
Kunst kopen kan een goede investering zijn. Helaas denkt mijn portemonnee daar meestal anders over. Ik ben een frequente bezoeker van open ateliers en kunstroutes in het Gooi. Regelmatig zie ik werk waarvan ik denk: dát zou prachtig staan aan mijn muur. Tot ik naar de kleine prijssticker kijk. Dan volgt steevast dezelfde conclusie: blijf maar lekker dromen.
Kunst aan de muur
Toch hangen er in mijn flat verschillende ‘kunstwerken’ met een verhaal. Voor mijn veertigste verjaardag schildert een goede vriendin een doek voor mij. In die periode zit ik in mijn zogenaamde zilverfase – veel accessoires in mijn huis zijn van zilver. Op een lichtgrijze, glanzende achtergrond trekt ze strepen in felle kleuren: blauw, geel, rood en roze. Je kunt er een groot hart in zien. Het werk is vrolijk en vol beweging. Nog altijd word ik er blij van.
Zelf kijkt ze er soms naar en vraagt dan lachend: ‘Moet je dat niet eens vervangen door een echt kunstwerk? Ben je er nog niet op uitgekeken?’ Mijn antwoord is altijd hetzelfde. ‘Nee, het is een dierbare herinnering aan jou. Die blijft gewoon hangen.’
Bij een fusie met IDTV krijgen alle werknemers een zeefdruk van Herman Brood cadeau: ‘T is nu wel dik an. Een kleurrijk werk van een gevestigde naam. Dat past prima in mijn interieur.
Als mijn ouders verhuizen naar een verpleeghuis, vind ik in de garage een ets van twee gele vogels die opvliegen: The Emotional Birds van Eliza Kopec. Mijn moeder heeft er blijkbaar weinig mee, want het werk is verbannen naar de garage. Inmiddels heeft het een zilveren lijst gekregen en hangt het in mijn werkkamer.
Bezoek Fotomuseum
Maar waarom vertel ik dit eigenlijk allemaal? Dat komt door een bezoek aan het Fotomuseum in Hilversum. Momenteel is daar de tentoonstelling Layered Realities: Photography & Collage te zien, met werk van vijftien hedendaagse kunstenaars die de collagetechniek gebruiken als kunstvorm.
Terwijl ik langs de werken loop, moet ik ineens denken aan mijn eerste woning in Hilversum. De witte, kale muren zorgen voor een artistieke ingeving. Dus begin ik te knippen. Uit modebladen en tijdschriften verzamel ik foto’s van mannen die in mijn ogen aantrekkelijk zijn. Door te schuiven en te combineren ontstaat mijn eigen fotografische verhaal. Uiteindelijk zijn het drie collages geworden.
Drieluik
Destijds diende het vooral als decoratie. Nu besef ik dat er meer achter zat. Het drieluik ging over mannelijkheid, identiteit en verlangen. Over het zoeken naar mijn seksualiteit. Over zelfacceptatie. Over gevoelens die ik nog niet altijd hardop durfde uit te spreken.
Een homovriend bekeek de drie collages ooit aandachtig. ‘Ik zou ze zelf niet aan de muur willen hebben. Ze zien er prachtig uit, hoor, maar ik raak er opgewonden van. Ik kan daar niet elke dag naar kijken.’
Dat vind ik nog steeds een fascinerende reactie. Inderdaad zitten er naast close-ups van gezichten ook fragmenten tussen van gespierde mannen met ontblote torso’s en indrukwekkende sixpacks. Niet expliciet, maar subtiel erotisch is het zeker wel.
Logeren
Sterker nog: als mijn ouders komen logeren, verhuist het drieluik tijdelijk naar de kamer van een huisgenoot. Mijn moeder kan een muur vol mannelijk schoon niet echt waarderen. Er is geen piemel te bekennen, maar toch. Ik voorzie haar opmerkingen al en heb geen zin in discussies.
Dus gaan mijn mannen een paar dagen uit logeren. Mijn huisgenoot heeft overigens liever een verzameling mollige blonde vrouwen op bezoek, maar hij werkt belangeloos mee. Waarvoor ik hem nog steeds dankbaar ben.
Bij een verhuizing raken de uitgeknipte foto’s door elkaar. Eigen schuld. Ik heb ze nooit definitief vastgeplakt. De collages moeten opnieuw opgebouwd worden. Terwijl ik de losse stukken bekijk, denk ik ineens: misschien is het goed geweest zo. Jarenlang hebben deze mannen aan mijn muur gehangen. Ze belichamen een periode in mijn leven waarin ik zocht, twijfelde en mezelf langzaam beter leerde kennen. Misschien is het tijd voor iets anders.

Leuke column, Jan. Dank je.
Benieuwd wat de plek van de mannen heeft ingenomen!