
Als ze bellen schrik je toch. Is er alweer een jaar voorbij? ‘Hyundai Wittenberg, we willen graag een afspraak maken voor groot onderhoud van uw auto. Het is druk, wat ons betreft kan het over anderhalve maand.’ We prikken een datum. ‘Hebt u een leenauto nodig?’ ‘Nee, ik werk dan thuis.’
Raming
Ik rij de auto op de afgesproken dag naar de garage. Ze hebben al een raming gemaakt van de kosten en wat er moet gebeuren: vervangen van pollen- en interieurfilter, remvloeistof, motorolie, ruitensproeiervloeistof, etc. Waarschijnlijk 426 euro. Of ik even wil tekenen onderaan bij het kruisje. ‘Als er iets is dan bellen we u. Ik pak even uw elektrische fiets.’ ‘Oh, heb je ook een gewone, dat vind ik fijner.’
Terwijl ik op een leenfiets naar huis rij, moet ik aan de vorige servicebeurt denken, toen ging het bedrag drie keer over de kop, omdat onder andere de banden vervangen moesten worden. Nu blijft het de hele dag rustig.
Leenauto
Om vier uur bellen ze. Ik denk: mooi mijn auto is klaar. Maar nee, hij staat nog op de brug. ‘We zien dat de achterrem is verkleurd en vastzit. We krijgen hem niet klaar. Mag de auto hier tot morgen blijven staan?’ ‘Nee, want ik heb hem morgenvroeg nodig om op tijd op mijn werk te zijn.’ ‘Als u de fiets terugbrengt, zet ik een leenauto voor u klaar.’ ‘Zijn daar extra kosten aan verbonden?’ ‘Nee, het is onze fout dat de planning verkeerd loopt.’
Ik ruil het ene vervoersmiddel voor het andere om. ‘We bellen u morgen over de bijkomende kosten.’ Ik geef aan dat ik moeilijk bereikbaar ben, omdat we op het werk geen telefoon mee mogen nemen op de vloer. ‘Spreek maar in en ik bel jullie terug in de pauze.’
Continu bliepjes
In een gloednieuwe Hyundai i10 – net duizend kilometer op de teller – ga ik de volgende dag naar Utrecht. Er zit nog geen krasje op en dat wil ik graag zo houden. Een luxe uitvoerig, met allerlei technische snufjes. Volledig digitaal dashboard, ziet er fancy uit.
Maar ik ben nog geen minuut onderweg en wat denk je? Bliepjes! De godganse tijd! Blijf midden op de weg! Nieuwe snelheidszone! Je mag hier geen 54! Ogen op de weg! Handen aan het stuur! Het lijkt de highcareafdeling van een ziekenhuis wel. Hoe irritant! Als ik van rijbaan verander zonder mijn knipperlicht te gebruiken, voel ik een ruk aan het stuur. Pardon, een interventie?! Kan dat ook uit? Mijn eigen auto piept alleen als ik de gordel niet om heb of als het vriest. Is dit echt veiliger? Ik word continu afgeleid, kijk steeds op het scherm wat de aard van de melding is. Ik gun mezelf geen tijd om uit te zoeken of ik die alarmen ook kan uitzetten.
In de eerste pauze zie ik dat ik al ben gebeld. ‘Sorry, we hebben nog iets gevonden. Uw koppeling is versleten en lekt olie. We moeten de bak helemaal openhalen. Daar zijn we wel even mee bezig. Misschien een vervolgafspraak?’ Ik bel de servicedesk terug. Ze geven opnieuw een raming van de extra kosten. Of je een emmer leeggooit. Ik zeg dat ik er even over na wil denken. ‘Dat is prima, want we kunnen dat toch niet vandaag repareren, maar u moet niet te lang wachten.’
Superauto
’s Avonds rij ik terug in de superauto vol met camera’s, radartoepassingen en lasers. Is dit de voorloper van de zelfrijdende auto? Ik moet er erg aan wennen. Alsof mij alle controle uit handen is genomen. Door de vele bliepjes verliest zo’n waarschuwing zijn urgentie. Ik probeer netjes binnen de lijnen te blijven, niet te hard te rijden, en afstand te houden van mijn voorliggers. De irritante piepjes probeer ik niet als kritiek of als urgente waarschuwing te beschouwen, maar als hulp.
Om kwart over vijf lever ik de nieuwe auto weer in. ‘Je hebt me natuurlijk wel lekker gemaakt met zo’n spiksplinternieuwe i10, maar oh al die bliepjes, gek word je ervan!’ Ik reken de eerste schade af en beloof zo snel mogelijk uitsluitsel over de koppeling te geven. ‘Als u stilstaat langs de weg…’ probeert de deskmedewerker nog. Ik knik en toets de pincode in.
‘Bent u tevreden over de service?’ vraagt hij terwijl hij mij de rekening geeft. O ja, die vreselijke klanttevredenheidsenquête. ‘Ik weet de dril, graag een tien geven. Zal ik doen, want ik wil niet dat jullie billenkoek krijgen van het hoofdkantoor.’ Hij moet lachen. Ik stap in mijn oudje en denk wat heeft zo’n peiling voor zin als je niet echt je mening mag geven? Gisteren hoorde ik terecht een vrouw zeggen: “Ik geef nooit hoger dan een acht, dus ik bepaal zelf wel wat het me waard is.”
Zonder hinderlijke bliepjes rij ik naar huis.
