
Om 05.15 uur gaat de wekker. Een tijdstip waarop een mens eigenlijk hoort te denken: ik draai me nog eens lekker om. Maar… ik sta op. Dat is overigens niet vrijwillig. Een paar dagen per week moet ik vroeg op voor mijn werk. Vroeg opstaan verandert je ritme. Je moet de avond ervoor eerder naar bed, ook als je daar helemaal geen zin in hebt. Want als je dat niet doet, krijg je de volgende dag de rekening gepresenteerd. Inmiddels heb ik mijn lichaam zover gekregen dat het zelfs in het weekend rond die tijd begint te denken: zullen we?
Vroeger was ik toch echt een avondmens. Ik herinner me avonden waarop we met een glas whisky aan tafel zaten en maar bleven bomen. Doordeweeks? Geen probleem. Voor je het wist was het vier uur… Een paar uurtjes slapen en ik stond toch weer fris en fruitig op. Nu lukt me dat niet meer.
Jan-Willem start op!
Om 06.15 uur stap ik in mijn auto. De radio speelt: Jan-Willem Start Op! met Jan-Willem Roodbeen en Jeroen Kijk in de Vegte. Heerlijk. NPO Radio 2. Al jarenlang mijn ochtendvrienden. Ze nemen het nieuws door, er is aandacht voor iets opvallends van de avond ervoor en daarna rolt het programma volgens een herkenbare formule verder. Welke plaat wil een luisteraar graag horen om mee op te staan? En vooral: waarom juist die plaat? Dat soort kleine verhalen vind ik leuk.
En Carmen Verheul, de nieuwslezeres. Ik ben dol op die chemie tussen haar en de mannen. Een beetje plagen, een beetje prikken, ondertussen gewoon het nieuws brengen. Het soort radio waarbij je na een tijdje het gevoel krijgt dat je de mensen persoonlijk kent. Mijn ochtend heeft zelfs een eigen ijkpunt: als ik tijdens het nieuws de A2 oprij, lig ik op schema.
Slecht nieuws
En dan opeens slecht nieuws. Jan-Willem en Jeroen kondigen aan dat ze naar Radio 10 vertrekken. Daar gaat mijn ochtendritueel. Waarom? Voor het grote geld? Wie zal het zeggen. Maar vooral: wie gaat die grote schoenen vullen?
Want daar zit een interessant mechanisme achter. Iedere radiozender heeft tussen zes en negen uur zijn belangrijkste wapen: de ochtendshow. Wie herinnert zich Edwin Evers niet? Eerst op 3FM, later op 538. Met zijn typetjes, Prins Bernard, de gebroeders De Boer en een hele stoet andere figuren. Ze reden jarenlang met mij mee naar mijn werk. Al moet ik eerlijk zijn: dat voortdurende, onnozele gelach van sommige sidekicks werkte me behoorlijk op de zenuwen. Toch hoorde het erbij.
Ochtendshow
En dat is precies het geheim van een goede ochtendshow. Het is een format. Een zorgvuldig gebouwde machine waarin actualiteit, weer, verkeer, muziek, spelletjes, verzoekjes en telefoontjes met bekende Nederlanders precies op de juiste momenten voorbijkomen.
Want de radio is ’s morgens eigenlijk een soort klok. Je doet je eigen dingen en ondertussen verwacht je dat de radio zich aan jouw ritme houdt. Als dat niet gebeurt raak je geïrriteerd. En ga je zappen. Zenders hechten eraan dat je de hele dag naar hun station blijft luisteren.
Dat legt nogal wat druk. Als presentator moet je vooral niet laten merken dat het eigenlijk belachelijk vroeg is. Een dj die klaagt dat hij zo moe is en liever nog in bed had willen liggen, heeft een probleem. De luisteraar denkt dan: ja, ik ook. Maar jij wordt er tenminste voor betaald! Je moet als dj een positieve instelling hebben, de luisteraar het gevoel geven dat je samen opstaat. Dat je allebei nog een beetje wakker moet worden. Dat je hem door de ochtend heen gaat helpen.
Moordende concurrentie
De concurrentie op de ochtendradio is moordend. Je kunt natuurlijk je eigen playlist opzetten. Of een podcast. Maar daarnaast staan Gerard Ekdom, Coen & Sander, Mattie & Marieke en al die andere grootmachten om zes uur ’s morgens klaar om je aandacht te grijpen.
Die laatste twee staan bijvoorbeeld aan in het distributiecentrum. Een behoorlijke afknapper. Ik kan er niets aan doen, maar ik heb een allergie voor Marieke Elsinga’s dramatische geleuter. Ze staat bij mij hoog op de irritatieladder. Als ze op televisie verschijnt, grijpt mijn hand automatisch naar de afstandsbediening. Ze is inmiddels zelf opgestapt. Een klein ochtendwonder.
Mijn autoradio staat standaard op NPO Radio 2. Radio luisteren blijft voor mij toch fijner. Omdat radio je kan verrassen. Je krijgt iets mee van wat er in de wereld gebeurt en soms hoor je ineens iets waarvan je denkt: hé, dat is leuk.
Een van mijn leerlingen heeft een boek geschreven over haar anorexia. In het boek vertelde ze wat Jan-Willem en Jeroen voor haar betekenden in die moeilijke periode. Rond haar boekpresentatie appte ze de dj’s. Die belden haar terug. En vervolgens werd de passage uit haar boek op de radio voorgelezen. Daar zit ik dan, nietsvermoedend in mijn auto op weg naar mijn werk, en ineens hoor ik een verhaal van iemand die ik ken, in mijn favoriete ochtendprogramma.
Commerciële radio
Maar nu sta ik voor de keuze: volg ik de mannen naar Radio 10 of blijf ik luisteren naar NPO Radio 2? Eerst is het makkelijk, want de dj’s gaan op vakantie en beginnen pas in september. Dus ik luister naar de opvolgers: Daniël Lippens en Roelof de Vries. Hun stemmen ken ik al, want ze zijn de vaste invallers wanneer de andere mannen vakantie hebben of ziek zijn. Dat scheelt. Ze voelen niet als volslagen vreemden, die plotseling in je auto zitten. Ze gaan grotendeels door op dezelfde voet, maar voegen natuurlijk hun eigen onderdelen toe. Twee Vandaag bijvoorbeeld; luisteraars mogen twee woorden appen en vervolgens worden ze teruggebeld. Rond half zeven komt Roelofs weetje voorbij. Het is allemaal prima. Maar ik moet wennen. En zij moeten hun onderlinge chemie nog vinden.
In september luister ik naar mijn vrienden, nu op Radio 10. Het klinkt oud en vertrouwd, maar op één ding ben ik totaal niet voorbereid. Midden in de autorit een lang reclameblok. Shit. Commerciële radio. Ik ben niet benieuwd naar de aanbiedingen van McDonalds, Beter Horen, een autoverzekering van Promovendum of een vliegreis met Corendon. Ik wil muziek en mijn favoriete dj’s! Een dilemma waar ik nu mee worstel. Voorlopig zap ik dan maar tussen de twee zenders.
