Blog

Paaseieren

Het is Tweede Paasdag. Komen de eieren al uw keel uit? Waarom die eieren schilderen en verstoppen, dat paasbrood en een paashaas?

Bij mijn vader thuis eten ze met Pasen alleen maar eieren. Mijn oma kookt ze in een enorme grote pan en de kunst is om zoveel mogelijk eieren naar binnen te proppen. Als mijn moeder mijn vader leert kennen, vindt ze het maar een rare bedoeling zodra ze deze happening voor de eerste keer meemaakt. Haar toekomstige man verorbert zomaar tien eieren. Alle kinderen Meints eten tegen elkaar op. Negentien eieren is geen uitzondering. Iedere keer als ze dat verhaal vertelt lopen de koude trillingen over haar rug en trekt ze er nog een vies gezicht bij. ‘Je zou er dagen beroerd van worden,’ zet ze haar verhaal kracht bij. Mijn vader krijgt altijd een grote glimlach op zijn gezicht als ze over het eiereneten begint.

Dus voor ons als kinderen met Pasen geen grote hoeveelheden eieren. Eén is wel voldoende, vindt mijn moeder. Vaag kan ik me nog wel herinneren dat er in de kinderjaren chocolade eieren verstopt werden en dat we ze dan moesten zoeken. Of we er fanatiek in waren, ik weet het niet. Waarschijnlijk staat ons zoeken in schril contrast met de kleinkinderen van mijn zus. De jongens kunnen er geen genoeg van krijgen om in de tuin alle verstopte eieren te zoeken. Dapper dartelen ze door de tuin met hun felgekleurde emmertjes. Wie vindt ze het eerst en wie heeft er het meest? Het spel kan wel uren doorgaan, zo leuk vinden ze het. Iedere keer moeten de eieren opnieuw verstopt worden. Gelukkig is het mooi weer die dag.

Terug naar die traditie. Het christelijke paasfeest is vermengd geraakt met een aantal heidense lentefeesten. Eieren staan symbool voor vruchtbaarheid, voor wedergeboorte. De komst van de lente wordt gevierd met eieren, door ze in de bomen te hangen. Het verstoppen van de eieren is een van oorsprong Duitse traditie. De Germanen offerden eieren aan de goden. Ze begroeven de eieren in de akkers en baden vervolgens om een vruchtbare oogst.

Een andere verklaring voor de eieren– die meer vanuit een religieuze hoek komt – heeft te maken met de periode van het vasten. Tijdens deze periode is het als christen niet de bedoeling dat je vlees en zuivel eet. Vroeger werden eieren als zuivelproducten beschouwd. Die bleven dus liggen, terwijl de kippen gewoon doorgingen met broeden. Na de vastenperiode werd het een gewoonte om een deel van het overschot op te eten.

Maar welke rol speelt de paashaas in dit geheel? Want een haas legt geen eieren en heeft ook geen mandje op zijn rug. Een uitleg is de volgende: vogels leggen wel eens eitjes in de holen van de hazen. Dat zou de link tussen hazen en eieren kunnen verklaren. Wel is bekend dat een ei het symbool is van nieuw leven. Aangezien Pasen in het vroege voorjaar valt, is de link met nieuw leven – lente staat symbool voor nieuw leven – wel logisch. De haas is van oorsprong een heidens symbool en staat voor vruchtbaarheid. Het eten van eieren is over de hele wereld verbonden met feesten in het voorjaar.

Ten slotte nog het paasbrood. Na de vastenperiode wordt er traditiegetrouw uitgebreid gegeten om de ‘sobere’ tijd af te sluiten. Paasbrood is nu eenmaal brood in een chic jasje, met extra veel ingrediënten: spijs, rozijnen, noten, krenten, sukade, sinaasappelsnippers. De keuze voor brood is natuurlijk te verklaren door de woorden van Jezus, die zichzelf vergeleek met het brood dat hij uitdeelde.

Zo lopen verschillende tradities door elkaar en speelt de hedendaagse commercie er handig op in. De supermarkten hebben een recordomzet met de paasverkoop. Dus wordt vandaag niet al te misselijk van het eten van eieren in welke vorm dan ook. ‘Al valt dat ook wel een beetje mee,’ zegt mijn vader, terwijl hij nog vlug een paaseitje in zijn mond stopt.

 

Passie

Vandaag begint de laatste week van de veertigdagentijd ook wel de Goede of Heilige Week genoemd. De laatste dagen daarvan zijn de belangrijkste. Witte Donderdag, waarop Jezus’ laatste maaltijd wordt herdacht. Goede Vrijdag, waarin Jezus’ kruisiging centraal staat.

Misschien frons je je voorhoofd, hoezo Goede Vrijdag? Het is toch niet bepaald een dag die tot vrolijkheid stemt, de dood van Jezus, wat is daar goed aan? Toch is Zijn sterven aan het kruis goed nieuws. Jezus die geboren is – dat vieren we met kerst – om de wereld houvast te bieden, om vrede op aarde te brengen voor iedereen die in Hem gelooft, sterft drieëndertig jaar later de kruisdood voor de zonden van de wereld, zodat we deel kunnen hebben aan het eeuwige leven.

Zijn laatste woorden aan het kruis zijn: ‘Het is volbracht.’ Dat betekent niet dat het klaar is in de zin van ‘ik kan niet meer, het is afgelopen.’ Het zijn geen woorden van een verliezer, maar van een winnaar. Zijn bloed vloeit om ons te bevrijden van de dood. Jezus geeft op Goede Vrijdag Zijn leven om ons echte vrijheid te bieden. Om ons te verzoenen met God. Een groot offer. Je zou bijna zeggen: ‘An offer you can’t refuse.’

De zaterdag die volgt wordt Stille Zaterdag genoemd. Diegenen die Jezus liefhebben rouwen omdat Hij gestorven is. Maar de dood is niet het einde. Het grote wonder gebeurt op Paaszondag. Het graf is leeg. Jezus is opgestaan! Terwijl Zijn leerlingen rouwen om Zijn dood, stapt Jezus hun huis binnen. Hij heeft de dood overwonnen en bezoekt Zijn verdrietige vrienden.

Pasen is misschien wel het belangrijkste feest uit de Bijbel. Het feest waarop we vieren dat Jezus Christus leeft en de dood heeft overwonnen. Al onze schuld is weggedaan. Het graf is open en de weg naar God ook. Dat is goed nieuws.

Net als met kerst hebben we een magazine uitgegeven: Passie. Hierin staan zeven verhalen over mensen die ooggetuige zijn van Jezus’ lijden en sterven. Hun verhalen zijn een vrije bewerking vanuit de vier Evangeliën in de Bijbel en laten Petrus, Maria, Pilatus, Judas, Simon van Cyrene, Maria Magdalena en Thomas aan het woord. Het gaat over vriendschap en verraad. Over hoop en opstanding, over lijden en dood.

De glossy die prachtig is geïllustreerd leest als een roman. In eerste instantie begrepen de ooggetuigen niks van dit plan van God. Deel in hun verdriet en pijn. Twijfel en wanhoop. Passie en liefde. Hun zoektocht naar waarheid en hun diepe vreugde als ze die ontdekken. Ervaar dat Jezus het Licht van de wereld is. Ook voor mensen van vandaag!

Mentor

De grond naast mijn oor is warm, om me heen fluiten de voorjaarsvogels. In de verte razen auto’s over de A27. Voor een dringend advies om vooral thuis te werken zijn er nog veel mensen onderweg. Ik lig uit te hijgen, ik moet toegeven dat ik een conditie van een oude sok heb.

Even sluit ik mijn ogen om op adem te komen. Als ik ze weer open, kijk ik tegen een blauwe hemel aan met uitbollende stapelwolken. Meteen ben ik weer een klein jongetje en probeer allerlei figuren te onderscheiden.

Sterker nog, ik lig in het hooiland van mijn vader, hij is vlakbij druk aan het werk. Hij fluit ten teken dat hij het naar zijn zin heeft. Ik verdoe mijn tijd met het verzinnen van verhaaltjes die zich in de wolken afspelen. Twee hondjes die achter elkaar aan zitten. Een grote boze beer die toekijkt. Het is een onbezorgde tijd. Ik heb nog geen besef wat zich allemaal afspeelt in de wereld. Geen flauw benul van zwarte gaten waar je in kunt verdwijnen of allerlei planeten in het uitdijende heelal lichtjaren ver weg. Of een man met een baard die me later bestraffend zal toespreken. Nee, de eerste mens moet nog op de maan landen.

Een sportvliegtuigje haalt me uit mijn dagdroom. De wolken die in eerste instantie verstard leken, trokken in vlot tempo verder, opgejaagd door de heerszuchtige wind.

Sinds kort heb ik mijn Mentor van stal gehaald. Ik ben dat eeuwige wandelen zo zat, steeds datzelfde blokje om, terwijl ik liever in het zwembad lig. Mentor ziet er nog goed uit, al moet ik hem wel uit het stof en de spinnenwebben tevoorschijn halen. Ik heb zijn banden opgepompt en de volgende dag waren ze niet leeggelopen, dus ik durf het aan om een stukje met hem te gaan fietsen.

Enkele weken geleden heb ik met een vriendin een rondje om de IJssel gefietst. Zwolle, ’s Heerenbroek, Wilsum, Kampen, Zalk en dat is zo goed bevallen dat ik me afvroeg: waarom fiets ik eigenlijk nooit meer?

En zie daar, nu maak ik dagelijks een tochtje. Ik heb de kortste en mooiste route door het bos naar het zwembad in Bussum gevonden. Met heimwee heb ik even door de glazen naar binnen gegluurd. Het water lag er rimpelloos bij. Rondje Loosdrecht, Lage Vuursche, Tienhoven, verzin het maar, de mogelijkheden in het Gooi zijn legio. Het is wel wennen als je eigenlijk jaren niet meer op een fiets hebt gezeten.

De eerste middag had ik rode strepen in mijn handen omdat ik het stuur zo krampachtig vasthield. Ik realiseerde me dat het best wel snel gaat als je het vergelijkt met lopen. Mijn achterwerk moet nog erg wennen, totaal geen vlees op de botten, terwijl ik toch dagelijks zit, maar het zal aan de onwennige beweging liggen. En mijn rechterknie speelt op. Bij een vorige vorstperiode in 2011 ben ik uitgegleden en heb ik hem geblesseerd. Zeker als het nu een beetje omhoog gaat, merk ik dat er iets aan de hand is.

Langzaam sta ik op en bestijg mijn stalen ros om terug naar huis te fietsen. Even ben ik vergeten dat er ook nog zoiets bestaat als tegenwind en dat je dan een tandje extra moet trappen. Doordat ik met een open bakkes fiets, vind een vliegje het fijn om mijn keelgat binnen te vliegen. Ik proest het uit. Niet zo handig als hoesten en niezen in het openbaar taboe is. Maar ach, wat zit ik te klagen, mijn territorium is enorm uitgebreid en ik kom nog eens ergens…

Elke stem telt

Deze week mag ik mijn stem uitbrengen. Welke volksvertegenwoordiger kies ik die mijn belangen in de Tweede Kamer het beste kan behartigen? Een serieuze zaak. De aanloop naar de verkiezingen is kort. Diverse partijen – dit jaar meer dan ooit – vragen om mijn aandacht. De politieke kopstukken zijn niet van de televisie en radio te slaan. Online campagne voeren is erg belangrijk, zeker nu het flyeren in straten en op markten en het houden van massabijeenkomsten niet gewenst is. Het is grappig om te zien welke partijen de algoritmen van Facebook voor me hebben geselecteerd, omdat die volgens hen mijn interesse hebben. Toch heb ik geen enkele boodschap aangeklikt. Facebook leidt het blijkbaar af van de onderwerpen waarover ik schrijf en de dingen die ik in zoekmachines raadpleeg.

Ik bereid me altijd goed voor. Lees de artikelen die in de Volkskrant verschijnen over de Tweede Kamerverkiezingen. Ze behandelen elke dag een partij en zetten de hoofdpunten overzichtelijk op een rijtje. Soms is er een dubbele pagina waarin de lijsttrekker aan de tand wordt gevoeld. Ach, eerlijk moet ik toegeven dat ik niet elk artikel lees, want er zijn partijen waar ik sowieso niet op zou stemmen.

Ook vul ik altijd wel even een Kieswijzer in. Meestal is de uitkomst geen verrassing. In vier jaar tijd ben ik niet van politieke kleur veranderd. De uitkomst zit altijd in hetzelfde kwadrant. Opmerkelijk is wel dat er bij al die enquêtes nooit de partij uitkomt waar ik uiteindelijk op ga stemmen. Het is misschien ook freaky als je het met alle standpunten van een partij eens bent. Het blijft schipperen tussen belangen die zwaarder wegen dan andere. Een leuk alternatief is de Stemchecker van de Volkskrant waarbij de stellingen gaan over wat de partijen de afgelopen vier jaar hebben gedaan en niet wat ze beloven in hun partijprogramma’s.

Het valt me op dat de meeste Nederlanders wat linkser in hun opvattingen zijn dan tien jaar geleden. Uit een kiezersonderzoek van I&O Research blijkt dat er een opmerkelijke grote consensus bestaat onder de kiezers over wat er de komende jaren moet gebeuren. Zo is het geloof in de marktwerking in de zorg en andere publieke sectoren sterk afgenomen. Ook over onderwijs is de stemming onder het electoraat omgeslagen. Inmiddels wil 66% juist de basisbeurs voor studenten terug. Tevens staat de verhoging van de AOW-leeftijd ter discussie. Nu wil 60% juist weer terug naar een pensioensleeftijd van 65 jaar.

Merkwaardig is dat de linkse partijen hier geen garen bij spinnen. Een ruk naar links zal er wellicht niet komen. Voor het linkse blok voorspellen de verkiezingen weinig goeds. Ze hebben hun oppositie niet te gelde kunnen maken. Zelfs een voorstel van Jesse Klaver om een alliantie te vormen stuit op verzet. Andere linkse partijen zien niks in zo’n progressieve samenwerking voor de verkiezingen.

Ik breng mijn stem uit in de Emmauskerk. Erg benieuwd of het dit keer ook in het bijgebouw is, want de weg ernaar toe is niet erg coronaproof. Een smal tegelpad leidt naar de ingang en het zal niet wenselijk zijn dat de kiezer via dezelfde route (met z’n eigen rode potlood in de hand) het pand weer kan verlaten.

Daarnaast is er nog een ritueel waar ik naar uitkijk. Onder de vrijwilligers zit een man die altijd mijn geboortegrond prijst als hij de gegevens op mijn stempas controleert. Luid roept hij door de ruimte dat hij ook een Drent is. Tja, je moet de moed erin houden als je daar zo’n hele dag zit. Ik stap altijd wel met een grote glimlach het stemhokje binnen na deze opmerking. Maar voorspelbaar is het wel.

Kadir en keer

Ik ben laat. Met twee passen tegelijk ren ik de trappen van het Museum Hilversum op. Bij de kassa rekent nog iemand af. Gelukkig ik ben niet de enige. Vanaf de onderste etage hoor ik het geroezemoes. De lezing is populair. Ik schuif aan op de achterste rij en pak uit mijn schoudertas pen en papier. Oké, ik ben er klaar voor.

Het podium is voor fotograaf en filmmaker Kadir van Lohuizen. Een lange man met een bos weelderige zwarte krullen die grijs beginnen te worden, stelt zich voor. Hij vertelt boeiend over zijn oeuvre. In het bijzonder over zijn projecten rond de thema’s milieu en klimaat. Kadir neemt ons aan de hand van zijn foto’s mee naar Groenland, de Fuji-eilanden, de kust van Yorkshire en atollen in de Grote Oceaan.

Het is een ongemakkelijke boodschap maar we moeten echt iets doen tegen de stijgende zeespiegel, de opwarming van de aarde, overstromingen en de toenemende CO2-uitstoot. Het feit dat in één week de temperatuur in ons kikkerland dertig graden kan verschillen moet alle alarmbellen doen afgaan!

Tijdens zijn lezing val ik van de ene verbazing in de andere. Zijn fotoreportage over Miami, een stad die luttele centimeters boven zeeniveau ligt, is me bij gebleven. Hoe bij springtij elke maand het zoute water vanuit de riolering over de straten stroomt. ‘De sunny day flooding, noemen ze dat daar,’ zegt Van Lohuizen. ‘Ze leggen honderden pompen aan om het zeewater weer weg te pompen, maar die draaien op elektriciteit. En de stroom valt bij zware stormen vaak uit.’

Maar nog steeds woedt in Miami, favoriet overwinteringsoord, een bouwkoorts. Welgestelden kopen er peperdure nieuwbouwappartementen, terwijl de stad op deze plek geen toekomst heeft. Deze luxe appartementen verdwijnen in de zee.

Al jaren laat Van Lohuizen ons de gevolgen van klimaatverandering zien. Onlangs is zijn fotoboek ‘After Us the Deluge’ uitgekomen. Blader door het boek en een gevoel van benauwdheid overvalt je, de schoonheid van tropische eilanden in de Grote Oceaan, de levendigheid van New York, het lome subtropische klimaat van Miami en de ondernemende mentaliteit van Nederlandse waterstaatkundigen ten spijt. Aan het woord zondvloed kleeft geen overdrijving. We moeten echt niet denken dat het allemaal wel meevalt. Willen we in Nederland leven achter een metershoge dijk langs de gehele kust? En wat te denken van de toenemende hoeveelheid regenwater dat via de rivieren aan de andere kant ons land binnenstroomt.

De klimaatcrisis moet een serieus onderdeel van de komende verkiezingen zijn. Het is zo urgent en de prijs van niks doen zo hoog dat we het tegenover de volgende generatie(s) niet kunnen rechtvaardigen om nu geen actie te ondernemen. Anders zullen de (klein)kinderen daar de zure vruchten van plukken. Laat de klimaatcrisis zwaar meetellen als je over een week het rode potlood in je handen hebt.

Dan maar ramen lappen…

Het gaat een mooie lentedag worden. Het kwikt stijgt tot bijna 20 graden. Deze week zijn ze bij mij in de straat bezig met het aanleggen van de slimme energiemeters, die op afstand afleesbaar zijn. Al vroeg schalt de gettoblaster tegen de muren van mijn flat omhoog. Zoveel noeste arbeid geeft energie. Ik installeer me achter de laptop en begin enthousiast aan de arbeid. Net een uur bezig schiet mijn scherm op zwart. Hé, mijn elektriciteitsmeter is al aangelegd. Vandaag zou ik geen hinder ondervinden van de werkzaamheden. Ik baal want ik heb mijn wijzigingen en opmerkingen in het manuscript niet opgeslagen en ik hoop dat ik niet voor de kat zijn k.. heb zitten werken.

Ik kijk uit het raam. De mannen in de oranjehesjes zijn rustig aan het werk. Ik hoor de muziek nog, dus er kan daar niks mis zijn gegaan. Mijn lamp doet het ook nog. Ik zit niet zonder stroom. Ik herstart de laptop, maar het ding geeft geen reactie. Toch brandt het aan/uitlampje. Na een tijdje verschijnt het beginscherm. Ik drink ondertussen koffie. Als het bureaublad weer zichtbaar is, ga ik terug naar het document waarmee ik bezig was. De helft is weg. Jammer, maar ik weet nog wat ik gedaan heb; het valt nog te herstellen. Als ik de cursor naar de eerste fout breng en de d in een t wil veranderen, gebeurt er niks. Het toetsenbord is compleet dood en reageert niet op mijn hevig getik. Bah, wat is er gebeurd? Ik wil op Google opzoeken wat er aan de hand kan zijn, maar ik kan natuurlijk geen zoekopdracht invoeren. Dan maar via internet op mijn mobiele telefoon. De eerste tips zijn simpel. Toetsenbord schoon maken, nou dat kan het niet zijn. Een keer opnieuw opstarten. Ja, logisch dat wil nog weleens werken. Trager dan ik gewend ben start de laptop op. Het irriteert me. En tot mijn grote ergernis weigert de cursor nog steeds letters op het scherm over te brengen.

Externe hulp is gewenst. Ik bel een vriend die minder digibeet is. Ik weet dat ik bij ‘apparaatbeheer’ moet komen en dan naar ‘toetsenbord’, maar ik weet niet hoe ik daar kan komen. De vriend neemt niet op. Vervelend, nu kan ik niet werken. Is het een teken dat ik van het heerlijke weer moet gaan genieten? Ik ijsbeer door de kamer. De voorjaarszon heeft moeite om door de grauwsluier op het raam heen te komen. Uit pure frustratie ga ik mijn ramen wassen. Met emmers, spons, wisser, een oude theedoek en een scheutje spiritus ga ik verwoed aan de slag. De mannen beneden kijken nieuwsgierig naar de halsbrekende toeren die ik moet uithalen om het grote raam in de kamer aan de buitenkant schoon te krijgen. Het sop spat me om de oren. Het is alweer een tijd je geleden dat ik ze heb gewassen. Vaak vind ik het ondankbaar werk. Ik begin er aan als het echt nodig is. Je zal net zien dat het morgen gaat regenen en dat er toch nog verdwaald of achtergebleven Saharazand naar beneden komt. En dan is alle moeite voor niks geweest, of een van de duiven schijt een verteerde maaltijd over het pasgewassen raam. Niet aan denken, Jan. Nu zie je resultaat. Een klein uurtje later schitteren de schone ramen in de zon. Voldaan en volledig bezweet kijk ik naar buiten. Ik ben even vergeten wat ook alweer de aanleiding was van deze plotselinge schoonmaakwoede. Mijn laptop doet het niet. Om niet opnieuw geïrriteerd te raken pak ik ouderwets pen en papier en zet mijn bevindingen op papier. Zo op het balkon uit de wind is dat geen straf. De gettoblaster zorgt nog steeds voor arbeidsvitaminen.

Dat je dit verhaal kunt lezen betekent dat de vriend het probleem keurig voor me heeft kunnen oplossen door het interne toetsenbord opnieuw te installeren. Wat de aanleiding voor het falen van de software was is nog een mysterie maar het heeft in ieder geval voor een andere dag gezorgd dan ik aanvankelijk in gedachten had.

Vasten

De vastentijd is begonnen. Een mooie aanleiding om iets aan de coronakilo’s te doen. Hoe ik het ook wend of keer, de laatste maanden ben ik aangekomen. Natuurlijk zwem ik noodgedwongen niet meer elke dag, maar dat probeer ik – met lichte tegenzin – te ondervangen door een blokje om te lopen. Moet ik mijn eetgewoonten eens onder de loep nemen en mezelf de komende veertig dagen iets gaan ontzeggen om zo weer op mijn streefgewicht te kunnen komen? Is er iets te doen aan het overgewicht?

In 1990 was één op de drie volwassenen te dik. Inmiddels is dat al één op de twee. Ook het aantal kinderen met overgewicht stijgt en daarmee hun risico op chronische ziekten. Ongezonde voeding kost Nederland jaarlijks naar schatting 8,8 miljard euro aan onder meer ziekteverzuim en zorgkosten.

Mensen met obesitas hebben als ze corona krijgen kans dat ze meer klachten hebben en op de ic terechtkomen. De overlevingskans is zelfs kleiner. Dat wil je niet. Moet de overheid nu ze toch zo lekker bezig is ons allerlei regels op te leggen, ook maatregelen nemen om Nederland gezonder te laten eten? Dat is wel de boodschap van een aantal zorgverzekeraars en experts die werkzaam zijn bij universiteiten en voedingsorganisaties.

Het Nederlandse zorgstelsel is te veel gericht op ziekte, in plaats van op gezondheid. Verplicht zorgverleners te werken aan het voorkomen van gezondheidsklachten. Naast de zorgplicht ook een gezondheidsplicht om zich in te zetten voor een betere volksgezondheid. Dus minder overgewicht, meer bewegen, minder stress. Kan er eindelijk werk gemaakt worden van preventie?

Nu is voorkomen bij overgewicht, en trouwens ook bij roken, een kwestie van lange adem. Je ziet als je er een pak geld tegenaan gooit niet meteen de volgende maand resultaat, waarschijnlijk ook niet volgend jaar. Pas op de langere termijn – na tientallen jaren – zal je resultaat zien.

Wat te denken van een suikertaks of het afschaffen van btw op groenten en fruit? Verhoging van de prijs van een pakje sigaretten laat effect zien. Zo kan je ook streven om de hoeveelheid zout, verzadigd vet en toegevoegde suikers in allerlei productgroepen te verminderen. Is dit allemaal moeilijk te realiseren? Nou, kijk dan eens hoe snel winkelsluitingen en zelfs een avondklok konden worden ingevoerd en gehandhaafd.

Maar ja kan je mensen dwingen af te vallen of te stoppen met roken? Dwang zal (zonder een wetsverandering) niet kunnen maar je kunt mensen wel helpen en stimuleren om gezond gedrag vol te houden. Een arts kan wel een stevig gesprek voeren over een leefstijlprogramma en erop wijzen dat de patiënt minder zorg nodig zal hebben, als hij daaraan deelneemt. Het wordt zelfs vergoed voor mensen die boven een BMI van 40 zitten. Uiteindelijk mag de patiënt altijd zelf kiezen of hij op het aanbod ingaat.

Op het juiste gewicht blijven is moeilijk. Overdag lukt het me nog wel om niet te gaan snaaien en dingen tussen de maaltijden door te gaan eten. Maar ’s avonds moet ik me toch inhouden om niet naar de keuken te gaan en te kijken of er nog iets te bikken valt. Hoe lekker is dat plakje kaas of worst. Of witte chocolade. Als je weer voor de televisie zit, denk je daar lust ik er nog wel eentje van. En daar ga je al. Vaak zijn dat niet de gezonde snacks die je op dat moment naar binnen propt.

De vastentijd is bedoeld om te minderen of zelfs te stoppen met een bepaalde luxe, zoals vlees, alcohol of tegenwoordig ook social media. Even wat minder eten kan geen kwaad. Ik weet ook wel dat de vastentijd niet gaat om het verliezen van kilo’s, maar om het zoeken en nastreven van verbondenheid met je Schepper. Maar laat ik de komende veertig dagen gebruiken om mijn wilskracht te trainen: het gaat me lukken om van dat lekkere hapje tussendoor af te blijven!

Spirituele rust

Februari is traditioneel de Maand van de Spiritualiteit. Er is extra aandacht voor boeken die aansluiten bij de behoefte aan inspiratie en zingeving in het leven. Mensen zijn op zoek naar balans in zowel geestelijk als lichamelijk welzijn, vooral nu in deze onzekere tijd. Spiritualiteit kan heel concreet evenwicht, voeding en richting geven in een complexe wereld.

Vorige week zondag werd in het programma ‘Jacobine op 2’ bekendgemaakt dat Mirjam van der Vegt met ‘De kracht van rust’ de prijs voor het Beste Spirituele Boek 2021 heeft gewonnen. Het publiek koos massaal voor deze ode aan rust.

Geen wonder misschien want midden in een lockdown met verplicht thuiswerken en kinderen thuis die om aandacht jengelen, is de wens van velen: geef me meer rust!

Het is heel herkenbaar. Je agenda zit vol en in je hoofd is het druk. De balans tussen werken en ontspannen is kwijt. Hoe zorg je ervoor dat je weer met plezier je leven leidt? Van der Vegt laat in haar boek met acht tegendraadse lessen zien wat rust nemen doet voor onze gezondheid. Rust verhoogt de kwaliteit van ons werk en leven aanzienlijk. Ze laat met de inspirerende verhalen van onder andere rapper Typhoon, bergbeklimmer Katja Staartjes en bisschop Ancelimo zien dat je in goed gezelschap verkeert wanneer je even gas terugneemt.

Kiezen voor rust schiet er echter vaak bij in. ‘Mensen nemen pas rust als alles op orde is,’ schrijft Mirjam van der Vegt. ‘Wanneer je de boel onder controle hebt, mag je eindelijk even achteroverleunen.’ Maar juist midden in de chaos heb je rust nodig, benadrukt ze. ‘Het maakt niet uit of je een drukke baan hebt of je verveelt, of je je leven op orde hebt of niet.’

Veel mensen voelen zich schuldig als ze rust nemen. Rust hoort bij vakantie, ingevuld met leuke dingen. Of bij de rust van het weekend: even de benen omhoog. Rust gedurende de werkdag, dat is echt een uitdaging. Maar wie niet rust, belandt vroeger of later in overbelasting of een burn-out, ervoer de auteur zelf aan den lijve. Dat heeft twee jaar geduurd. Ze kon helemaal niets meer. Haar armen weigerden dienst. Schrijven ging niet meer en zelfs de luiers van haar kind kon ze niet verschonen. ‘Ik zat totaal aan de grond. Daar, op de bodem van de put ontdekte ik wie ik ben als ik niets heb en kan. We zijn vaak lang bezig om allerlei dingen vast te houden, om controle te houden. Op een gegeven moment lukt dat fysiek niet meer. Op het moment dat je leert loslaten ontstaat veel vrijheid. Van uitgeput gebied word je vacant gebied. Vanuit holle leegte kan ruimte ontstaan te ontdekken wat je belangrijk vindt in het leven.’

Het is een van de levenslessen die ze leerde: ‘Schenk de wereld jouw waardigheid.’ In het hoofdstuk hierover geeft ze handreikingen om je eigen waarden op het spoor te komen en te leven en werken vanuit je hart.

Ook boeiend is dat ze de biologische kanten van (geen) rust belicht: hoe werkt het in je hersenen? Zo schrijft ze over het belang van pauzes: ‘Veel mensen komen tot de meest briljante ideeën tijdens de drie b’s: bed, bad en bus. Het reflecterende brein neemt dan rust en dan kan het archiverende brein aan de slag. Het draagt nieuwe, creatieve en verrassende inzichten aan. Geregeld nietsdoen is dus heel nuttig.’

Daar moet ik persoonlijk ook maar eens vaker aan denken als mijn to-do-lijst schreeuwt om urgentie. Ik besluit om prioriteit te geven aan rustmomenten op de juiste tijd. Een wandeling in de sneeuw werkt verademend. Ik probeer ontspanning tot mijn goede vriend te maken!

Boemerang

Op de dag dat we het huis van mijn ouders moeten leegruimen zit daar ook een complete reeks streekromans van J.H. Kok-Kampen tussen waarop ze al jaren geabonneerd zijn. Ieder kwartaal krijgen ze met de post een nieuw boek met ronkende titels als ‘Verlangen naar de horizon’, ‘Het bittere erfdeel’, ‘Stil verdriet’, ‘Het einde, een begin’. Mijn moeder en mijn zus lezen ze, en wellicht soms mijn vader ook, maar hij zegt altijd: ‘Lezen is vermoeienis des geesten.’

De boeken staan keurig op volgorde van binnenkomst in de inloopkast op de tweede verdieping.

We beloven mijn vader dat zijn administratie van de boerderij en andere privépaperassen naar de vuilverbrander zullen worden gebracht om vernietigd te worden. Alle boeken kunnen we wel naar de Koepelkerk brengen, want daar is jaarlijks een boekenmarkt. Dat is een goed idee.

De streekromans worden keurig in dozen gedaan. Nu is zo’n leegruimactie een stressvolle happening en het moet ook redelijk snel gebeuren. We hebben een kringloopwinkel in Assen gevraagd of ze interesse hebben in de huisraad die weg moet. Alles staat keurig opgestapeld in de slaapkamer op de benedenverdieping. Mijn zus heeft wat snuisterijen waar ze vast wel een markt inzien vooraan gezet en de jongens van Het Goed happen gretig toe. Ook zien we de dozen met boeken in het busje verdwijnen. Ach, wat maakt het uit, weg is weg en dat scheelt ons weer een ritje naar de Koepelkerk in Smilde. Er zal geen haan naar kraaien!

Maar zoals wel vaker met hanen gebeurt, ze gaan toch ongewenst hun keel schrapen. Wat is het geval: Mijn ouders zijn noodgedwongen naar een verzorgingshuis in Assen verhuisd. Mijn vader is altijd prima georganiseerd en hij noteert keurig zijn naam en adres in elk boek. Ze wonen een paar maanden in de Vijverhof als een andere bewoner aan de deur klopt. ‘Jullie hebben toch aan de Riegheide in Bovensmilde gewoond?’

‘Ja, dat klopt!’

‘Nou, dan heb ik hier een boek van u.’

Enigszins verbaasd neemt mijn vader het exemplaar aan. Inderdaad keurig voorin staat met de sierlijke letters zijn naam en adres. Zo komen er in totaal drie boeken terug bij hun eerste eigenaar. Het wordt tijdens een bezoek op zondag met verve gebracht. Het schaamrood stijgt op m’n wangen. Moet ik toegeven dat ze naar de kringloop in Assen zijn gegaan en niet naar de boekenmarkt van de Koepelkerk? Ach, ze kunnen ook via daar in Assen terecht zijn gekomen, toch?

De teruggebrachte boeken liggen keurig in de kledingkast. Uiteindelijk zijn de streekromans bij de laatste leegruimactie opnieuw meegegaan naar de kringloop. Ditmaal naar Hoogeveen, omdat het in een lastige periode tussen oud en nieuw is en Assen gesloten is. En nee, ik hoef ze niet terug, mocht u er eentje tegenkomen!

Watersnoodramp

Op 1 februari 1953 wordt Nederland getroffen door een watersnoodramp. Tijdens een noordwesterstorm in combinatie met uitzonderlijk springtij breken de dijken in Zuid-Holland en Zeeland door en lopen polders onder water. Dorpen en boerderijen, mensen en vee verdrinken in een wild kolkende stroom. Mensen moeten in allerijl een heenkomen zoeken voor zover dat nog mogelijk is.

In de eerste dagen dringt pas langzaam door dat het gaat om een nationale ramp. De reddingsacties komen moeilijk op gang omdat er bijna geen communicatie mogelijk is. Vanuit de lucht blijkt hoe ontstellend groot de omvang is en hoezeer het water het zuidwestelijke deel van Nederland heeft geteisterd. Meer dan honderdduizend hectare vruchtbare grond wordt door het zoute water van de zee overspoeld en daardoor in enkele uren voor lange tijd onbruikbaar gemaakt. Tientallen dorpen zijn afgesloten van de buitenwereld. Vissers zetten met hun kotters reddingsacties op. De ramp kost aan 1836 mensen het leven.

Veertig jaar later mag ik in het kader van een speciale aflevering van TROS Aktua de productie doen voor een documentaire over de Zeeuwse vissers tijdens en na de watersnoodramp: Luctor et Emergo. Zoveel jaren na de ramp is het nog steeds een onderwerp waar de Zeeuwen moeilijk over kunnen en willen praten. Mijn taak is om contact te leggen met oester- en mosselvissers die hun verhaal voor de camera willen vertellen. Dat is in een streng christelijke regio waar televisie taboe is nog wel een dingetje en vergt veel overredingskracht. Gelukkig zijn een paar vissers bereid om mee te werken.

Op de eerste draaidag spelen de weergoden een rolletje mee. We bezoeken de begraafplaats in Ouwerkerk waar veel slachtoffers liggen. Tijdens de opname worden we gegeseld door regen en wind. Met drie mannen vormen we een menselijk windscherm om de cameraman zodat hij zijn werk kan doen. Presentatrice Mireille Bekooij komt speciaal naar Zeeland om het programma in te leiden. Voor het standbeeld van de mosselman in Yerseke doet ze haar aankondiging. Ook zij wordt door de wind geplaagd maar eerlijk gezegd met een hoedje op is het ook de goden verzoeken. Lukt het een keer de tekst foutloos uit te spreken dan zakt door de wind haar hoedje scheef en moet de take overnieuw.

Het is een indrukwekkende documentaire. De vissers vertellen wat de ramp voor hen persoonlijk betekent. En hoe ze zich hebben ingespannen om met hun boten mensen in veiligheid te brengen. Mij staat nog helder voor de geest hoe Boudewijn Zuydweg, oud-schipper van de Yerseke 34, ons meeneemt naar de Kruiningse polder waar hij zijn zus en haar dochter heeft verloren. Zijn spaarzame woorden ‘Nou genoeg zo?’ en zijn trillende lippen staan voor altijd op mijn netvlies gegrift.

Na de ramp dreigt zich voor de Zeeuwse oester- en mosselvissers een tweede ramp te voltrekken. Voor de bescherming tegen het water begint men met de bouw van de Deltawerken. Onderdeel daarvan is de afsluiting van de Oosterschelde. Daarmee gaan hun visgronden verloren omdat de schelpdierencultuur niet kan gedijen bij stilstaand getij. De vissers komen in verzet tegen de algehele afsluiting. Ook zij willen veilig wonen maar wel met de mogelijkheid nog een boterham in de visserij te kunnen verdienen. De schuiven in de Oosterscheldedam zijn na een lange discussie begin jaren ‘70 het compromis. Zo hebben de Zeeuwse vissers geworsteld en zijn ze toch weer boven gekomen!