutting. Ik werd er blij van om de bladeren aan te kunnen raken. Het getwitter van de vogels te horen. Ik nam de schijtende duiven voor lief ondanks de bruin-witte drek die ze op mijn balkon achterlieten. Het voelde als wonen in de natuur. Het was een unique selling point bij verkoop – wonen in het groen op drie hoog. Het had een positieve invloed op mijn mentale gezondheid.

Nu kijk ik tegen een halfbruine conifeer aan die achter in de tuin staat, maar dat is een schrale troost.

Later hoor ik dat vleermuizen bomen gebruiken om zich te oriënteren. Als die bomen wegvallen, raken ze hun kompas kwijt. Dus nu zijn ze andermaal het slachtoffer van de verduurzaming geworden.

Dat de werkzaamheden niet helemaal vlekkeloos verlopen – mede door een gebrek aan communicatie – zal ik binnenkort me je delen in een vervolg.

Aan mij heb je niks

Het parkeerterrein bij de bibliotheek staat vol auto’s. Toch moet ik mijn voertuig kwijt. Ik manoeuvreer langs de slordig geplaatste fietsen, fatbikes en scooters en hoop dat aan het eind – om de bocht – nog een plekje vrij is. Gelukkig, dat lukt. Nu maar hopen dat andere parkeerders mijn auto niet blokkeren.

Hilversum in gesprek met…

Vanavond een aflevering van ‘Hilversum in gesprek met…’, een discussie- en interview-programma waarbij een gast uit de wereld van de literatuur, wetenschap en media geïnterviewd wordt in het theater van de bibliotheek.

Omringd door nieuwsgierige dames zie ik de auteur al zitten, die straks door Cisca Dresselhuys, oud-hoofdredacteur van Opzij, geïnterviewd gaat worden. Blauwe polo, spijkerbroek met sneakers, kale kop en grijzende baard. Gerbrand Bakker ziet er casual uit. Jeugdig ook – hij is van 1962. Ik ben een groot fan en heb zijn boeken met veel plezier gelezen.

Zo’n veertig mensen – vooral vrouwen – zijn aanwezig. Ciska en Gerbrand nemen plaats in twee rode stoeltjes op het podium, ernaast staat een laag tafeltje. Ze gebruiken handmicrofoons; het gesprek is naderhand ook als podcast te beluisteren. De microfoons, doen het ondanks fanatiek kloppen op het spreekijzer niet. Cisca geeft de hare aan Gerbrand. ‘Jij bent een man, jij hebt er meer verstand van.’

Een zucht gaat door de zaal, niet echt feministisch.

Huis in de Eifel

Het gesprek opent met de vraag of de schrijver zijn huis in de Eifel al verkocht heeft? Maar het blijkt dat de verkoop is ingetrokken. Gerbrand die onlangs met zijn vriend M. in het huwelijk is getreden wil het koophuis in Duitsland toch niet van de hand doen. In Amsterdam hebben ze ook nog een huurhuis. Gerbrand zegt dat het hebben van twee woningen een nadeel is. ‘Je pendelt voortdurend tussen twee locaties en kunt nergens deelnemen aan een club of vereniging, omdat je er vaak niet bent.’

Een laatkomer wordt vriendelijk door de auteur begroet. Ze worstelt zich door het zware gordijn dat voor de deur hangt en zoekt een plaatsje achterin.

De tuin van het Eifelhuis is vaak onderwerp in zijn dagboeken. Bakker heeft er zelfs een column over gehad in Trouw. Omdat het aanvankelijk niet goed lukte met een schrijverscarrière heeft Bakker een opleiding tot hovenier gevolgd om van een hobby zijn werk te maken. Zijn tuin die op een helling ligt, is inmiddels helemaal ingericht en daar kan Gerbrand niet meer zijn energie in steken. Alhoewel, onderhouden blijft natuurlijk altijd noodzakelijk, snoeien en onkruidvrij houden.

Depressies

Bakker kampte jarenlang met depressies, nu gaat het goed (met medicatie). Maar hij geeft toe dat hij bezig moet blijven. ‘Verveling is killing, daar kan ik slecht mee omgaan. Ik moet actief bezig zijn, anders schiet ik in de stress.’

Hond Floris die naast partner M. ook mee is, steelt de show door op het podium heen en weer te lopen en proberen water uit een glas op het tafeltje te drinken. Hij krijgt een eigen drinkbak en na wat geslobber nestelt hij zich op de schoot van de auteur, wat natuurlijk een vertederend plaatje is.

Ik had altijd de indruk dat de auteur een beetje nors was, maar daarvan blijkt niks. Hij is in een goede bui, terwijl het een moeilijke periode voor hem moet zijn, want zijn moeder is net twee weken geleden overleden. Bakker wil het daar liever niet over hebben. Het is nog te vers. ‘Je behoort in rouw te zijn, maar het is bij mij nog niet ingedaald. Ik weet nog niet wat het inhoudt om wees te zijn.’

Nieuw boek

Bakker is van plan om een nieuwe roman te schrijven, na ‘Kapperszoon’. ‘Maar ik weet nog niet waarover.’ Op zijn blog heeft hij lezers om ideeën gevraagd. Die heeft hij veelvuldig gekregen, maar dat was een domme ingeving, geeft hijzelf toe. ‘Een opzet voor een nieuw boek moet toch vanuit de schrijver zelf komen.’

Naast zijn romans en essays schrijft hij ook autobiografisch werk in de reeks Privé-domein van uitgeverij de Arbeiderspers. ‘Jasper en zijn knecht’ (2016), ‘Knecht alleen’ (2020), ‘Moeder, na vader’ (2023) en afgelopen augustus is er een vierde deel uitgekomen: ‘Aan mij heb je niks.’ Een uitspraak van zijn moeder die ze deed als er een beroep op haar werd gedaan. Deze egodocumenten zijn een doorslaand succes, een beetje tot verdriet van zijn eigen uitgever Eva Cossée.

Ik lees deze dagboeken met plezier. Het is wonderlijk hoe Bakker het dagelijks leven kan treffen. Hij bezit het talent om normale mensen – zijn familieleden, buren in de Eifel – zo te portretteren dat ze iemand worden. Daarnaast beschrijft hij het wel en wee van het schrijverschap. Zijn verslagen van lezingen – zoals vanavond – zijn vermakelijk. Het zal zijn heldere, recht-voor-zijn-raapstijl zijn, waardoor het zo lekker wegleest. Leerzaam, humoristisch en aangrijpend.

Geloof je in God?

Er is voor mij nog een andere reden om naar deze lezing te komen, namelijk om uit te zoeken of Gerbrand Bakker een geschikte gast is voor het tv-programma ‘De Verwondering’. Maar dat wordt meteen aan het begin van het gesprek de grond in geboord. ‘Geloof je in God?’

‘Ik neem zelf graag de verantwoordelijkheid over alles wat ik doe of laat. Het is te gemakkelijk om dat in de handen van een hogere macht te leggen.’

Nee, geen enkel geloof of levensbeschouwing, terwijl lezers dat vaak wel denken op grond van de titel van zijn bestseller ‘Boven is het stil’. Maar het is dus daadwerkelijk stil daarboven. ‘Voor mij is ‘boven’ gewoon een zolder,’ zegt hij geamuseerd. Daarmee bevestigt hij voor mij de titel van zijn laatste boek ‘Aan mij heb je niks’.