De tandenfee

Ik was laatst op een kinderfeestje. Dat is altijd even wennen, een hoop drukte, gekrijs van schelle stemmen en door elkaar heen rennen van klein spelend grut. Je begrijpt: niet een van mijn favoriete tijdverdrijven, maar het hoort bij de verschillende fasen in het leven en je moet er altijd maar het beste van maken en hopen.

Bij deze verjaardag had ik echter te maken met een jonge, digitale generatie. Ze zaten allemaal op hun eigen computer te gamen, al dan niet met elkaar. Op het scherm racen door de straten van Mario, met zelfgekozen kart, wielen, hoofddeksel en landingsvoertuig. Dat is een stuk rustiger. De cadeautjes lagen zelfs nog op de tafel op de jarige te wachten om uitgepakt te worden.

Later die middag besloten we samen pizza’s te bestellen. Een van de vriendjes had al de gehele middag tijdens het spelen aan zijn losse voortand zitten voelen en toen hij enthousiast zei dat hij wel een pizza peperoni lustte vloog de melktand over de tafel. Een groot gat achterlaten in zijn melkgebit.

Een van de ouders raapte het melktandje op en wikkelde dat in een servet voor de tandenfee. O ja, die bestaat ook nog, voor mij persoonlijk meer een fabel dan dat ze een gebruikelijke bezoekster was in ons gezin.

Het jongetje zal vannacht de uitgespuugde tand onder zijn kussen leggen in afwachting wat hij de volgende ochtend zal aantreffen. Meestal een muntje of een ander cadeautje. Naar gelang de materialistische inslag van het gezin. Een mooi doosje om alle melktanden in te bewaren zou ook kunnen.

Tijdens het eten zit het jongetje aandoenlijk aan de opening in zijn mond te voelen, alsof hij zelf nog niet kan geloven dat de wisselfase van het gebit is begonnen. Het voelt natuurlijk onwennig en dan heb je de neiging om steeds te gaan voelen met tong of vinger.

De tandenfee stelt de ouders voor hetzelfde dilemma als Sinterklaas, die momenteel de gemoederen bezighoudt. Is het erg om tegen je kind te liegen over het bestaan van de tandenfee of Sint? Als je de fabel ontkracht wil je niet op je geweten hebben dat je kind in de klas rondbazuint dat de tandenfee of de Sinterklaas niet bestaat.

Je kunt het ook anders aanpakken, je hoeft geen leugens te vertellen, je kunt ook vragen aan je kind hoe ze denken dat de tandenfee het zal aanpakken? Misschien is het antwoord: ‘Ik denk dat ze voorzichtig het kussen optilt en het muntje eronder legt.’ Zo stimuleer je het eigen denkproces en vul je niet te veel in. Mooie bijkomstigheid: op deze manier doe je mee zonder ‘leugens’ te vertellen.

Trouwens ik kan me niet herinneren dat het persoonlijk ontdekken dat de Sint niet bestaat tot een drama of vertrouwenskwestie naar mijn ouders toe heeft geleid. Ik was allang blij dat ik dan ook geen liedje meer voor hem hoefde te zingen. Ook blijkt uit onderzoek dat de meeste kinderen zich niet voorgelogen of bedrogen voelden en er geen noemenswaardige last mee hebben gehad.

Ik ben benieuwd wat de jonge tandeloze verjaardagsgast de volgende ochtend onder zijn kussen heeft gevonden.  #tandenfee #sinterklaas

Anoniem jarig

Als je zestig wordt is dat natuurlijk speciaal. Nu er coronamaatregelen gelden is het nog specialer. Je mag thuis geen fullhouse uitnodigen. Dat was ik ook niet van plan, want vandaag moet ik werken als orderpicker. Ik wil graag anoniem mijn jubileum vieren, maar bij Randstad zeiden ze: ‘Je bent morgen jarig, we gaan er een mooie dag van maken.’

Wat zijn ze van plan? Ik zie een versierde kar voor me. Jan die de hele dag met een button op moet rondlopen: ik ben 60. Of een snelheidsbord van 60 kilometer per uur op mijn pickkar. Ik wil dat niet!

Nog voor zeven uur sta ik op de werkvloer. Ik heb kar 13 vandaag en ik loop meteen door naar de straten om artikelen te gaan picken. Mooi, die kar kunnen ze niet meer versieren of er iets anders kolderieks mee doen.

Om half acht moeten alle orderpickers zich bij de desk melden. Het zweet druipt van mijn gezicht van de inspanning. Ik droog me af met de theedoek die standaard met een wasknijper aan de kar hangt. Wat gaat er gebeuren?

We krijgen een donderpreek omdat we de dozen verkeerd op de lopende band zetten en de robot ze niet dicht kan vouwen waardoor ze vermorzeld worden. De teamleider laat – als aanschouwelijk onderwijs – twee kapotte dozen zien. Dus flappen naar binnen vouwen, maar ook weer niet te veel naar binnen, want ook dat zorgt voor problemen. En zeker geen artikelen die boven de doos uitsteken!

We druipen weer af naar ons werk. Het is druk, er zijn veel orders. Vanwege de sinterklaasperiode moeten we minimaal 125 artikelen picken per uur. Zo niet dan presteer je onder de maat.

In de eerste pauze komen via de mobiel de eerste felicitaties binnen. Ik beantwoord ze meteen. Het kwartiertje vliegt om. Ik vergeet mijn broodnodige boterhammen te eten en water te drinken.

Na de break staat de teamleider me op te wachten. Ik heb iets fout gedaan. Artikelen die niet in de dozen of kratten passen moet je op een speciale manier afmelden. Ik heb de doos niet ‘vol’ gemeld. Nu heeft iemand de spullen bij elkaar gezocht die ontbreken, terwijl op de picklocatie nog voldoende artikelen lagen. Of ik even alles wat ik als ‘short’ heb gemeld terug wil brengen. Ik moet mijn kar in de steek laten en het bedrijf door met een blauw krat dat zwaar is vanwege zakken koffiebonen, kleerhangers en opbergboxen. Ik ben ontstemd en zet het krat met een klap op de desk van de troubleshooter. Een uur lang loop ik te morren door de gangen en grijp vaak uit frustratie in het verkeerde vak: wat denken ze wel, alsof je een klein kind bent!

De dag duurt erg lang en mijn vermoeide lijf begint op te spelen. Je sjouwt op zo’n dag toch gauw meer dan twintig kilometer met veel bukken en strekken.

Om kwart voor vier moet orderpicker 13 – dat ben ik – zich melden bij de desk. Oei, wat nu weer? Ik hijs mijn broek op die door gewichtsverlies op mijn kont hangt en loop naar de desk. De teamleider zegt me dat ik moet gaan inpakken bij consolidatie. Ik pak de plastic box met mes, pen en tapeplakker en loop naar de vrije inpaktafel. Daar denk ik: hoe ging het inloggen ook alweer? Het is enige weken geleden dat ik voor het laatst heb ingepakt. Als ik in het juiste programma zit, scan ik het eerste krat waarin twee lelijke spaarvarkens zitten. Die zijn breekbaar, dus ze moeten worden ingepakt in bubbelplastic. Als ik dat gedaan heb, wil ik het adres en de bon uitprinten en druk daarvoor op F5. Ik krijg een foutmelding. Hoe kan ik het ongedaan maken? F6 werkt niet. Uiteindelijk vind ik met hulp van de collega aan de tafel achter me uit wat er is misgegaan. Ik ben vergeten de varkens te scannen, dus ze moeten weer uit het noppenplastic worden gehaald om ze te kunnen identificeren.

Onderhand ben ik een kwartier met één order bezig. Erg onrendabel als je 150 artikelen per uur moet verwerken. Had me lekker laten doorgaan met orderpicken, daarbij zat ik in mijn ritme. Het is de wondere wereld van de e-commerce.

Een paar bestellingen verder gaat de bel ten teken dat we uit kunnen klokken en dat het einde werkdag is. Opgelucht dat ik tenminste anoniem jarig kon zijn. rij ik in het donker terug naar huis.

Een engel

Gisteren was een speciale zondag. Eeuwigheidszondag is in veel protestantse kerken de laatste zondag van het kerkelijk jaar en tevens de zondag voordat de adventstijd begint. In deze dienst gedenkt men de gemeenteleden die in het afgelopen jaar zijn overleden. Alle namen van de overledenen worden hardop genoemd en er wordt een kaars aangestoken. Daarbij wordt troost gevonden in de belofte van Gods zorg voor de geliefden die er niet meer zijn, én hoop geput uit de belofte dat God ‘alles nieuw zal maken’.

Sinds kort werk ik als redacteur bij het KRO-NCRV tv-programma Petrus in het land. Dit jaar waren we te gast bij de protestantse kerk van Westervoort. Tijdens de research om mensen te vinden die een geliefde hadden verloren kwam ik in contact met een jonge vrouw die eigenlijk per toeval een oudere flatgenoot heeft verzorgd tot haar dood. De twee vrouwen kenden elkaar niet, maar de zieke mevrouw die uitgezaaide darmkanker had, stond plots voor haar deur met de vraag of zij haar wilde helpen.

Achteraf zegt de jonge vrouw geen idee te hebben waarom ze naar haar is toegekomen, maar het verhaal dat zich vanaf dat moment afspeelt doet mij sterk denken aan de parabel van de barmhartige Samaritaan. De jonge vrouw schakelt maatschappelijk werk en allerlei andere zorg in. Ze gaat elke dag bij haar langs om haar te helpen. Uit bed halen, koffie zetten, et cetera. Ze doet dat met overtuiging want ze vindt dat niemand alleen hoeft te zijn, laat staan alleen te sterven. Het geloof is voor de mevrouw erg belangrijk. Via de kerk regelt de buurvrouw een vrijwilliger die regelmatig uit de Bijbel komt voorlezen.

Lichamelijk gaat de oude vrouw snel achteruit. Kort voor kerst is ze overleden. De buurvrouw heeft haar tot het laatste moment verzorgd en een uitvaart geregeld die bij haar past. ‘Ik deed het uit liefde voor haar,’ vertelt ze. ‘Deze mevrouw had nooit zo lang alleen mogen zijn. Voor hetzelfde geld als ik er niet was geweest dan had ze maanden dood in haar flat gelegen.’

De overledene ligt op een natuurbegraafplaats en de buurvrouw die een vriendin is geworden, bezoekt haar daar regelmatig en steekt dan een kaarsje voor haar aan. De komende kerstdagen zullen haar gedachten wellicht vaak uitgaan naar een jaar eerder.

De predikant omschreef haar bij de uitvaartdienst als een engel en ik denk dat dit de juiste omschrijving is. ‘We moeten goed zijn naar een ander, dat is mijn insteek, zoals je bent voor jezelf, moet je ook voor een ander zijn, daar geloof ik in,’ zegt ze aan de telefoon. ‘Mensen moeten elkaar respecteren. Het bestaat bijna niet meer dat mensen naar elkaar omkijken, dat is jammer.’

Ik ben erg onder de indruk van haar verhaal dat zeker verteld dient te worden. Petrus in het land is daar een mooie plek voor.

Echte mannen?

Echte mannen bestaan die? Wat betekent het om een man te zijn? Zijn mannen van nature gewelddadig? Is geweld ingebakken in de man of is het cultureel bepaald? En welk effect hebben stereotypen over mannelijkheid op een samenleving?

Het idee van hypermasculiniteit waarin een man sterk, agressief en dominant moet zijn, bestaat al eeuwenlang. Een man die koste wat kost moet krijgen wat hij wil en bereid is om daarvoor te moorden of te sterven – letterlijk en figuurlijk, afhankelijk van de context. Het is onderdeel van een systeem dat een universele oplossing biedt voor elk probleem: een hiërarchische verdeling van macht en controle. Zonder deze rangorde zijn we niet veilig, predikt dit systeem.

Het dominante beeld van mannelijkheid wordt in veel speelfilms en narratieve documentaires bepaald door de zogeheten ‘hero’s journey’. Een held is pas een held als hij avonturen aangaat, obstakels overwint en gelouterd uit de strijd komt. De retoriek van het heldenverhaal maakt vaak gebruik van oorlogsjargon.

Er is geen beeld dat zo met mannelijkheid verbonden is als dat van oorlog. Dus toen Rusland begin dit jaar Oekraïne binnenviel, marcheerden de stereotypen weer over alle schermen of het nu in de vorm van propagandafilmpjes op staatstelevisiezenders of TikTok was, in nieuwsbeelden, of de eerste documentaires en speelfilms die uit deze oorlog zijn voortgekomen. Tegelijkertijd leven we in een tijd waarin door emancipatie en feminisme en de toegenomen aandacht voor genderongelijkheid en machtsmisbruik dat traditionele beeld van mannelijkheid steeds meer betwist wordt. We weten nu dat het is aangeleerd. Een sociaal construct. Maar wel eentje waarop samenlevingen gebouwd zijn.

De afgelopen week is de 35ste editie van het Internationale Documentaire Festival Amsterdam (IDFA) van start gegaan. Je kan je tien dagen lang onderdompelen in een prachtig documentaire-aanbod. Een opmerkelijk onderdeel is het focusprogramma Around Masculinity waarin het idee van mannelijkheid onder de loep ligt in een twintigtal documentaires van klassiekers tot nieuwe producties.

Het is een schitterende aanleiding om het veelbekroonde The 3 Rooms of Melancholia (2004) nog eens te zien, waarin Pirjo Honkasalo toont hoe jonge Russische jongens worden klaargestoomd voor oorlog. https://youtu.be/IhUdkZMeaIg De link met de huidige situatie is makkelijk gelegd.

Of Crazy (1999), de documentaire van de onlangs overleden Heddy Honigmann waarin ze een indringend beeld van de traumatische ervaringen van VN-veteranen geeft. Tijdens haar interviews weet ze door het geharde pantser van de militairen heen te breken met behulp van muziek. Zo krijgt ze de mannen en vrouwen aan de praat over dingen waarover meestal gezwegen wordt. https://youtu.be/IhUdkZMeaIg

De documentaires zijn een startpunt om dieper over mannelijkheid na te denken. Een pasklaar antwoord is er niet. Wat opvalt is dat de meeste documentaires gemaakt door mannen met verwondering of ontzag kijken naar het traditionele manbeeld. De films gemaakt door vrouwen zoeken juist naarstig naar de mens achter dat geïdealiseerde beeld van masculiniteit. #idfa #mannelijkheid

0dB

Sky Music klinkt door de enorme hal. Purple Rain van Prince probeert boven het industriële geluid van de lopende band uit te komen en het constante geruis van de blowers die ‘frisse’ lucht inblazen. Een grijs krat klettert op het blad van mijn werktafel. Ik moet het leegmaken en de inhoud ervan inpakken.

Vanochtend toen ik langs de desk liep om een verse batterij voor mijn handscanner te pakken, kreeg ik van de teamleider te horen dat ik naar tafel 121 moest om in te pakken. Op het laatste moment werden mijn inpakskills hoger ingeschat dan mijn talent voor orderpicken, maar waarschijnlijk gaat het gewoon om het vervangen van een zieke inpakker. Ik sta op single pack, de enkele bestellingen, met mijn rug naar mijn Spaanse collega. Samen delen we de diverse soorten inpakplastic. ‘Hola, bon dias,’ groet ik, maar hij zegt al een paar woorden Nederlands terug. Je bent hier ook leraar voor mensen die graag de Nederlandse taal onder de knie willen krijgen. ‘Wat is het woord voor how are you?’

Ik moet nog even in mijn ritme komen. Grijze bak scannen, een artikel eruit halen, tweemaal de barcode scannen en dan F5, F3 en F9 intoetsen. De computer geeft me een inpakadvies: use envelope. Maar dit vrouwenvest is te dik dat past niet door de brievenbus. Dan maar het kleinste doosje dat er is, die met de hartjes erop. Adressticker en bon uitprinten, op en in de doos doen, het bedrijfslogo naar me toe houden en op de band zetten, de zijflapjes een klein beetje ingedrukt. En vlug het volgende artikel scannen.

Door de muziek dwalen mijn gedachten af. Eye of the tiger triggert mijn tijd bij de lokale omroep in Dronten. Eens in de zoveel maanden gebruiken we het zaterdagse uitzenduur om een lokale popband een live-optreden te laten verzorgen. OdB heet het programma. De studio verandert daarbij in een concertzaal. Instrumenten worden uit het busje geladen en naar de vloer gesleept. Op het prakje bouwen de vaak nog jonge bandleden hun instrumentarium op. De geluidsman checkt het geluidsplan en de belichter probeert er met gekleurde filters een flitsend optreden van te maken. Met plezier denk ik aan die zaterdagen terug.

Ondertussen leg ik een kruis van bubbelplastic in de verpakkingsdoos, om een klant uit Duitsland blij te maken met een fotolijstje. Ik heb de glasplaat eerst in noppenfolie verpakt om er voor te zorgen dat de inhoud heel aankomt. Ten teken dat er voorzichtig met de doos moet worden omgesprongen plak ik drie blauwe breekbaar/fragile-stickers op de boven- en zijkant. Met mijn handpalm wrijf ik er overheen om te zorgen dat ze goed vastzitten en niet voor problemen zorgen bij de robot die de doos dichtplakt.

De drummer laat zijn eerste roffel horen, de geluidsman steekt zijn duim op vanuit het geluidshok en plakt een tapeje bij de schuifknop zodat hij hier de drums kan vinden, vandaag. De microfoon van de zanger geeft een nare brom. De technicus snelt de vloer op om het te verhelpen. Hij omzeilt de trap van de lichtman, die bezig is met het uitlichten van het podium.

‘Can you help me?’ De computer van de Spaanse collega geeft een grijs scherm. Het is even puzzelen wat er aan de hand is. F6 of Escape –  wat hij natuurlijk zelf ook al geprobeerd heeft – biedt geen soelaas. Dan maar een rigoureuze methode. Het programma afsluiten en opnieuw inloggen en hopen dat het probleem daarmee opgelost is. Niet dus. Maar ik blijf hardnekkig proberen, want dat is enige snelle methode die ik ken. En ja hoor, bij de tweede poging gaat het goed. Hij geeft me een tevreden klopje op de schouder en ik snel weer naar mijn eigen desk. Bon dichtvouwen, in de enveloppe doen, plakrand verwijderen en in de bak ‘Thuisbezorgd Nederland’ leggen.

Om twee uur ’s middags komen alle vrijwilligers die vandaag dienst hebben naar de studio. Ik neem het draaiboek door en vertel wat straks tijdens de live-uitzending de bedoeling is. Daarna houden we de ‘continuity’, een soort generale repetitie, om te zien of alles werkt. De band speelt alle nummers achter elkaar door. Samen met de regieassistent proberen we de drie cameramensen te sturen, maar dat is een helse klus want zij staan boven op de band en kunnen vaak niet goed horen wat we in hun oortje schreeuwen. Daarom heeft iedere camera zijn eigen gebied. Iemand volgt de zang, de ander de gitaren of keyboards en de derde heeft een vrije rol. Voor de zekerheid hebben we een vierde camera in het lichtrek gehangen boven de drummer of voor een totaalbeeld van de band. Dat is een veilige camera om op terug te vallen als de chaos compleet is. Het is de bedoeling op de maat van de muziek de beelden te schakelen, dus de technicus die daarvoor verantwoordelijk is en naast me zit, volgt zijn eigen plan, anders zijn we continu te laat. Ik geef alleen op voorhand aan naar welke van de vier camera’s ik wil schakelen. De regieassistent is beducht op de gitaarsolo’s en probeert de cameraman te waarschuwen. Als alle nummers gerepeteerd zijn is er tijd om nog even wat puntjes op de i zetten als het straks – na een korte pauze – allemaal voor het echie zal zijn.

De temperatuur in de distributiehal is opgelopen, het zweet parelt van mijn slapen en soms krijgen de klanten een stukje van mijn dna cadeau. Een theedoek ligt standaard op de dozen om mijn gezicht te kunnen deppen. Terwijl ik mijn voorhoofd afveeg zegt de buurman met een glimlach: ‘You’re hot?’

‘Yes, I am.’ De dubbelzinnigheid ontgaat me niet. We buffelen moedig verder, op naar de honderd stuks per uur, anders functioneren we niet naar tevredenheid.

Ook in de studio is de temperatuur naar tropische hitte gestegen. Cameramensen hebben hun trui uitgedaan. Nadat de leader van OdB gestart is, begint de band te spelen. Hun jeugdig enthousiasme spat van het tv-scherm. Het gaat goed, af en toe een misser, maar dat is all-in the game. Iedereen is goed op elkaar ingespeeld.

‘Het volgende nummer is Blue Hotel,’ kondigt de zanger aan, en de band geeft een goede imitatie van het Chris Isaac nummer. Bepaalde covers zijn populair en komen telkens voorbij in de jaren dat we dit programma maken. Unchain my heart van Joe Cocker of Summer of ’69 van Brian Adams, bijvoorbeeld.

De bevrijdende bel klinkt, het is half vijf, einde werktijd. Zorgen dat je kort van te voren geen ingewikkelde order meer aanpakt, want die moet je afmaken. De werktafel is schoongemaakt, het afval opgeruimd en de dozen aangevuld voor de collega’s van de avonddienst. Ik geef mijn buurman een boks. ‘We nailded it, today. See you tomorrow.’

‘Prettige avond,’ zegt hij met een verleidelijk accent.

In de studio drinken we een biertje op het geslaagde optreden. De hitte zindert nog na in de ruimte. Soms kijkt de band even bij de bandmachinist hoe de uitzending eruitziet en vooral hoe het geluid klinkt. Het is goed, de geluidsman heeft weer wonderen verricht. Iedereen kan tevreden zijn. It’s a wrap.

Ga schemeren

Gisteren is met het terugzetten van de klok de wintertijd ingegaan. Het seizoen van donkere en wellicht koude dagen. Ik maak me nu al zorgen om een torenhoge energierekening die als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd hangt. En ik zal niet de enige zijn die met angst en beven afwacht wat voor winter we zullen krijgen en wat daarvan de financiële gevolgen zullen zijn.

Normaliter vind ik de winter wel een aangename tijd, maar nu… Elektrische apparaten niet meer in de stand-by-stand, alle stekkers eruit, de thermostaat fors naar beneden en veel schemeren. Ja, gebruikmaken van de schemering, de periode tussen licht en donker. Gelukkig wonen we ver van de evenaar dus wordt het bij ons langzaam donker.

Vroeger schemerden mensen heel vaak. Aan het eind van de dag was het niet meer licht genoeg om nog hard te werken en mensen wilden zuinig zijn met hun elektriciteitsgebruik. Dus deden ze alleen een kleine schemerlamp aan, en gingen ze gezellig schemeren. Het was een rustmoment op de dag; een moment van bezinning. Ik ken het van mijn oma die zolang mogelijk wachtte om het licht aan te doen.

Wat zou er gebeuren als Nederland massaal aan het schemeren sloeg? Elke dag de overgang van werk naar rust zou markeren, een overgang waarbij we nu nauwelijks stilstaan. Zeker in onze hectische maatschappij waarin steeds meer mensen klagen over stress- en burn-outklachten zou schemeren wel eens heel weldadig kunnen zijn! Niet steeds maar door hollen, maar ervoor kiezen om aan het eind van de dag een half uurtje in het halfdonker te zitten en te mijmeren.

Daarbij snijdt het mes aan twee kanten. Je bespaart op de energiekosten en het is een goede afsluiting van een drukke dag. Het is geen wondermiddel, maar het is wel een gratis en zeer toegankelijke oefening in niet-doen en niet-zijn. Een manier om jezelf los te weken van een gejaagd (beeldscherm)bestaan.

Ga vanavond maar eens voor het raam zitten. Het enige wat je nodig hebt is tijd en een paar ogen. Het gaat zo langzaam dat er niks lijkt te gebeuren, terwijl intussen alles verandert. Wat in daglicht vastomlijnd is, verwatert in de schemering. Lijnen worden zachter, waardoor de dingen, mensen, bomen, in elkaar lijken over te lopen. Hoe langer je wacht met het licht aanknippen, hoe meer verweven alles wordt. Geen wereld van afzonderlijke zaken maar een vlekkerige schets waar de verbeelding gemakkelijk mee aan de haal gaat. En dat alles voor nop.

Zie het als een daad van verzet tegen de lichtvervuiling (en ook een welkome besparing): de bakken elektrisch licht die in ons land zowel binnen als buiten aanspringen zodra de zon ondergaat. Een protest tegen het feit dat in onze maatschappij elke seconde ingevuld moet worden, dat onze economie moet blijven groeien, omdat dat goed zou zijn.

Ga eens bewust kijken vanavond hoe het duister invalt! Gewoon even niets produceren of consumeren. Een stoel en wat uitzicht, meer heb je niet nodig. #schemeren

Herfst

Tegenwoordig ben ik eerder op dan de zon. De ochtenden zijn snel donker geworden. De r van herrrfst zit weer in de maand. Hard tikt de regen tegen het slaapkamerraam. Absoluut geen zin om mijn warme bed te verlaten en naar een distributiehal te gaan.

Ondanks de regen zal ik toch naar buiten moeten. Op een drafje ren ik naar de auto. De regen striemt in mijn gezicht. Mocht ik nog niet wakker zijn dan ben ik het nu wel.

Mijn ruiten zijn beslagen van de kou en ik moet de blower op standje vier zetten om iets te kunnen zien. Ik wil niet de geparkeerde auto van een buurtbewoner schampen. Alle kleur is uit mijn navigatiesysteem getrokken, ook die heeft zich aangepast.

Op de Vreelandseweg priemt het felle gele licht van mijn achterligger in de achteruitkijkspiegel. Ik ga iets harder rijder om er geen last van te hebben. Het heeft geen zin, want hij of zij ziet het als een aanmoediging om ook de snelheid te verhogen. Bij de rotonde neem ik met opzet de buitenste ring in de hoop dat de bestuurder me zal passeren. Gelukkig, die ben ik kwijt.

Op de carpoolplek is de broodjeskar verdwenen, met deze koude donkere dagen is er waarschijnlijk geen klandizie.

Vier slierten autolichten spoeden zich op de A2 naar Utrecht. Allemaal rode lampjes in allerlei soorten en maten. De mooiste zijn wel de rode ‘gezichtjes’ van de VW’s.

Diegene die echt haast heeft neemt de vijfde baan maar riskeert daarmee wel een boete. Zijn er nu meer mensen op weg naar hun werk of komt het doordat de wereld kleiner is geworden? Feit is dat de mede werkers in de donkere ochtend meer opvallen.

Gelukkig geen oponthoud. Ik ben op tijd om in te klokken.

‘Waar heeft u vandaag zin in?’ vraagt de koffieautomaat.

Wat dacht je van meteen terug naar mijn bed te gaan, denk ik en druk op de cappuccinoknop.

In de distributiehal zijn de korte broeken en hemdjes vervangen door hoodies, diep over het hoofd getrokken. Ik vermoed dat sommigen daarmee verbergen dat ze een oortje in hebben dat ze verbindt met hun eigen muziek, zodat ze niet het geleuter op Qmusic hoeven aan te horen. Geef ze eens ongelijk. Het is echter verboden om een mobiele telefoon op de vloer mee te nemen.

Ik loop langs de honderden blauwe bakken om de lege locaties te checken. Als er toch nog een artikel is achtergebleven dan verwijder ik het en noteer het artikelnummer en het aantal. Soms als het er heel veel zijn is de bak waarschijnlijk per ongeluk op een verkeerde locatie terechtgekomen en moet die verplaatst worden naar de juiste plek.

Het is aan de artikelen te merken dat Halloween, Sinterklaas en Kerst aanstaande zijn. Veel bakken zijn gevuld met spinnen, vleermuiscapes, chocoladeletters, pepernoten, kaarsen of kerstballen in allerlei varianten.

Daarna begin ik met de inventarisatie en steek ik mijn neus in de blauwe bakken om de artikelen te tellen. Soms krijg ik bij het leeghalen spontaan een niesbui. Stof of komt het door het materiaal van het artikel? Een wollen trui die in de stapelkorting is. Of de jutenzak van de Sint.

Ik moet mijn aandacht erbij houden en me niet laten afleiden door collega orderpickers, anders moet ik opnieuw met tellen beginnen. Was het nou zestien? Of zeventien? Het voelt soms alsof ik in een escaperoom zit en de juiste getallen op de scanner moet invullen om over een paar uur weer naar buiten te mogen.

Vooralsnog ga ik stug door en hoop ik dat er niet te veel verschillen zijn met de actuele voorraad in de computer, anders moet ik die bakken hertellen. Op het dak tikt ook de regen rustig door.

Onvoltooid verleden tijd

Zondagochtend 2016, iets na tienen op een regenachtige februaridag. Ik rij op de A28 op weg naar Assen om een dagje bij mijn moeder te zijn. De ruitenwissers glijden over de vooruit. De radio staat aan. Ik hoor de belerende stem van Jos Palm, een van de presentatoren van het VPRO-radio 1 programma OVT, over de onvoltooid verleden tijd.

Een mooi geschiedenisprogramma waar ik graag naar luister. Het koppelt actueel nieuws aan de geschiedenis en legt waardevolle verbanden. Zonder geschiedenis zou je het heden nooit kunnen begrijpen. Tenslotte is het de waarom van de waarom iets geschied is. Het doel van geschiedenis is dat je kunt leren van de fouten uit het verleden (helaas doen de meeste mensen dit niet!) Voor mij is het op deze zondag ook een soort alternatieve preek. Een moment van bezinning hoe je in het leven staat en wat belangrijk voor je is.

Oktober is traditioneel de Maand van de Geschiedenis. Het thema is dit jaar: Wat een ramp! OVT  besteedt volop aandacht aan persoonlijke rampen tot catastrofes die de samenleving ontwrichten. Op de laatste zondag van de maand is de bekendmaking van de winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs.

Ik passeer kasteel Groot Horloo, een modern wooncomplex met een antiek uiterlijk bij Ermelo, een merkteken onderweg waardoor ik weet dat het nog precies een uur duurt voordat ik mijn bestemming bereikt heb. Op de radio blikt men terug op het overlijden van de schrijver Umberto Eco met de vertaalster van zijn bekendste boek ‘In de naam van de roos’.

Daarna gaat het gesprek over de mythe rondom Paaseiland. Het item begint met een fragment van Boudewijn Büch die tijdens een bezoek aan het eiland de neiging niet kan onderdrukken om de opmerkelijke beelden aan te raken. Je denkt dat het zal gaan over hoe deze ‘moai’ daar zijn gekomen, maar het gaat over het uitsterven van de oorspronkelijke bevolking. Ze zouden de bomen op het eiland hebben gekapt om daarmee de beelden naar de kust te vervoeren. Door de erosie ontstond er hongersnood, de bewoners gingen elkaar naar het leven staan en aten elkaar letterlijk op.

Deze mythe is onlangs ontkracht omdat de speerpunten waarmee ze die oorlog zouden hebben gevoerd daar helemaal niet geschikt voor zijn, ze waren half rond en ze dienden als gebruiksvoorwerp, namelijk om fruit mee te schillen.

De wekelijkse column wordt vandaag gedaan door Nelleke Noordervliet. Ze is net terug van een korte vakantie in Frankrijk en verwondert zich over de Europese samenwerking, er is wel een gekozen parlement maar eigenlijk zit er betonrot in de moeizaam functionerende democratie. De vooruitgang waarin de door haar zeer bewonderde schrijver en filosoof Diderot geloofde, hapert is haar stelling.

Tijdens het gesprek over antisemitisme en Polen moet ik opletten dat ik wel de juiste route neem bij Hoogeveen en niet op de A37 naar Emmen terechtkom. Nog twintig minuten rijden… De nationaal-conservatieve regering in Polen wil een verbod op het spreken over Poolse vernietigingskampen want dat waren kampen van de nazi’s. De regering is bezig met de Poolse identiteit op de kaart te zetten en valt daarbij terug op WOII, want heeft de Poolse bevolking niet het meest te lijden gehad onder de totalitaire regimes uit die periode, de Sovjets en de nazi’s?

Na elf uur schuift Bart Funnekotter aan met zijn maandelijkse stapeltje boeken. Hij bespreekt er met vol enthousiasme vier. Ik heb inmiddels mijn bestemming bereikt maar blijf nog even op het parkeerterrein van de Vijverhof in mijn auto zitten om te horen wat hij over het boek ‘Hemelbestormers’ van Bart Slijpers te zeggen heeft, en het feit dat atheïsme geen product van de Verlichting is maar al bestond in de oudheid.

Ik luister totdat het item is afgerond. Ditmaal laat ik het ‘Spoor terug’ over de Februaristaking 1941 maar schieten, anders maakt mijn moeder zich ongerust waar ik blijf. #OVT #wateenramp #librisgeschiedenisprijs

Geen water

Een paar dagen vrij. Ik gun mezelf een poging om uit te slapen, maar als je in een vroeg ritme zit word je toch vaak op je gewoonlijke tijdstip wakker. Het is nog donker en ik draai me nog eens behaaglijk om.

Tegen half negen vind ik het welletjes. Ik sta op, haal de krant beneden uit de brievenbus en smeer een boterham. Als ik koffie wil zetten en de kraan aanzet, hoor ik een vreemd gorgelend geluid uit de hals van de kraan komen maar geen water…

Ik ben meteen klaarwakker. O ja, dat is waar ook, er hing al een paar dagen een briefje op de gezamenlijke voordeur: ‘U heeft tijdelijk geen water op donderdag van 08.30 tot 15.00 uur.’ Vitens is al een tijdje in de buurt bezig met reparaties aan het leidingnet. Ik heb de mededeling wel gelezen, maar nu het zover is ben ik het helemaal vergeten. Geen water in een fles gedaan gisteravond om koffie te kunnen zetten, niet aan gedacht dat ik vandaag voor half negen gedoucht zou moeten zijn. Pech… gewoon stom. Bij vorige keren was ik beter voorbereid of allang de deur uit en had ik niet eens in de gaten dat ik een paar uur zonder water zat.

Ik eet mijn boterhammen met een beker melk. En maak van de nood een deugd. Meteen maar naar het zwembad, kan ik daar douchen en naar het toilet. Na een kilometer baantjeszwemmen, denk ik, nu ik er toch ben ga ik voor het complete programma. Ik plak er ook een bezoek aan de sauna aan vast. Maar lang hou ik het daarbinnen niet uit, toch een beetje te heet…

De douche na het zwemmen is een weldaad. Er staat een schaal met scrub, dus ik verwijder al scrubbend de dode huidcellen. Ik boen zo hard met de paarse korreltjes dat ik helemaal gloei. Binnen een mum ruik ik naar lavendel. Daarna douche ik af met een krachtige straal, voor zover het daar mogelijk is.

Twee uur later ben ik weer thuis, nu beter voorbereid. In de Dopper zit water voor het koffiezetapparaat. Nou kom ik de dag wel door tot drie uur.

Poepende man op de dijk

Vandaag een dagje onder zeeniveau. Om precies te zijn gemiddeld vijf meter. Ik rij in alle rust door het weidse landschap van de provincie Flevoland gemarkeerd door een sliert van windmolens. In een rustig tempo doen ze hun groene werk.

Dit weekend volg ik de route langs allerlei land art projecten die allemaal op hun eigen wijze refereren aan het polderlandschap dat in de vorige eeuw gewonnen is uit de Zuiderzee. Polderland Garden of Love and Fire van de Poolse architect Daniel Libeskind in Almere Pampus is mijn eerste stop.

Vogels fluiten het hoogste lied. Het ruikt naar vers gemaaid gras. De rechte sloten die deel uit maken van de zichtlijnen van het kunstwerk zijn onlangs gedregd. Het riet ligt modderig zwart tegen de slootkant. Een strook zwart grind leidt me naar de aluminium wanden van de sculptuur. Het lijkt een soort labyrint. Je kunt er doorheen lopen. Niet gemakkelijk, soms kom je vast te zitten. Later biedt het obstakel een onverwacht perspectief. Het symboliseert het menselijke leven.

Speciaal voor vandaag is een kunstenares bezig met garen verbinding te leggen tussen de platen en de natuur. Rustig als een gedreven spin werkt ze aan haar web. Jammer, daardoor blokkeert zij de functie van het dolen door het nauwe labyrint. Ik wil natuurlijk niet haar tijdelijke installatie verwoesten.

Op weg naar de volgende locatie kruis ik de gondels van het Floriadeterrein. Het schijnt er nog niet druk te zijn. Via een veld met rode kolen, kom ik bij De Groene Kathedraal. Marinus Boezem heeft hier geen stenen gewelven, glas-in-lood ramen maar populieren gebruikt om een gotische kerk te bouwen volgens de plattegrond van de Nôtre-Dame van Reims. De wind heeft er vrij spel en ritselt door de toppen, daarboven is de blauwe hemel te zien. Het kunstwerk blijft groeien. De kunstenaar symboliseert hiermee het verlangen om op te stijgen naar het goddelijke en het achterlaten van het aardse. Verderop is een open plek in het bos waar de eiken- en beukenhagen de contouren van de kathedraal vormen, alsof de bomen hier zijn weggehaald.

Midden in de uitgestrekte polder ligt Aardzee van de Nederlandse kunstenaar Piet Slegers als een oase van rust. De aarden wallen doen denken aan opstuwende golven die door het landschap rollen. Een verwijzing naar de Zuiderzee. De solide grond onder mijn voeten was vroeger water. Tussen de taluds liggen blauwgrijze schelpen. Er komen blijkbaar weinig bezoekers want gras en onkruid groeien er welig tussendoor. Het schelpenpad is nodig aan herstel toe. Je hebt eigenlijk een drone nodig om het kunstwerk goed te kunnen zien.

Over de dijk langs het Markermeer rij ik richting Lelystad. Daar kijkt op een strekdam een stalen reus van bijna zesentwintig meter hoog, peinzend over het water. Als je er goed naar kijkt zou je ook kunnen zeggen dat hij zit te poepen. Hoe dichterbij je bij het kunstwerk komt, hoe abstracter het wordt. Je herkent geen menselijke structuur meer. Het figuratieve werk Exposure van de Britse beeldhouwer Antony Gormley oogt imposant. Alsof hij alle hoogspanningsmasten uit de polder op een hoop heeft gegooid.

Boven het Markermeer betrekt de lucht, waardoor de man een donker silhouet krijgt. Ga ik het droog houden vandaag? Ik zie door de constructie vogels hoog overvliegen op de vlucht voor een dreigende regenbui.

Het volgende object ligt in het glooiende landschapspark de Wetering in Zeewolde. De eerste regendruppels vallen op de voorruit. Ik doe de wissers aan. Sea Level van de beroemde Amerikaanse kunstenaar Richard Serra ligt aan een waterplas, waarin de dikke regendruppels driftige cirkels vormen. De gids staat in een poncho met paraplu boven haar hoofd te kleumen. Ik heb medelijden met haar. Twee erg donkergrijze – door de regenbui – betonnen muren lopen dwars door het park. De muren elk tweehonderd meter lang staan diagonaal in elkaars verlengde aan weerszijde van het water. Aan de uiteinden vloeien de muren nauwelijks merkbaar over in het gras, terwijl ze in het midden, op het diepste punt van het park, enkele meters hoog zijn. Hiermee geeft Serra op suggestieve manier aan hoe ver we hier onder de zeespiegel leven.

Omdat het steeds harder gaat plenzen, schuil ik in het tentoonstellingsgebouw De Verbeelding. Na een lekkere cappuccino hou ik het voor gezien. De andere kunstwerken op de route ga ik wel eens op een later tijdstip bezoeken. #landart #flevoland