Blog

Poepende man op de dijk

Vandaag een dagje onder zeeniveau. Om precies te zijn gemiddeld vijf meter. Ik rij in alle rust door het weidse landschap van de provincie Flevoland gemarkeerd door een sliert van windmolens. In een rustig tempo doen ze hun groene werk.

Dit weekend volg ik de route langs allerlei land art projecten die allemaal op hun eigen wijze refereren aan het polderlandschap dat in de vorige eeuw gewonnen is uit de Zuiderzee. Polderland Garden of Love and Fire van de Poolse architect Daniel Libeskind in Almere Pampus is mijn eerste stop.

Vogels fluiten het hoogste lied. Het ruikt naar vers gemaaid gras. De rechte sloten die deel uit maken van de zichtlijnen van het kunstwerk zijn onlangs gedregd. Het riet ligt modderig zwart tegen de slootkant. Een strook zwart grind leidt me naar de aluminium wanden van de sculptuur. Het lijkt een soort labyrint. Je kunt er doorheen lopen. Niet gemakkelijk, soms kom je vast te zitten. Later biedt het obstakel een onverwacht perspectief. Het symboliseert het menselijke leven.

Speciaal voor vandaag is een kunstenares bezig met garen verbinding te leggen tussen de platen en de natuur. Rustig als een gedreven spin werkt ze aan haar web. Jammer, daardoor blokkeert zij de functie van het dolen door het nauwe labyrint. Ik wil natuurlijk niet haar tijdelijke installatie verwoesten.

Op weg naar de volgende locatie kruis ik de gondels van het Floriadeterrein. Het schijnt er nog niet druk te zijn. Via een veld met rode kolen, kom ik bij De Groene Kathedraal. Marinus Boezem heeft hier geen stenen gewelven, glas-in-lood ramen maar populieren gebruikt om een gotische kerk te bouwen volgens de plattegrond van de Nôtre-Dame van Reims. De wind heeft er vrij spel en ritselt door de toppen, daarboven is de blauwe hemel te zien. Het kunstwerk blijft groeien. De kunstenaar symboliseert hiermee het verlangen om op te stijgen naar het goddelijke en het achterlaten van het aardse. Verderop is een open plek in het bos waar de eiken- en beukenhagen de contouren van de kathedraal vormen, alsof de bomen hier zijn weggehaald.

Midden in de uitgestrekte polder ligt Aardzee van de Nederlandse kunstenaar Piet Slegers als een oase van rust. De aarden wallen doen denken aan opstuwende golven die door het landschap rollen. Een verwijzing naar de Zuiderzee. De solide grond onder mijn voeten was vroeger water. Tussen de taluds liggen blauwgrijze schelpen. Er komen blijkbaar weinig bezoekers want gras en onkruid groeien er welig tussendoor. Het schelpenpad is nodig aan herstel toe. Je hebt eigenlijk een drone nodig om het kunstwerk goed te kunnen zien.

Over de dijk langs het Markermeer rij ik richting Lelystad. Daar kijkt op een strekdam een stalen reus van bijna zesentwintig meter hoog, peinzend over het water. Als je er goed naar kijkt zou je ook kunnen zeggen dat hij zit te poepen. Hoe dichterbij je bij het kunstwerk komt, hoe abstracter het wordt. Je herkent geen menselijke structuur meer. Het figuratieve werk Exposure van de Britse beeldhouwer Antony Gormley oogt imposant. Alsof hij alle hoogspanningsmasten uit de polder op een hoop heeft gegooid.

Boven het Markermeer betrekt de lucht, waardoor de man een donker silhouet krijgt. Ga ik het droog houden vandaag? Ik zie door de constructie vogels hoog overvliegen op de vlucht voor een dreigende regenbui.

Het volgende object ligt in het glooiende landschapspark de Wetering in Zeewolde. De eerste regendruppels vallen op de voorruit. Ik doe de wissers aan. Sea Level van de beroemde Amerikaanse kunstenaar Richard Serra ligt aan een waterplas, waarin de dikke regendruppels driftige cirkels vormen. De gids staat in een poncho met paraplu boven haar hoofd te kleumen. Ik heb medelijden met haar. Twee erg donkergrijze – door de regenbui – betonnen muren lopen dwars door het park. De muren elk tweehonderd meter lang staan diagonaal in elkaars verlengde aan weerszijde van het water. Aan de uiteinden vloeien de muren nauwelijks merkbaar over in het gras, terwijl ze in het midden, op het diepste punt van het park, enkele meters hoog zijn. Hiermee geeft Serra op suggestieve manier aan hoe ver we hier onder de zeespiegel leven.

Omdat het steeds harder gaat plenzen, schuil ik in het tentoonstellingsgebouw De Verbeelding. Na een lekkere cappuccino hou ik het voor gezien. De andere kunstwerken op de route ga ik wel eens op een later tijdstip bezoeken. #landart #flevoland

Ik zie je!

Hoi zeggen, het kan zo simpel zijn. Tegen de buurvrouw die met de tuinslang staat te worstelen om haar voortuin water te kunnen geven. Onlangs is haar man op het toilet in elkaar gezakt en daarmee kwam plots een einde aan een langjarige verbinding. Sindsdien staat ze er alleen voor, kinderen wonen niet echt dichtbij en hebben een druk leven. Als buurman kan je een handje uitsteken en dat begint met het bevestigen van de slang op de buitenkraan.

Terwijl de struiken en planten in de verder goed verzorgde tuin gulzig water drinken, hoor je haar zeggen dat ze het allemaal niet meer leuk vindt nu ze tegenwoordig helemaal alleen is. Ze mist haar man, haar maatje.

Eenzaamheid is vooral een gemis aan inhoudelijk contact met anderen. Het is een leeg gevoel. Je hebt geen mensen om mee te praten. Je voelt je langdurig niet verbonden met anderen. En met dat gevoel ben je niet oké. Het gaat veel dieper dan je even alleen voelen of vervelen. Eenzaamheidgevoelens kunnen invloed hebben op je gezondheid, welzijn en kwaliteit van leven.

Deze week is op initiatief van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de week tegen eenzaamheid. https://www.eentegeneenzaamheid.nl/week-tegen-eenzaamheid/

Het is niet alleen een probleem onder ouderen. In Nederland wonen meer dan tweehonderd duizend jongeren die zich dag in dag uit eenzaam voelen. De gevolgen van eenzaamheid op jonge leeftijd kunnen zeer ernstig zijn. Denk aan mentale problemen zoals depressie, negatieve gevoelens, laag zelfvertrouwen en suïcidale gedachten. De stemmetjes in je hoofd worden steeds vervelender: je bent toch niet leuk, niet knap, wie zit er nou op jou te wachten? De afgelopen twee Covidjaren waren voor jongeren ook niet bevorderlijk voor het opbouwen en experimenteren met sociaal contact.

Het is zaak dat het taboe eraf gaat. Voel je je eenzaam? Praat erover met iemand, die je vertrouwt. Niemand kan aan de buitenkant zien dat jij je zo voelt. Zoek hulp, bijvoorbeeld bij Join Us, een landelijke organisatie die eenzaamheid bij jongeren aanpakt.

We leven in een geïndividualiseerde, gedigitaliseerde samenleving. We zitten in een verbondenheidscrisis. Steeds meer zijn we op onszelf gericht. Dat moet kantelen. Eenzaamheid zal er altijd zijn en hoort bij het leven, maar als maatschappij mogen we wel wat aardiger voor elkaar zijn. Het is nodig dat we meer naar elkaar omkijken. Dat kan helpen de eenzaamheid te verzachten. Denk aan het oudje dat zichzelf verwaarloosd, zijn kunstgebit niet meer in doet. Maak contact met de jongere die elke pauze diep weggedoken in zijn capuchon in het hoekje van de kantine zit en vraag hoe het gaat?

Wat ga jij doen deze week? En de komende tijd? #eentegeneenzaamheid #ikzieje!

De kapperszoon

Het gaat een extreem warme dag worden. Waarschijnlijk een van de laatste tropische dagen van deze zomer. Ik pak mijn zwemspullen en trakteer mezelf op een dagje Zandzee. Zwemmen en boekje lezen op de speelweide naast het zwembad. Bij binnenkomst is het nog niet zo druk. Enkele families hebben zich geïnstalleerd rondom het pierenbadje om hun kroos goed in de gaten te kunnen houden.

Ik ga meteen door naar buiten. Het veld is nog maagdelijk. Van de stapel plastic stoelen pak ik er twee en loop in de richting van de grote eikenbomen die me vandaag van de nodige schaduw zullen voorzien. Sierlijk drapeer ik de grote stranddoek over de ene stoel en de andere handdoek leg ik als een voetenkussen op de tweede. Ik neem tevreden plaats en zet mijn leesbril op de neus.

‘Igor zwemt. Of nee, zwemmen is niet het goede woord, hij heeft geen idee van schoolslag of borstcrawl, niemand heeft hem zo te zien het zwemmen ooit kunnen bijbrengen. Hij beweegt in het lauwwarme, ondiepe water.’

Hé, een toepasselijke setting, het nieuwe boek De kapperszoon van Gerbrand Bakker begint met een scène in een zwembad. Mijn leesdag kan niet beter beginnen. Meteen ben ik het verhaal binnengezogen.

Zonder de plot te verklappen gaat het boek over Simon, een telg uit een kappersfamilie. Hij heeft de zaak overgenomen van opa Jan en verkeert in de gelukkige omstandigheid dat hij blijkbaar goed in de slappe was zit en weinig klanten hoeft te ontvangen per dag. Simon is het type kapper dat de klant maar een beetje laat praten en zelf amper iets terugzegt.

Een van zijn klanten is een schrijver – die me wel erg aan Bakker zelf doet denken.

‘Ik ben bezig met een nieuwe roman,’ zegt de schrijver met het ooit stroblonde haar.

‘Ach,’ zegt Simon.

‘Waarin een kapper het belangrijkste personage is.’

‘Hm.’

‘Dus nu wil ik vragen of ik niet hier een paar dagen zou mogen zitten.’

Simons leven draait naast het kapper-zijn om z’n lichtelijk hysterische moeder, die hem dwingt om elke zaterdagochtend te helpen bij het zwemmen van jeugdigen met een beperking omdat een vriendin plotseling met een nieuwe vriend naar een Canarisch eiland is vertrokken.

Een belangrijke verhaallijn is het vliegtuigongeluk op Tenerife. Simon heeft zijn vader nooit gekend, want zijn moeder was een aantal maanden zwanger van hem toen deze Cornelis op een zondagmorgen maart 1977 besloot het vliegtuig te nemen dat daar crashte.

Nu vele jaren later raakt Simon geobsedeerd door dit ongeluk en het lot van zijn overleden vader. Opa Jan spoort hem aan eens op internet te kijken, na een gezamenlijk bezoek aan het monument op de begraafplaats Westergaarde.

‘Dezelfde avond zit Simon achter de computer. Naast de computer staat een glas whisky. (…) Het verbaast hem wat er allemaal nog te vinden is. Hij wist dat het vliegtuig waarin zijn vader zat niet op Tenerife had moeten zijn, hij wist niet waarom.’

Ongemerkt is het drukker op de speelweide geworden. Even trekt een jongeman met een paar geslaagde salto’s op het springkussen mijn aandacht. Knap, hoor.

Ik merk dat ik het koud heb; de extreme hitte valt mee en ik schuif de stoelen een beetje op zodat ik met mijn benen in de zon zit.

Al snel hoor ik de luide zwembadgeluiden om me heen niet meer. Tussen de regels door in het boek herken ik veel van de auteur Gerbrand Bakker. Tenminste dat denk ik, omdat ik naast zijn romans ook zijn columns in Trouw en autobiografisch werk heb gelezen. Bakker is een meester in het beschrijven van ‘alleenmensen’ en hij weet een klein leven waarin grote gebeurtenissen uit het verleden opspelen knap te vangen in simpele situaties, die geen spannende plot nodig hebben om je bij de lurven te grijpen. Hij schrijft in korte hoofdstukken met herkenbare beelden, gedachten en situaties.

‘Maar het allermooiste van schrijven’, zegt de schrijver, ‘blijft toch wel dat alles kan. Alles kan! Je kan het zo gek niet bedenken, als je het geloofwaardig opschrijft, kan het.’

Plotseling staat de blonde badmeester voor me en deelt mee dat ze over tien minuten gaan sluiten. Jammer, nu kan ik de roman hier net niet uitlezen. Ik pak m’n spullen en fiets snel naar huis om daar op de bank de laatste pagina’s van De Kapperszoon te verorberen. #gerbrandbakker #dezandzee

Wat het water me gaf

Momenteel zoekt Jeroen Krabbé naar Frida Kahlo. Zijn tv-programma op dinsdagavond NPO2 is zeker een aanrader. Krabbé zoekt… – AVROTROS.nl De eerste keer dat ik met haar, een Mexicaanse surrealistische schilderes, in aanraking kom, is voor mij een aangename verrassing. Op een bijzondere locatie is een theatervoorstelling over haar leven en werk, namelijk in het kerkje van Schokland en de Oude Haven aldaar. Het is zomer 1989.

Samen met een collega van de lokale omroep ga ik naar het voormalige eiland in de Zuiderzee. Wellicht dat we op het idee zijn gekomen doordat een van de makers iets over de voorstelling heeft verteld in de uitgaansrubriek die we uitzenden: Tussen nu en over zeven dagen. Misschien hebben we wel vrijkaartjes gekregen, ik weet het niet meer.

Regisseuse Dea Koets, die tijdens haar verblijf in Mexico in de ban raakt van Frida Kahlo, maakt samen met fotografe Diana Blok een voorstelling over deze opmerkelijke vrouw. Ze noemen het ‘bewegingstheater’: een mix van tekst, muziek, zang en dans, geïnspireerd op haar schilderijen.

Even kort een schets van Kahlo’s leven (1907-1954). Frida is de dochter van een Duitse fotograaf en groeit op ten tijde van de Mexicaanse revolutie. Op jonge leeftijd ontmoet ze de communistische muurschilder Diego Rivera. Ze hebben een turbulente relatie, zowel door ontrouw van beiden, als door alcohol. Dat laatste gebruikt Kahlo om na een zeer ernstig busongeval en vele operaties, de voortdurende pijn te bestrijden. Hoewel zij tijdens haar leven in de schaduw van haar man staat heeft ze aan het einde van de jaren dertig in zowel New York als Parijs een solotentoonstelling.

De problemen met haar ruggenwervel nemen zo erg toe dat ze bedlegerig wordt. Ondanks dat blijft ze door schilderen tot haar dood. Met haar zelfportretten en kleding onderzoekt Kahlo haar leven, haar ongeluk, haar broze gezondheid, haar onvermogen om kinderen te krijgen, haar turbulente huwelijk, haar gender en haar politieke overtuigingen, dat is kort het verhaal als je haar leven moet samenvatten. https://youtu.be/Jz-1u2-8IKg

Kahlo’s schilderijen en het verhaal erachter lenen zich uitstekend voor een theatrale vertelling. De voorstelling Wat het water me gaf (ook de titel van een van haar schilderijen) wordt gespeeld op twee locaties. Het begint in het pittoreske kerkje van Schokland. De actrices die haar verbeelden krioelen tussen het samengepakte publiek in de kleine sacrale ruimte. Ze wisselen fleurige vrouwen- en mannenkleding met elkaar af. Als verwijzing naar de vele zelfportretten die Kahlo maakte, kijken ze vaak in onzichtbare spiegels. Ik herinner me de scène dat ze op een stellage voor de gotische ramen staan en over het polderlandschap staren.

Na het eerste deel gaan alle toeschouwers op een leenfiets naar de Oude Haven. De plek waar vroeger de vissersboten terugkeerden van de Zuiderzee. Daar worden we onthaald met tequila om in de Mexicaanse sfeer te blijven, terwijl de kikkers lustig kwaken in het moerassig stukje land om ons heen.

De schemering zorgt voor een magisch moment. Over de twee havenpieren zwieren twee witte bruidsjurken naar elkaar toe. Ook de tango die een van de actrices danst met een grijnzend, rammelend houten skelet staat nog helder op mijn netvlies. En het schijngevecht dat de meiden hebben met hertengeweien op hun hoofd. Het blijkt dat Frida Kahlo een hert als huisdier hield. Allemaal taferelen die ik later in haar schilderijen terugvind. Het is een unieke ervaring.

In het pikdonker fietsen we over een smal paadje terug naar de kerk waar de auto staat. Mijn hoofd zit vol beelden, mijn interesse in deze kunstenares is gewekt. Ik wil zeker meer van Kahlo weten en zien. #fridakahlo

Memorabele poster

Bovensmilde, vijfde klas lagere school. Het schooljaar is net begonnen op een voor mijn gevoel ‘vreemde’ school. De gereformeerde lagere school staat in het dorp, recht tegenover onze kerk. Maar er is een fusiegolf aan de gang in het land. Om het hoofd boven water te houden zijn de gereformeerde en de hervormde school samengegaan. Daarom ga ik nu voor het tweede jaar naar de hervormde school die aan het begin van de Meesterswijk staat.

Ik zit achter in de klas, bij het raam dat uitzicht biedt over de achtertuinen van de mensen die aan de Drentse Hoofdvaart wonen en de uitgebreide landerijen die erachter liggen. Heel in de verte kun je bij mooi weer de boerderij zien, waar ik woon. De tafeltjes staan ‘modern’ opgesteld: in groepjes van vier tegen elkaar aangeschoven. Op de achterwand heeft meester Meesters (ja, ik verzin het niet) een grote lichtblauwe poster opgehangen. Met grote letters staat er op: OLYMPISCHE SPELEN MÜNCHEN 1972. Ik herinner me dat in het midden het Olympisch stadion staat afgebeeld met de witte pilaren waartussen een soort netachtige overkapping is gespannen die doorzichtig is. Aan de randen van de poster staan de logo’s van de deelnemende sporten afgebeeld. Het blijkt een gedenkwaardige poster te zijn met een geheel eigen verhaal.

De zomerspelen van 1972 in de Bondsrepubliek Duitsland zijn bedoeld als ‘heitere Spiele’, de vrolijke spelen die de herinnering aan de Spelen van 1936 in Berlijn, Hitler en nazi-Duitsland, moeten uitwissen. Het begint ook als een prachtig sportfeest, maar die idylle wordt op 5 september wreed doorbroken. Palestijnse guerrillastrijders vallen in de vroege ochtend het Olympisch dorp binnen. Daarbij doden ze twee Israëli’s en gijzelen ze negen leden van de Israëlische ploeg.

Dat is een grote streep door de rekening van de Spelen die bedoeld waren om een goed beeld te geven van het moderne West-Duitsland. Er mocht absoluut geen militair vertoon of agenten in het straatbeeld te zien zijn. Achteraf heel naïef want begin jaren ’70 waren er veel vliegtuigkapingen en in West-Duitsland zelf was de Rote Armee Fraction actief met diverse bomaanslagen. Het was beslist geen ‘vrolijke tijd’.

Begin ’72 vragen de Palestijnen aan het olympisch comité om mee te mogen doen aan de zomerspelen. Maar Palestina is geen erkend land en het verzoek wordt geweigerd. De gefrustreerde Palestijnen trekken daarom een eigen plan door het olympisch dorp binnen te vallen.

De afhandeling van de gijzeling verloopt dramatisch. Israël (Golda Meir) wil absoluut niet toegeven aan de eisen en biedt aan een antiterreureenheid te sturen. De Duitsers die zo’n eenheid niet hebben willen het zelf oplossen, want de Spelen moeten zo snel mogelijk weer door kunnen gaan. Op het militaire vliegveld Fürstenfeldbruck gaat het volkomen mis. De gijzelnemers denken dat ze een vrijgeleide naar Egypte krijgen, maar ze worden in een hinderlaag gelokt. De terroristen doorzien het plan en openen het vuur en gooien een handgranaat in de helikopter met de negen gijzelaars. In het vuurgevecht met de scherpschutters dat hierop ontstaat komen vijf gijzelnemers en een politieman om. De mislukte bevrijdingsactie is live op de televisie te volgen. https://youtu.be/YeQLL5WG5oY   https://youtu.be/tdimKT4Tsk0

De dag erna is er een herdenkingsdienst in het stadion waarbij de toenmalige IOC-voorzitter Avery Brundage verklaart: ‘The Games must go on.’ En dat gebeurt. Enkele Nederlandse deelnemers trekken zich terug en gaan naar huis. De meeste (internationale) atleten blijven. Achteraf is het wielrenner Hennie Kuipers en judoka Wim Ruska kwalijk genomen dat ze gebleven zijn en op hun gewonnen medailles rust voor altijd een smet.

Een jaar lang kijk ik elke schooldag tegen deze memorabele poster aan. Ik kan dan nog niet vermoeden dat ons dorp vijf jaar later met een soortgelijk gijzelingsdrama te maken zal krijgen…

Malariadroom

Zondagochtend, 31 augustus 1997. Ik schrik bezweet wakker en ben er heilig van overtuigd dat er iets vreselijks is gebeurd. Prinses Diana is dood. Maar ik kan het niet geloven en denk dat ik last heb van hallucinaties.

Deze zomer ben ik met een tussenpauze van anderhalve maand zes weken in Indonesië geweest om een documentaireserie voor te bereiden over twee lepra-artsen die daar werkzaam zijn. Ik ben net gisteren teruggekomen van drie weken opnames op Java en Zuid-Sulawesi. Om mezelf te beschermen tegen malaria slik ik preventief al een aantal maanden Lariam. Ik weet dat sommige mensen die het medicijn gebruiken last kunnen krijgen van nare angstdromen. Tot nu toe heb ik geen vervelende bijwerkingen gemerkt, maar ik vrees dat de pillen nu in mijn vermoeide lichaam hebben toegeslagen.

Ik ben verzwakt teruggekeerd uit Indonesië omdat ik door de extreme warmte  – waar ik slecht tegen kan – uitgeput ben geraakt. Tijdens de opnamen in een lepradorp ben ik onwel geworden. Door het overmatig zweten kampte mijn lichaam met een ernstig gebrek aan zout, waardoor ik me zo beroerd voelde. Sinds dat incident heb ik elke ochtend bij het ontbijt thee met een flinke schep zout genomen, waardoor ik de opnamedag zonder problemen door kon komen.

Ik stap waggelig uit bed, wrijf nog eens uitvoerig in mijn ogen en neem een bad. Tijdens het ontbijt gaat de telefoon. Een vriend. ‘Zo, je bent weer terug! Hoe was het?’

Ik reageer wat traag waardoor hij meteen vraagt: ‘Wat is er aan de hand?’

Ik zeg dat ik zojuist wakker ben geworden van een nare droom. Als ik vertel waarover die droom ging, begint hij hard te lachen. ‘Jan, heb je al televisie gekeken of het nieuws gehoord?’

‘Nee, hoezo?’

‘Nou, dat zou ik maar eens doen, dat kan je snel uit je boze droom helpen?’

Ik begrijp niet direct wat hij bedoeld maar plichtmatig sta ik op om de afstandsbediening te zoeken en de televisie aan te zetten. Ik val midden in een nieuwsbulletin waarin vermeld wordt dat prinses Diana, de voormalige echtgenote van de Britse kroonprins Charles samen met haar nieuwe vriend Dodi Al-Fayed om het leven is gekomen bij een auto-ongeluk in Parijs.

Dus toch, het is echt gebeurd! Het is geen nare malariadroom. Aan de ene kant haal ik opgelucht adem, maar aan de andere kant slaat het verschrikkelijke nieuws in als een bom. Ik zeg tegen de vriend dat ik hem later die dag terug zal bellen en dat ik dit even op me moet laten inwerken. Hij belooft over een paar uurtjes bij me langs te komen.

Wezenloos staar ik naar de tv. Ik begrijp dat de chauffeur van de auto waarin Di en Dodi zaten met hoge snelheid tegen een betonnen pilaar in een tunnel is gereden, dat de chauffeur en Al-Fayed op slag dood waren en dat Franse hulpverleners alle moeite hebben ondernomen om het leven van de prinses te redden, maar daarin niet geslaagd zijn. Paparazzi-fotograven wordt verweten schuld te hebben aan hun dood.

Geschokte Britten leggen bloemen bij Buckingham Palace en vertellen hoe erg ze het vinden. ‘Diana was een heilige. Ze deed ontzettend goed werk, dit verdient ze niet. Het is een droevige dag, voor iedereen, overal ter wereld. Ik vind het heel erg voor haar familie, voor haar kinderen William en Harry en alle anderen.’

De gehele week volg ik ontwikkelingen in Groot-Brittannië. De enorme bloemenzee maakt indruk, evenals de begrafenis van de prinses. Ik kan het niet laten een traantje weg te pinken als ik haar twee jonge zonen achter haar kist zie lopen. Dat komt absoluut binnen, dit is geen hallucinatie, maar rauwe werkelijkheid.

Ik weet zeker dat ik voorlopig geen Lariam meer ga gebruiken.

Buienradar

Wie gebruikt de app niet bij het plannen van een fietstochtje of een uitje naar het strand? Buienradar is een drukbezochte website. Je kunt de app voor twee zaken gebruiken: wordt er – meestal binnen de komende drie uur – neerslag bij mij in de buurt verwacht? En wat is de weersverwachting voor de komende dagen?

Als gebruikers varen we blind op deze informatie, zonder zelf kritisch naar de lucht te kijken. Vaak levert dit een betrouwbare weersverwachting op. Maar in het geval van extreme weersituaties, zoals hevig onweer, zware sneeuwval, intense regen, waarbij de verschillen soms enorm zijn op korte afstand, slaat de app de plank compleet mis.

Hoe betrouwbaar is Buienrader?

Een tijdje terug had ik behoefte aan een wandeling. Ik kies een van de bekende routes die ik vaker maak. Het is een beetje buiig weer. Ik check de Buienradar en die geeft aan dat het de komende twee uur droog blijft. Later op de middag wordt er regen verwacht, zie ik aan een rode stip die over de regio Hilversum schuift. Dus ik doe mijn oortjes in en begin aan de wandeling.

Op de heenweg is er niks aan de hand, maar als ik me na een half uurtje omkeer zie ik aan het dreigende wolkendek dat ik bedrogen uit ga komen. Ik verstevig mijn pas, maar even later laten dikke druppels donkere vlekken achter op mijn T-shirt. Binnen een paar minuten loop ik midden in een hoosbui. Het water staat in mijn schoenen. Bij de eerste bebouwing schuil ik onder een afdakje, maar ik zie aan de donkere lucht dat het voorlopig niet meer droog gaat worden. Ook de Buienradar geeft nu aan dat ik me op dit moment midden in de rode zone bevind… Als een verzopen kat kom ik thuis.

Hoe kan de buienradar er zo naast zitten? De app maakt gebruik van informatie van verschillende neerslagradars (in Nederland staan die in Den Helder en Herwijnen). De radars zijn non-stop bezig de hemel af te speuren naar regendruppels. Ze zenden radiogolven uit en die worden teruggekaatst wanneer ze op een druppel botsen. De radartoren vangt dat signaal op. Uit de tijd die er tussen het verzenden en ontvangen zit, is af te leiden op welke afstand de regen zich bevindt. Hoe sterker het signaal terugkomt, hoe harder het regent. Soms zijn buien zo hevig dat ze als het ware een ondoordringbaar gordijn voor de radar vormen. De eventuele neerslag die zich nog achter de bui bevindt, kan gewoonweg niet worden waargenomen.

Een andere reden voor misinformatie is dat er een kleine vertraging zit in Buienradar. Daardoor staan buien die net zijn ontstaan er niet op. De radar doet er namelijk een paar minuten over om 360 graden rond te draaien. Vervolgens duurt het nog eens een paar minuten voordat de radarbeelden zijn doorgegeven en online komen. Als een bui ontstaat vlak nadat de radar is gepasseerd, kan het dus tot tien minuten duren voordat hij op de weerkaart verschijnt.

Buienradar probeert dit te ondervangen door zo veel mogelijk radars te combineren, waaronder de buitenlandse. Maar het radarsignaal kan verstoord worden door allerlei obstakels zoals hoge gebouwen, elektriciteitsmasten, windturbines of hijskranen, maar ook door atmosferische condities.

In andere gevallen is de neerslag zodanig licht (kleine druppels) dat de radar er dwars doorheen kijkt. Deze motregen wordt dan niet gedetecteerd. En soms gebeurt het dat de radar terecht regendruppels ontdekt, maar dat deze al verdampen voor ze de grond raken.

Dus helemaal foutloos zullen de weersverwachtingen nooit worden. Het weer blijft grillig, er zullen altijd momenten zijn waarop het zich weet te ontworstelen aan de modellen waarin de app het weer probeert te vangen.

Je zou verwachten dat de Buienradar het meest gecheckt wordt bij voorjaarsbuien of op regenachtige herfstdagen. Niks is minder waar. De topdrukte valt in de zomer, op een augustusdag waarop iedereen zich afvraagt of de BBQ aankan, de tuindeuren open kunnen blijven staan, en of het de ideale stranddag is. Iedereen wil dan weten of het weer zo ineens kan omslaan in heftig onweer of dat er een onverwachte plensbui in de buurt is.

 

Hartjesdag

Vandaag is het Hartjesdag in de binnenstad van Amsterdam, vooral in de omgeving van de Zeedijk. Ik herinner me een bezoek aan de ‘Nacht van de Romantiek’ die aan Hartjesdag voorafgaat. Samen met een vriend die in Amsterdam woont, ga ik naar het feest. Op een bijzondere wijze want hij bezit een boot, een praam waarmee men vroeger het vee vervoerde. Op deze lome zondagavond varen we door de grachten en leggen aan achter de Zeedijk en storten ons in het feestgeruis.

Hartjesdag is een ludiek feest met een lange geschiedenis die teruggaat naar de Middeleeuwen. Het is waarschijnlijk een verbastering van ‘hertjesdag’. Het ‘gewone’ volk kreeg één keer per jaar (op de derde maandag in augustus) toestemming van de adel om in de bossen rondom Haarlem op herten te jagen. Ze namen het wild mee naar huis en braadden het aan grote spitten op straat . Onder het genot van vele pullen bier verorberden ze het feestmaal en daarna gaf men zich over aan zang en dans.

In de loop van de tijd kreeg het feest een steeds meer carnavalesk karakter. Een bonte stoet van verklede mensen trok over de Zeedijk en de Warmoesstraat naar de Dam en weer terug. Mannen verkleedden zich als vrouw en vrouwen hulden zich in mannenkleding.

Na een tijdje verwaarloosd te zijn bliezen ondernemers van de Zeedijk dit feestje nieuw leven in. Zij zagen het als goede publiciteitsstunt om de wereld te laten zien hoeveel er is veranderd in de buurt. De Zeedijk was namelijk ooit een no-go gebied waar niemand meer wilde wonen.

Het is druk op de Zeedijk. Hartjesdag start met een gezamenlijke buurtbrunch en aan het einde van de dag wordt de beste crossdresser tot de ‘Koningin van de Hartjesdag’ gekozen. In verschillende kroegen treden artiesten op. Omdat het te warm is om binnen te zijn, drinken we onze biertjes op het terras. Door de straat paraderen de meest fraaie uitdossingen, vaak op hoge hakken en flink gepruikt. Soms verraadt baardgroei dat we te maken hebben met een man in transformatie. Sommige toeristen kijken hun ogen uit en willen met de drags op de foto. De sfeer is prima en relaxt. Iedereen mag zijn wie hij, zij of hen wil zijn.

Vroeg in de ochtend stappen we weer in de praam. Het is donker maar de schipper weet zijn weg over het water. Achter de Singel is de nood door de vele biertjes zo groot dat we een plaspauze inlassen en de blaas achter de bloemenkraampjes legen. We zijn net weer in de vaart als we plotseling worden ingehaald door een andere boot, die ons sommeert om te stoppen. Aan de witte overhemden en de glimmende rand om de petten zie ik dat we te maken hebben met de politie te water. Zouden ze ons wildplassen hebben gespot?

‘Heren, hoelang is die boot van jullie?’ klinkt het over het water waarin de grachtenpanden zich weerspiegelen.

Wat een merkwaardige vraag, denk ik. Misschien zit ik nog te veel in de jolige sfeer waarvan we zojuist afscheid hebben genomen en vult mijn dirty mind in dat er naar een andere lengte wordt gevraagd.

Mijn vriend antwoordt kordaat: ‘Twaalf meter.’

‘Juist ja en waar is dan uw rode licht aan bakboord en het groene licht aan stuurbootzijde?’

Ik probeer in mijn hoofd deze vaartaal om te zetten in links en rechts. Maar ik zie aan beide zijden geen verlichting. Alleen voorop de plecht staat een kandelaar die wit licht uitstraalt.

‘Nee, die is er niet,’ geeft de schipper toe. Hij voert geen discussie met de agenten, wetend hoe het met zijn alcoholverbruik zit en probeert daarmee wijs een blaastest te vermijden.

‘Omdat uw vaartuig langer is dan zeven meter, krijgt u van mij een bekeuring wegens het niet voeren van de vereiste verlichting.’ Een van de agenten pakt zijn bonnenboekje en de andere licht hem bij met een zaklamp terwijl hij de bekeuring uitschrijft.

‘Nog een prettige nacht, mannen!’ zegt hij, terwijl mijn vriend de bon in ontvangst neemt.

Met een dubbele kater brengen we de boot naar zijn ligplaats. Toch jammer dat we zo’n leuke romantische avond op deze manier afsluiten.

Gluren met Funda

Dagelijks de huizensite Funda bekijken ook als je geen huis wilt kopen, is dat een rare bezigheid? Het blijkt dat tachtig procent van de bezoekers niet serieus op zoek is naar een (nieuwe) woning. Het is ontspannend om een beetje bij de beschikbare huizen binnen te gluren, te kijken naar de inrichting en je te verbazen, in positieve en negatieve zin. Soms is het heerlijk om weg te dromen bij een villa van vier miljoen. Klikken op huizen met een zwembad om te fantaseren hoe verrukkelijk dat zou zijn om daar iedere dag baantjes te trekken. En ’s avonds bij de ondergaande zon een goede whisky te drinken.

Op de site staan ruimschoots foto’s en je kan in het droomhuis per video rondwandelen. De laatste trend is zelfs dronebeelden van de omgeving te showen. Die moeten zich daar dan wel toe lenen, natuurlijk. De foto’s zijn door een professionele fotograaf gemaakt en vaak is het huis van tevoren keurig opgeruimd. Veertig tot zestig foto’s van een woning zijn op Funda geen uitzondering.

Prachtig is het ook om de ronkende teksten te lezen waarmee de woonruimte op de site wordt omschreven, terwijl de realiteit vies tegenvalt en de foto’s al een ander verhaal vertellen. Bouwvallen die door een makelaar aangeprezen worden met woorden als ‘uniek’ of kansrijk’. ‘Klussers opgelet! Deze kans krijgt u zelden! Hier kunt u zelf uw droom realiseren!!’ Maar ja dan moet je geen twee linkerhanden hebben.

Onlangs kreeg ik de tip dat de boerderij waar ik gewoond heb en ben opgegroeid te koop staat en dan kan je met Funda prima een kijkje nemen. De foto’s brengen jeugdherinneringen extra helder en levendig terug. Ik ben erg benieuwd wat de vraagprijs is. En wat is er allemaal veranderd nadat je er vijfendertig jaar geleden voor het laatst binnen bent geweest? Ik moet zeggen dat het even moeite kost me te oriënteren. Mijn eigen kinderkamer herken ik bijna niet meer, die van mijn zus is met vreselijk piepschuim (als isolatie?) verpest. De dronebeelden zijn wel een openbaring. Bent u een paardenliefhebber en wilt u graag landelijk wonen dan zou ik zeker een kijkje nemen: Huis te koop: Grietmanswijk 8 9421 TL Bovensmilde [funda]

Soms bekijk ik de huizen die in mijn straat te koop staan om te zien wat de huidige vraagprijs is, en hoe ze de beschikbare ruimte hebben ingericht of verbouwd om eventueel woonideeën op te doen. Ook ben ik benieuwd wat je voor die prijs tegenwoordig op de markt kan terugkopen. Natuurlijk het liefst een huis met een tuintje. Maar dan merk je dat je in het Gooi of überhaupt in de Randstad weinig kunt vinden en dat je naar de randen van Nederland wordt gedrongen. Dat zou je dan wel moeten willen…

Enfin, toch altijd leuk om zo een uurtje te grasduinen tussen het aanbod.

Identificatie

‘Wanneer wist je dat je op jongens valt?’ wordt vaak aan mij gevraagd. Dat moment is vrij vroeg. Op de lagere school zitten we tijdens de gymles op lengte – van klein naar groot –  op de banken aan de zijkant van de zaal. Een jongen uit mijn klas met zijn blauwe glanzende sportbroekje zit naast me. Als ik naar die verrukkelijke benen kijk weet ik dat ik anders ben dan de andere jongens, want dat uitzicht zorgt voor een aangename kriebel in mijn onderbuik. Ik weet instinctief dat mijn gevoel afwijkt van de gangbare norm.

Op jonge leeftijd is het goed om je ervaringen te kunnen spiegelen. Bijvoorbeeld door over soortgelijke situaties te lezen en daarmee te realiseren dat datgene wat je voelt niet vreemd of apart is, maar dat meerdere mensen met gevoelens voor hun eigen geslacht rondlopen.

Tegenwoordig is de coming of age literatuur een eigen genre, met een ruime LHBTIQ+ afdeling, maar in mijn jeugd moet je het met een lampje zoeken. Hoe verrassend is De Taal der Liefde en Lieve Jongens van Gerard Reve voor me. Het boek speelt zich af in het bed van de ik-persoon, Gerard Reve zelf, ook wel ‘Wolf’ genoemd. Hij ligt in zijn bed met de jongere ‘Woelrat’ en vertelt hem verhalen, die romantisch maar vooral erotisch van aard zijn. Ik lees het met een broeierige opwinding die verder gaat dan rode oortjes. Het is een feest der herkenning, maar toch doe ik speciaal een apart kaft om het boek om thuis vervelende vragen te voorkomen.

Zo zijn er ook iconische films die mij als jonge homo helpen mijn identiteit te vormen. Al is dat wel weer jaren later. Wat te denken van My beautiful laundrette (Stephen Frears 1985). https://youtu.be/k_uVUBcHjzk Wanneer de Pakistaanse Omar de wasserette van zijn oom overneemt, is hij vastbesloten er een paleisje van te maken. Zijn jeugdvriend en ex-National Frontlid Johnny komt hem daarbij helpen. Al snel worden ze minnaars en beginnen de problemen. Johnny wordt noch door de Pakistaanse gemeenschap geaccepteerd noch door zijn vroegere racistische vrienden. Ondertussen begint Omars familie zich af te vragen of Omar niet een keer moet trouwen. Deze klassieker geeft een pakkend beeld van de tijd, maar is ook een universeel pleidooi voor de liefde. En Daniel Day Lewis heb ik als de prachtige rebelse Johnny voor altijd in mijn hart gesloten.

Een andere film die veel indruk heeft gemaakt is Maurice (James Ivory, 1987). https://ok.ru/video/1980784183878 Het verhaal speelt zich af in het benauwende aristocratische Engeland van rond 1900 waar een volkse jongen ineens voor seksuele verwarring zorgt bij een paar upperclass jongemannen. Na deze mancrushes op het witte doek te hebben gezien, ga ik meteen het gelijknamige boek van E.M. Foster lezen (en zijn andere prachtige boeken), maar dan zitten de beelden van de jonge acteurs Maurice (James Wilby), Clive (Hugh Grant) en Alec (Rupert Graves) al in mijn hoofd geprent.

Er zijn ook gayfilms waarin ik mezelf minder herken. Enigszins gegeneerd heb ik naar Taxi zum Klo (Frank Ripploh 1981) gekeken. https://youtu.be/nUCLrYDpom0  Een leraar gaat met een taxi naar een openbaar toilet en laat de kijker getuige zijn van anonieme seks boven het urinoir. En dat was nog maar het begin van een paar confronterende scenes in deze film. Zeker geen vanille-seks.

Wat me ook opvalt is dat de verhalen in dergelijke films niet vaak een ‘en ze leven nog lang en gelukkig einde’ hebben. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de homoklassieker bij uitstek Brokeback Mountain (Ang Lee 2005) https://youtu.be/kMA30rThECg Twee cowboys in Wyoming tijdens de jaren 60 die verliefd worden en wier relatie over een langere tijd gevolgd wordt. Doordat hun milieu homoseksualiteit niet aanvaardt, voelen beiden zich gedwongen tot een dubbel leven: ‘normaal’ (maar ongelukkig) gehuwd met een vrouw voor de buitenwereld en slechts tijdens occasionele ‘vis-expedities’ toegevend aan hun homoseksuele gevoelens.

Misschien is het wel een reëel beeld, maar de afloop stemt je niet vrolijk. En je vraagt je af is dit mijn voorland, moet ik zo door het leven? Gelukkig dat die depressieve sfeer niet de overhand krijgt bij mij.

De lijst met boeken en films is onnoemelijk lang en ik geniet er nog steeds van om ze te lezen of ernaar te kijken. Of het nu is om erbij weg te snotteren of om juist vlinders van in je buik te krijgen.