Om 8 uur ’s avonds precies vijf jaar terug. Tienduizenden Nederlanders gaan de straat op, doen het raam open, stappen hun tuin in of balkon op en applaudisseren voor de ‘helden van de zorg’. Een kippenvelmoment.
Wat is er in korte tijd veel gebeurd. Drie weken ervoor werd een televisie-uitzending onderbroken met de melding van de eerste coronapatiënt in ons land. We kennen dan al de vreselijke beelden uit China en Noord-Italië. Terwijl we nog uitbundig carnaval hebben gevierd of op skivakantie zijn gegaan.
Na die melding gaat het snel. Als ik door de poortjes van de Lidl ga, weet ik in eerste instantie niet wat er is gebeurd. Lege schappen staren we aan. Totale hamstergekte, vooral toiletpapier is gewild. Nooit een oorlog meegemaakt, maar is dit wat er dan gebeurd? Angst slaat toe, wat betekent dit onbekende virus?
Anderhalve meter
Ziekenhuizen en ic-bedden raken overbelast, met name in Brabant. Persconferenties volgen, mondkapjes zijn verplicht. Afstand houden en anderhalve meter maken deel uit van het dagelijkse jargon. Straten, wanden en vloeren worden er vol mee geschreven. Scholen, horeca en winkels moeten sluiten. Bedrijven kunnen steun aanvragen. Vliegen is niet meer mogelijk. Onlinecontact is booming. We ontdekken het thuisbezorgen en gaan vooral online-winkelen. Later volgt een avondklok, een surreële situatie, lege straten na negen uur ‘s avonds.
Wandelen en fietsen
Zelf heb ik nog nooit zoveel gewandeld en gefietst als in die coronaperiode. Bijna elke dag ontvlucht ik mijn woning. Hei en bos zijn een natuurlijke uitbreiding van mijn woonkamer. Ik ben gewend veel alleen te zijn of thuis te werken. Dus in eerste instantie verandert er in mijn persoonlijke situatie niet zo veel. Ik geniet er zelfs van dat er even niks hoeft, behalve die opgelegde maatregelen. De lockdown ervaar ik niet als een eenzame opsluiting, maar later vlieg je toch tegen de muren omhoog. Je mist het zwemmen en naar de bioscoop gaan of even eenvoudig winkelen als je daar zin in hebt.
In de supermarkt neem je nog verder afstand als je iemand hoort hoesten. Je probeert besmetting te voorkomen. Alleen al zo’n test met dat gepor in je neus lijkt me een verschrikking. Over een vaccinatie twijfel ik geen moment en ik maak meteen een afspraak als ik aan de beurt ben.
Nadat we van de eerste schrik zijn bekomen, slaat de coronasleur toe. Protest tegen de genomen maatregelen van de regering. Polarisatie in de samenleving. Moet alles wel zo rigoureus dicht?
Persoonlijk merk ik dat het moeilijk is om aan opdrachten te komen en slaat de paniek toe, hoe laat ik de schoorsteen roken? Uiteindelijk beland ik bij een distributiecentrum waarvoor het online bestellen een gouden ei is. Maar waar afstand houden erg lastig is. Gelukkig is de ergste besmettingsgolf al achter de rug.
Nu vijf jaar later, wat is er veranderd?
De opsluiting is zeker niet goed geweest voor de sociale cohesie en met name jongeren lijden daar nu nog onder. Hun ‘jeugd’ is ze ten dele afgenomen. Aan de andere kant ontstaan er nieuwe initiatieven, tonen mensen veerkracht. Maar ik merk dat we al snel terugvallen in het oude normaal. Je hebt nog de hoop dat dingen blijvend zullen veranderen, maar je kan wel stellen dat we op oude voet verder zijn gegaan. Misschien begroeten we elkaar niet meer met drie klapzoenen en niezen we in de elleboog – wat ik ook nog steeds niet fris vind.
We zijn covid haast vergeten. Behalve de mensen die hun onderneming op de fles zagen gaan. En de tienduizenden longcovidpatiënten of de mensen die niet op een goede manier afscheid hebben kunnen nemen van hun geliefden die aan de gevolgen van of tijdens corona zijn overleden. Wat dat betreft ben ik God op mijn blote knieën dankbaar dat ik toen al wees was en dat me dat leed bespaard is gebleven. Soms doet een ingesleten afbeelding van anderhalve meter me terugdenken aan die verschrikkelijke tijd.