Hou je van die eindeloze zomeravonden waarop de lucht maar niet donker wil worden? Dan moet je richting de Baltische staten. Vergeet even het dure Scandinavië: in Riga krijg je dezelfde lange lichte nachten, maar dan met bierprijzen waar je nog vrolijk van wordt.
De Letse hoofdstad laat zich bovendien heerlijk te voet verkennen. Dat moet ook wel, want de oude binnenstad is grotendeels autovrij. Geen ronkende motoren of haastige taxi’s, alleen kinderkopjes, kerktorens en straatmuzikanten die ergens tussen melancholie en wodka lijken te zweven. En het mooiste? Vanuit het centrum wandel je in nog geen twintig minuten zo een compleet andere wereld binnen: de beroemde Jugendstilwijk van Riga.
Jugendstil
Daar gebeurt iets geks met je nekspieren, want je loopt voortdurend omhoog te kijken. Nergens ter wereld staan zoveel Jugendstilgebouwen bij elkaar als hier. Het is alsof de stad besloten heeft om van architectuur een wedstrijd in overdaad te maken. Een openluchtmuseum vol tierelantijnen, drama en decadentie.
Jugendstil – of art nouveau, zoals de Fransen het chic noemen – waait eind negentiende eeuw vanuit België en Duitsland Europa binnen. Net op het moment dat Riga een intensieve bevolkingsgroei doormaakt. Nieuwe rijken willen huizen die niet alleen indruk maken, maar pure status schreeuwen. Dus verrijzen complete straten vol architectonische pronkstukken. En dat allemaal in amper een paar decennia, tot de Eerste Wereldoorlog abrupt op de rem trapt.
Alle toeristen worden steevast naar Alberta iela en Elizabetes iela gestuurd. Begrijpelijk ook: daar zak je bijna door je knieën van verbazing. Gevels vol kronkelende vrouwenfiguren, brullende maskers, adelaars, draken en mythologische types die je aankijken alsof ze vannacht nog uit hun stenen cocon zijn gekropen. Het zijn kleurrijke huizen met een voorkeur voor pastel.
Net even verder…
Maar het is de moeite waard om juist buiten die bekende straten deze wijk te verkennen. Daar staan dezelfde kapitale huizen, alleen met afgebladderde verf, scheuren in de muren en een vermoeide grandeur. Alsof de wijk nog niet helemaal wakker is geworden uit de Sovjettijd.
Veel panden raken tijdens de Tweede Wereldoorlog beschadigd en zijn daarna jarenlang uitgewoond onder het Sovjetregime. Sommige huizen schitteren inmiddels weer alsof de champagne gisteren nog ontkurkt is; andere dragen hun littekens openlijk. Juist dat contrast maakt deze wijk zo fascinerend.
Volgens de regels van de Jugendstil mag alles met een functie vooral ook overdreven mooi zijn. Symmetrie? Saai. Eenvoud? Verboden. Dus leven kunstenaars zich uit alsof iemand heeft geroepen dat meer altijd beter is. Bloemen slingeren over gevels, vrouwenhoofden staren dromerig voor zich uit, monsters bewaken balkons en absurde ornamenten sieren de ramen. Geen centimeter blijft onversierd. Het voelt alsof de architecten elkaar willen overtroeven in een wedstrijd: wie bouwt het meest buitensporige huis van de stad?
Alberta iela
In Alberta iela staan een paar van de spectaculairste gebouwen, ontworpen door Michail Eisenstein, de vader van de beroemde Russische filmmaker Sergei Eisenstein. Zijn absolute pronkstuk is huis nummer 13: een gigantisch hoekpand vol enorme gezichten, theatrale details en nimfen met ontblote borsten die onverstoorbaar over de straat uitkijken. Tegenwoordig huist er doodleuk de rechtenfaculteit. Waarschijnlijk de mooiste plek ter wereld om een tentamen strafrecht te maken.
Mijn wandeling begint onder een grauwe hemel, waardoor de wijk eerst iets sombers heeft. Maar precies op het moment dat ik denk: jammer van het licht, breekt de zon door. Alsof iemand een dimmer boven de stad opendraait. De pastelkleuren beginnen te gloeien, gouden details lichten op en ineens lijken de gevels nóg uitbundiger. Riga geeft zichzelf dan pas echt bloot.
Toilet
Ik plof neer bij het Art Nouveau Café voor koffie. Niet omdat ik zo nodig een hip koffietentje wil testen, maar omdat ik dringend moet plassen. Voor een klein kopje betaal ik een prijs waar een Let waarschijnlijk van achterover slaat, maar de nood is hoog. De verrassing volgt beneden: zelfs het toilet is volledig uitgevoerd in Jugendstil. Alsof je in een wc van een decadente barones bent beland.
Wanneer ik later de stad uitrijd richting Estland, laat Riga nog één keer haar dubbele gezicht zien. Eerst die straten vol sierlijke gevels, kleuren, krullen en verleidelijke pracht. En even later: eindeloze rijen grauwe Sovjetflats, kaal en streng, alsof alle fantasie daar ooit verboden werd.
Misschien maakt juist dat contrast Riga zo onvergetelijk. Een stad die voortdurend balanceert tussen schoonheid en verval en daar stiekem alleen maar interessanter van wordt.
