Oranjegevoel

Is jouw wereld al oranje? Zit je in je WK-kamerjas of juichpak gekluisterd aan de buis? Hier in de straat is er nog weinig te merken van het wereldkampioenschap voetbal dat inmiddels is losgebarsten. Of het moet de oranje Dixie zijn die op het trottoir staat te walmen. Zelfs op het distributiecentrum blijven de oranje shirtjes en broekjes onaangeroerd in de blauwe bakken liggen. Die van de Rode Duivels trouwens ook.

De enige die echt losgaat op dit toernooi is de commercie. Logisch ook. Je kunt geen krant openslaan, website bezoeken of tv-programma kijken zonder een voetbalreclame om je oren te krijgen. Alsof de marketeers in hun eentje de WK-koorts op peil moeten houden. We ondergaan het gelaten; het hoort er inmiddels bij.

Herinneringen aan vorige toernooien

Dit is het veertiende WK dat ik bewust meemaak. Van sommige toernooien staan de herinneringen nog glashelder op mijn netvlies, andere zijn vervaagd tot een paar losse flarden. De ene editie verliep nu eenmaal beter voor Oranje dan de andere. Soms deden we zelfs helemaal niet mee.

Als kind werd ik verwend met de glorieuze lichtingen van 1974 en 1978. Twee keer de finale, twee keer nét niet. Daarna volgden jaren van wisselend succes. Het WK van 2002 staat me nog goed bij. Nederland ontbrak, terwijl ik ergens op de Noordzee verbleef aan boord van een marineschip. In verloren uurtjes keken we tussen de mannen in het blauw naar de verrassend sterke Zuid-Koreanen van bondscoach Guus Hiddink.

Jaren later laaide het oranje vuur weer op in Zuid-Afrika. Dat waren onvergetelijke avonden: vrienden in de tuin, de barbecue aan en het gevoel dat het eindelijk zou gebeuren. Maar daar waren die gehandschoende vingertoppen van de Spaanse doelman Iker Casillas. Eén redding verwijderd van eeuwige roem.

Ook Brazilië 2014 leverde iconische momenten op. Eerst de sensationele 5-1 revanche op Spanje. Wat een avond. Vervolgens de onverwachte keeperswissel tegen Costa Rica. Louis van Gaal trok een konijn uit de hoge hoed en kreeg heel Nederland op de banken. Wat een stunt was dat.

Weinig vertrouwen

Dit keer ontbreekt het vertrouwen. Niet alleen in Oranje, maar ook in de organisatie van het toernooi. Niet in Amerika, een van de gastlanden, en al helemaal niet in de FIFA. De wereldvoetbalbond lijkt steeds vaker de hofleverancier van autocraten, machthebbers en opportunisten. Misstanden worden weggewuifd, ongemakkelijke vragen genegeerd. Bonden, trainers, spelers en scheidsrechters kijken liever de andere kant op. Het blijft een beschamend schouwspel. En dan moeten Trump en FIFA-president Gianni Infantino de komende weken nog hun opwachting maken. Dat belooft.

Na de dramatische uitzwaaiwedstrijd van vorige week is het enthousiasme verder weggezakt. Wij Nederlanders houden van Oranje, maar vooral als er iets te vieren valt. De eerste wedstrijd tegen Japan verliep bovendien precies zoals ik had gevreesd: stroperig, inspiratieloos en uiteindelijk eindigend in een teleurstellend gelijkspel.

Koeman

Bondscoach Ronald Koeman heeft gekozen voor een degelijk en veilig elftal. Deels noodgedwongen, want de blessurelijst is indrukwekkend: Jurriën Timber, Xavi Simons, Stefan de Vrij, Jerdy Schouten en Jeremie Frimpong ontbreken allemaal.  Koeman straalt zelf ook niet bepaald het vertrouwen uit dat de wereldtitel binnen handbereik ligt.

‘Er zijn vooral aanvallend gezien een aantal landen die meer kunnen brengen dan wij. Dus we zullen andere dingen moeten verzinnen. Maar we hebben bewezen dat we dat kunnen. Ik sta er niet zo negatief in, maar ik besef me wel dat alles mee moet zitten, willen we heel ver komen.’

Niet bepaald een speech die je op een tegel wilt laten drukken.

Tenue

Overigens: wat zijn die trainingstenues verschrikkelijk. Goud, zwart en oranje, met leeuwen, verwelkte bloemen en Surinaamse alakondre-schakelkettingen als motief. Het lijkt eerder een carnavalsoutfit dan een voetbalshirt. Aan de andere kant: de laatste keer dat Oranje met een vergelijkbaar wanproduct rondliep, werden we wel Europees kampioen. Misschien schuilt daar nog een sprankje hoop.

De bal rolt inmiddels, maar ik houd er een zwaar hoofd in. Toch blijft er iets magisch aan een WK. Met een groep vrienden op de vreemdste tijdstippen wedstrijden kijken, gezamenlijk mopperen op het spel en vanaf de bank tactische aanwijzingen schreeuwen die nooit zullen worden opgevolgd. ‘Vooruit met die bal!’ ‘Tempo maken, jongens!’ Onder het genot van bier, snacks en een hardnekkig geloof dat het misschien toch nog goed komt.

Geef een reactie