Ondanks de stapelweken – hoe meer handdoeken, koffie of ondergoed, hoe goedkoper – is het opvallend rustig op het distributiecentrum. Een zeldzaam voordeel: ik mag uitslapen en hoef pas om tien uur in Utrecht te zijn.
Zangvogels
Vanochtend ben ik gewekt door het dageraadkoor. Nog voor de zon opkomt, beginnen de mannelijke zangvogels al met hun vrolijke concert. Ik ben geen vogelkenner, dus of het merels, mezen of mussen zijn, laat ik in het midden. Ik zou er een app voor kunnen installeren, maar soms is luisteren genoeg. Gewoon even aandacht voor iets wat niets kost en toch waardevol is.
Terwijl ik lig te luisteren, vraag ik me af wat ze elkaar eigenlijk toeroepen. Het heeft natuurlijk alles met voortplanting te maken: laten horen dat je er nog bent, je territorium afbakenen, indruk maken. En de vroege ochtend helpt daarbij – geluid draagt verder, voordat het overstemd wordt door verkeersdrukte en het geroezemoes van de dag.
Roeiers
Het is de eerste lentedag. Alsof de natuur dat ’s nachts heeft afgesproken, lijken de bomen ineens in bloei te staan wanneer ik in de auto stap. De lage ochtendzon schijnt beminnelijk. In het Hilversums Kanaal zijn de roeiers van Tromp al actief. Skiffs snijden door het water, felgekleurde outfits lichten op in geel, groen en roze. Het ziet er moeiteloos uit. De coach in de motorboot moet toch zichtbaar zijn best doen om ze bij te houden.
Even verderop ligt een roeister stil, haar paddels rusten op het water. Even pauze. Misschien vermoeid, misschien genietend van het moment. Sommige roeiers waren waarschijnlijk ook al vroeg op, want die zijn in volle vaart op de terugweg naar het roeihonk, wellicht verlangend naar een sportdrankje of een bakje koffie.
Badgasten
Bij de Loosdrechtse Plassen staan mensen in vrolijke badjassen bij elkaar. De sombere winterkleuren lijken verdwenen. Of de zwemmers net uit het koude water komen of nog moed verzamelen voor een duik, blijft onduidelijk. Het water zal hoe dan ook nog guur zijn.
Het verkeer schiet niet op. Voor me rijdt een vrachtwagen met een grote boot op de oplegger, die bij elk stoplicht moeite heeft om op gang te komen. Zal het motorjacht vandaag te water gaan? Automobilisten worden ongeduldig en zoeken een mogelijkheid om in te halen. Bij de rotonde krijg ik die kans ook.
Overal duiken gele narcissen op in de berm. Elk jaar lijken het er meer. Minder vrolijk is een dode egel op het asfalt. Dit beestje heeft de lente niet gehaald.
In het riet ligt al tijden een roestig casco. Het ‘te koop’-bord is vervangen door een doek met daarop het gezicht van de partijleider van FvD. Omdat het waarschijnlijk een uitdaging is om bij de oude boot te komen, is er nog geen snorretje getekend onder haar neus. De gemeenteraadsverkiezingen zijn voorbij, maar hoe lang het doek blijft hangen, is de vraag.
Printer
Helemaal zen kom ik aan op het distributiecentrum. De intekenlijst voor flexwerkers is ultrakort. Pick & Pack draait vandaag alleen op de vaste krachten. Ik begin met het controleren van lege locaties, maar de start is moeizaam: de printer weigert dienst. Lade vier, meldt het scherm.
Mijn chef duikt er meteen op, op zijn knieën, prutsend aan een vastgelopen vel papier dat er stukje bij beetje uitkomt. Klep dicht en opnieuw proberen, maar weer draait een vel zich in het apparaat vast. Ik houd me op de achtergrond, maar denk: zit er niet gewoon te veel papier in de lade?
Na een paar mislukte pogingen geeft mijn chef het op. Even later komt hij terug met vier geprinte velletjes. ‘Andere printer,’ zegt hij droog. Met wat vertraging kan het werk op deze eerste lentedag eindelijk beginnen.
