Geen goed idee

Onverwachts een dag vrij. Een ongekende luxe. Ik probeer langer te blijven liggen, maar wie eenmaal in het vroege ritme zit, krijgt zijn lichaam niet meer overtuigd. Dus toch maar op tijd aan het ontbijt. Krantje, archief bijwerken, wasje draaien. Dat soort huisvlijt.

Jan Toorop

Ik lees over de tentoonstelling van Jan Toorop in Laren. Misschien een mooi uitje voor vandaag. Op de website van het museum kijk ik naar tijdsloten. Pas om 15.00 uur zijn er nog kaarten beschikbaar. Dat had een signaal kunnen zijn. Toch reserveer ik.

Ruim op tijd rijd ik richting Laren. Ik wil ook nog langs die leuke kleine boekhandel. Na het viaduct van de A1 moet ik mezelf tot de orde roepen: maximumsnelheid. Daar staat een flitspaal die eerder al aan mijn portemonnee heeft gerammeld.

Op de Brink linksaf bij het stoplicht. Dat duurt altijd lang. Net de bocht om staat er een vuilniswagen pontificaal midden op straat. Blauwe-bakken-dag. De chauffeur dirigeert vriendelijk het verkeer zodat ik erlangs kan. Ik steek mijn hand op.

Parkeren

Bij Singer staan de auto’s in de rij voor de parkeerplaats. Toch sluit ik aan; het is nu eenmaal de handigste locatie. Ik beland in een soort carrousel die eindigt zonder prijs: geen plek vrij.

Dan maar de kleine straatjes in. Laren is een doolhof van heggen en eenrichtingsverkeer. Voor me een zee van rode achterlichten. Wat nu weer? De vuilniswagen is óók deze straat ingereden. Hier kan niemand passeren. Dus wachten.

Ik zoek op mijn telefoon naar alternatieve parkeerplekken. Verwijzing naar een zorginstelling van Amaris. Uiteraard hebben meer mensen dat idee gehad. Weer zo’n fuik waar je nauwelijks uitkomt. Geen enkele parkeerruimte meer beschikbaar. Fijn dat ik zo vroeg van huis ben vertrokken.

Misschien dan toch de Brink zelf? Als iedereen die vermijdt, is daar vast ruimte. Niet dus. Inmiddels tikt de klok richting mijn tijdslot en zit ik nog steeds in de auto. Het begint zachtjes te regenen. Natuurlijk.

Ik sla rechtsaf om de volgende stoplichtfile te vermijden. Weer een straatje. Kruip-door-sluip-door. Zie ik daar een plekje? Een bordje waarschuwt dat (brom)fietsers moeten afstappen, maar het is echt een parkeerplaats. Parkeerschijf op twee uur. Al vrees ik dat ik inmiddels buiten de blauwe zone zit.

Uitstappen. Bril? Portemonnee? Ja. Doorstappen. Ik denk een slimme route te nemen, hopend niet in een doodlopende straat te eindigen. Uiteindelijk kom ik weer uit op de Naarderstraat en loop richting Singer. Het regent zachtjes.

Aanhoudende jongen

Bij de ingang staat een jongen in een té blauwe jas. ‘Is het gelukt met parkeren, meneer?’ Ik heb niet meteen door dat hij mij bedoelt. Waarschijnlijk heeft hij me meerdere keren voorbij zien rijden. ‘Moeizaam, maar ik heb een plek gevonden.’

‘Welkom! We hebben een nieuwe tentoonstelling en ik heb een geweldige aanbieding voor u.’ Hij klapt een donkerblauwe map open. Ik herken het logo van de VriendenLoterij. ‘Heeft u een museumjaarkaart?’ ‘Ja.’ ‘Maar deze VIP-kaart is voor het hele gezin, dan kunnen ze de volgende keer gezellig mee.’

Ik kijk hem aan. Vlassig snorretje. Spitse neus. Vriendelijke ogen. ‘Dat maakt in mijn geval niet uit. Het hele gezin staat hier voor je neus.’ Hij mist de grap. ‘Ik weet wat je me gaat aanbieden, maar ik heb geen interesse.’ ‘Toch ga ik u even vertellen wat u dan mist.’ De verkoopcursus is grondig geland. Nog zo’n innemende lach. ‘Meneer, dit kunt u echt niet laten lopen.’

Mijn blaas herinnert me intussen dringend aan andere prioriteiten. ‘Nee, dank je, ik ga naar binnen.’ ‘Maar u weet niet wat u mist.’ Hij loopt met me mee. ‘Ik ben niet geïnteresseerd.’ ‘Maar meneer, ik ga het u toch vertellen.’

En dan ontsnapt me een vergelijking die ik niet had zien aankomen: ‘Ik ben blij dat ik niet met je in één bed lig, want je negeert al mijn afwijzingen. Nee is voor jou blijkbaar niet voldoende. Weleens van consent gehoord?’ Waarom begin ik over vrijen tegen deze jongen? Hij schrikt zichtbaar. ‘Sorry, zo had ik het niet bedoeld. Ik zal u niet langer lastigvallen. Prettige middag.’ ‘Dank je.’

Krokusvakantie

Binnen zoek ik eerst het toilet op. Daarna mijn toegangsbewijs in de mailbox. Het is ontzettend druk. Dan valt het kwartje: krokusvakantie. In iedere zaal kun je over de hoofden lopen, ondanks het tijdslotbeleid. Twintig minuten houd ik het vol. Ik heb geen rust om de kunstwerken tot me te nemen. Overal mensen – veel grijs haar, rollators, wandelstokken. Ik ben continu bang iemand omver te lopen.

Dit was geen goed idee.

Buiten staat de jongen van de VriendenLoterij alweer een postcode te noteren. ‘Dat is snel!’ roept hij terwijl hij zijn hand opsteekt. ‘Het is mijn dag niet. Jan Toorop moet nog maar even wachten. Ik kom wel terug.’ In de auto besef ik: Shit, helemaal het boekwinkeltje vergeten.

Geef een reactie