Vissen

We groeien op in een waterrijke omgeving, dus als klein kind wordt er veel gevist in de wijk voor de boerderij. Dat betekent dat een bamboestengel die mijn moeder voor het geleiden van de stokbonen in de moestuin gebruikt, wordt omgetoverd tot vishengel. In het kippenhok zoek je een mooie veer. Die veer gaat door een kurk en je hebt je dobber. Loodjes, haakjes en visdraad worden bij de plaatselijke middenstand aangeschaft. De juiste lengte van het draad wordt afgemeten, de loodjes die ervoor moeten zorgen dat het haakje onder water blijft worden op de juiste afstand om de draad gekneed en dan is het vissen maar…. Dagenlang, uren achter elkaar. Turen naar die dobber, beweegt ie, gaat ie onder? Wat gebeurt er onder water, zwemt er een vis in buurt van mijn lijn? Soms hoor je een plup, of zie je luchtbellen, ten teken dat er leven onder water is. Is er een vis nieuwsgierig of hongerig naar die wurm die daar drijft? Zo is menig glad zilverkleurig exemplaar voor de gek gehouden als ie denkt dat de worm of het hompje oud wittebrood een lekkernij is. Eigenlijk is de voorbereiding nog het leukst. Met een vork een grasveld zoeken (genoeg voorradig), vork in de grond steken, met je been op het ijzer gaan staan, trillende bewegingen maken en de pieren komen vanzelf naar boven, hoe dikker hoe liever. Ja ik moet er nu niet meer aandenken… Onbevreesd pak je die glibberdingen beet en doet ze in een weckpot. Als je genoeg hebt kun je naar de waterkant om te beginnen. Snoeken zijn de grootste overwinning, maar meestal is het middelmatig spul wat je uit het water haalt. Je ergste vijand zijn de palingen. Als je die aan de haak krijgt is het een gevecht om die in de emmer te krijgen die klaar staat. Je kan de gladde kronkelvriend moeilijk van de haak krijgen. Een ware marteling want steeds glipt de paling uit je kleine handen. Ik vind het doodeng. Oma schiet dan te hulp. Ze komt op het geschreeuw af om te kijken wat er aan de hand is. De paling ligt te kronkelen in het grind van de weg en zij haalt de paling er met gemak voor je af. Vaak is je draad na afloop hopeloos in de war en is het beter om de hengel opnieuw op te bouwen. Het is een uitdaging om zoveel mogelijk vissen te vangen. Als je moet eten is het natuurlijk zonde om je hengel uit het water te halen, dus die stop je diep in de aarden wal en je laat de dobber in het water. Misschien vang je nog wat. Als de hengel na de maaltijd midden in de wijk drijft weet je dat je beet hebt. Harken en hooivorken moeten er aan te pas komen om je hengel terug te vissen. Gelukkig kan het bruggetje naar het huis van de buren je daarbij helpen. En als het gelukt is de hengel op te vissen, moet je afwachten wat je uiteindelijk gevangen hebt. Vaak gooi je het kleine grut aan het einde van de dag terug in het water. Maar niet voordat je ze geteld hebt. Mijn oma staat klaar om de vangst van de dag van kop, schubben en ingewanden te ontdoen en de vis te bakken. De katten zijn aanwezig om het restafval te verorberen. Het gekke is dat ik nu helemaal geen liefhebber van vis ben maar als kind heb ik het vaak gegeten.

Geef een reactie