Blog

Zonsverduistering

Misschien heb je het niet meegekregen dat afgelopen zaterdag rondom het middaguur de maan een stuk uit de zon zat te happen, omdat je druk bezig was met de dingen die je in een weekend wilt of moet doen.

Bij een zonsverduistering schuift de maan voor de zon langs. Als de verduistering totaal is, levert dat een spectaculair schouwspel op waarbij het midden op de dag een paar minuten donker is. Bij een gedeeltelijke verduistering – zoals nu – wordt slechts een deel van de heldere zonneschijf afgedekt door de maan. Het is niet donker of kouder. Geen wonder als je zaterdag niks hebt gemerkt.

11 augustus 1999

De laatste totale zonsverduistering die we hier in Nederland konden zien was op woensdag 11 augustus 1999. Het was hoogzomer en ik werkte bij IDTV, in het witte gebouw langs de spoorlijn in Diemen. We waren de gehele ochtend in de ban van het bijzondere natuurverschijnsel. Sommigen hadden het speciale eclipsbrilletje aangeschaft, omdat zonder bescherming naar de verduisterde zon kijken, hoe kort ook, schadelijk was voor je ogen. Andere hadden een cd, waarbij ze door het gaatje tuurden.

Verwachtingen

Ik had zo mijn verwachtingen bij de eclips. Hoe zou het zijn als het midden op de dag twee minuten aardedonker was? Daarbij kreeg je toch apocalyptische ideeën en moest je denken aan de kruisiging van Jezus. Het zou je kunnen beangstigen. Maar we verkeerden in een jolige stemming, uitgelaten dat we dit gingen meemaken – de eerstvolgende keer dat de situatie vanuit Nederland weer te observeren zou zijn was pas in 2135.

Iets na het middaguur verzamelden we ons op het dakterras, waar we ook vaak bij mooi weer de lunch gebruikten. De zon scheen maar de lucht was bewolkt, dus niet optimaal om het verschijnsel mee te maken. Met mijn brilletje op staarde ik naar de zon tussen de wolken. Aangemoedigd door enthousiaste aanwijzingen om me heen. Rond half een was het zover. De maan nam een hap uit de zon en schoof er langzaam overheen. Maar echt donker werd het helemaal niet, een beetje schemerig hooguit. En het was misschien een paar graden kouder.

Journaal

Achteraf gezien viel de totale zonsverduistering erg tegen. Ik had geen mooie protuberansen gezien, de purperrode knobbels aan de rand van de maan. Ook de vliegende schaduwen vlak voor en na de verduistering onttrokken zich aan mijn blik. Dat zag ik ’s avonds later allemaal op het journaal, in reportages vanaf plekken in Europa waar toeschouwers meer geluk hadden, zoals in Frankrijk of Hongarije. https://youtu.be/33fbNbvAsY0

In Diemen hadden we genoten van een langere middagpauze, het was een prettige onderbreking van ons werk. En we konden zeggen dat we het magische moment hadden meegemaakt. Maar ondertussen raasden treinen en trams die op een korte afstand van het gebouw passeerden, gewoon voorbij.

Koeien

In diezelfde berichtgeving kreeg ik mee dat de flora en fauna ook reageerde op zo’n zonsverduistering. Ik herinner me nog dat een boer vertelde dat zijn koeien onrustig werden en zich in een lange rij naar de boerderij begaven, zoals ze gewend waren wanneer ze ’s avonds gemolken werden. Maar het was nog geen melkenstijd. Toch stonden ze allemaal te wachten. Nadat de zon terug was, liepen ze weer naar het weiland en gingen vredig verder met grazen. Eigenlijk zoals wij ook ’s middags gewoon verder waren gegaan met het maken van televisieprogramma’s.

Glaswerk

De drie mannen zijn er, in verschillende leeftijden, soorten en lengtes. Gisteravond toen ik thuiskwam was er een briefje op mijn deur geplakt, dat ze morgen een paar uurtjes later zouden beginnen. Eronder stond een telefoonnummer dat ik kon bellen voor meer informatie.

De verduurzaming van het appartementencomplex is in een volgend stadium gekomen. Mijn dubbele glazen worden vervangen door HR++glas. Een hele onderneming. Vandaag is de voorkant aan de beurt en na het weekend de achterkant. Over veertiendagen gaat het grote woonkamerraam eruit en wordt er met een hijskraan bij alle dertig bewoners een nieuwe ingezet. Dat glas is te zwaar en te groot om via het trappenhuis naar boven te sjouwen.

Werkbespreking

Ik bel het 06-nummer en krijg meteen Y1 aan de lijn. Hij is blij dat ik van me laat horen, want nu kunnen we even doorspreken wat er van me wordt verlangd ter voorbereiding. Ik had natuurlijk al het nodige via de buurtapp meegekregen en wist dat er anderhalve meter rond het raam vrij moest zijn voor de werkzaamheden. Y1 bevestigt het en zegt dat ze meestal de zijkamer gebruiken als opslag van meubels,  want in de woonkamer hebben ze ruimte nodig om op schragen aan de ramen te werken, er komt namelijk ook nieuw hang- en sluitwerk in. ‘Daarom zijn we morgen met z’n drieën bij je, want dan kan ik de achterkant doen.’

Ik schrik, ik heb de afgelopen dagen ruimte gemaakt aan de voorkant en tijdelijk alles wat in de weg kan staan, gestald in slaapkamer en werkkamer. Ook alles wat op het voorbalkon staat heb ik naar het achterbalkon gebracht. In de veronderstelling dat ik in het weekend het omgekeerde kan doen.

‘Nee, dat is goed,’ zegt hij geruststellend, ‘we kijken morgen wel even en we zijn niet te beroerd om iets te helpen sjouwen of verplaatsen.’

Dat is mooi. ‘Hoe laat zijn jullie er?’

‘Zo rond de klok van tien.’

Vroeg wakker

Fijn, kan ik nog een beetje uitslapen, want dan is er tijd genoeg om morgenvroeg de gordijnen te verwijderen en ze op mijn bed te leggen om vouwen te voorkomen.

Toch ben ik vroeg wakker, het zou mijn Hemadag zijn, dus om zes uur zit ik aan het ontbijt. Ik bekijk wat er nog weggehaald moet worden. Een aantal fotolijsten pak ik te nonchalant op, eentje valt er tussen uit en ligt aan diggelen. Nou ja, scherven brengen geluk moet je maar denken.

Er is nog tijd om te douchen en rustig de krant te lezen. Als ik hem bijna uit heb, gaat de bel en komen de drie ‘glasmannen’ naar boven. ‘Ze hebben een tilcursus gehad,’ zeggen ze. Alsof ze dat nog nooit gedaan hebben. De gehele dag is dat de gimmick tussen de mannen. ‘Y2, wel rechtop staan, he! Of anders op je knieën.’

Elektrische schroevendraaiers

Het is niet het eerste appartement dat ze doen, ze zijn al anderhalve maand bezig dus ze zijn op elkaar ingespeeld, iedereen heeft zijn eigen werkterrein. Met Y1 schuif ik de eettafel op zodat de bank er naast kan. Ik hou zelf een klein werkplekje over waar ik nu zit te typen, terwijl de mannen druk aan het werk zijn. Raamlijsten los bikken, rubbers verwijderen. Het geluid van elektrische schroevendraaiers en slijptollen vult de ruimte. Ramen laten na vijfendertig jaar trouwe dienst los. Langzaam dringt de koude voorjaarslucht het appartement binnen. Ik pak mijn hoodie, want het is best wel fris. De ramen van de achterkant worden in de woonkamer van nieuw beslag voorzien. ‘Nu zijn ze nog te tillen, straks met het andere glas erin is het te zwaar,’ legt Y1 uit.

Inmiddels komen de eerste nieuwe ruiten binnen, getild met handige raamklemmen.

De ramen die niet open kunnen krijgen een ventilatierooster, omdat veel bewoners hebben geklaagd over vochtplekken in huis. Dan doe je toch iets niet goed, denk ik dan. Ik heb er geen last van. Bij mij staat er altijd wel iets open.

‘Mag het kattenluik weg?’

‘Ja, de kat is dood, dus die hoeft er niet meer doorheen en ik weet niet of ik ooit weer een huisdier neem.’

Met een flinke trap verwijderd Y2 het paneel waarin het luik zit.

De oudste, Y3, is de rustigste, de jongste is verantwoordelijk voor de grapjes. ‘Kijk daar gaat mijn nieuwe vriendin,’ zegt hij, terwijl hij het trottoir in de gaten houdt. Benieuwd welke buurvrouw het slachtoffer is. Collega’s met hoogtevrees die in een penthouse aan het werk zijn worden op de hak genomen.

De voorman geeft aan dat het tijd is voor de middagpauze.

‘Zal ik even koffiezetten?’

‘Nee, dat is niet nodig, we gaan eten in de bus.’ En weg zijn ze.

Even rust, het is toch wel een inbreuk op je privacy.

Geroutineerd

Als ze terug zijn, gaan ze geroutineerd in stilte verder; gelukkig geen hinderlijke radio. De jongste is plotseling verdwenen, hij heeft zijn werkzaamheden in de woonkamer afgerond. Continu krijgt de voorman telefoon, tot zijn grote ergernis.

‘Kunt u zo wel werken?’ vraagt de oudere man bezorgd. ‘Ja hoor, ik ben rumoer om me heen gewend, ik zit hier prima.’

Het wisselen gaat eigenlijk best snel. Het bovenlicht boven de balkondeur gaat eruit en voor ik het weet tikken ze het nieuwe exemplaar erin. Nu alleen de deur nog dan zijn ze klaar. Het gaat allemaal reuze soepel. Ik doe het ze niet na, diep respect voor dit soort vaklui.

Zo rond vier uur zit de eerste dag erop. De mannen lopen met een mobiele stofzuiger alles na en helpen me de bank weer terug te zetten. ‘Met de rest van de meubels red ik me wel. Dank, mannen, goed weekend en tot maandag.’

‘Om acht uur zijn we weer bij u!

Vijf jaar later

Om 8 uur ’s avonds precies vijf jaar terug. Tienduizenden Nederlanders gaan de straat op, doen het raam open, stappen hun tuin in of balkon op en applaudisseren voor de ‘helden van de zorg’. Een kippenvelmoment.

Wat is er in korte tijd veel gebeurd. Drie weken ervoor werd een televisie-uitzending onderbroken met de melding van de eerste coronapatiënt in ons land. We kennen dan al de vreselijke beelden uit China en Noord-Italië. Terwijl we nog uitbundig carnaval hebben gevierd of op skivakantie zijn gegaan.

Na die melding gaat het snel. Als ik door de poortjes van de Lidl ga, weet ik in eerste instantie niet wat er is gebeurd. Lege schappen staren we aan. Totale hamstergekte, vooral toiletpapier is gewild. Nooit een oorlog meegemaakt, maar is dit wat er dan gebeurd? Angst slaat toe, wat betekent dit onbekende virus?

Anderhalve meter

Ziekenhuizen en ic-bedden raken overbelast, met name in Brabant. Persconferenties volgen, mondkapjes zijn verplicht. Afstand houden en anderhalve meter maken deel uit van het dagelijkse jargon. Straten, wanden en vloeren worden er vol mee geschreven. Scholen, horeca en winkels moeten sluiten. Bedrijven kunnen steun aanvragen. Vliegen is niet meer mogelijk. Onlinecontact is booming. We ontdekken het thuisbezorgen en gaan vooral online-winkelen. Later volgt een avondklok, een surreële situatie, lege straten na negen uur ‘s avonds.

Wandelen en fietsen

Zelf heb ik nog nooit zoveel gewandeld en gefietst als in die coronaperiode. Bijna elke dag ontvlucht ik mijn woning. Hei en bos zijn een natuurlijke uitbreiding van mijn woonkamer. Ik ben gewend veel alleen te zijn of thuis te werken. Dus in eerste instantie verandert er in mijn persoonlijke situatie niet zo veel. Ik geniet er zelfs van dat er even niks hoeft, behalve die opgelegde maatregelen. De lockdown ervaar ik niet als een eenzame opsluiting, maar later vlieg je toch tegen de muren omhoog. Je mist het zwemmen en naar de bioscoop gaan of even eenvoudig winkelen als je daar zin in hebt.

In de supermarkt neem je nog verder afstand als je iemand hoort hoesten. Je probeert besmetting te voorkomen. Alleen al zo’n test met dat gepor in je neus lijkt me een verschrikking. Over een vaccinatie twijfel ik geen moment en ik maak meteen een afspraak als ik aan de beurt ben.

Nadat we van de eerste schrik zijn bekomen, slaat de coronasleur toe. Protest tegen de genomen maatregelen van de regering. Polarisatie in de samenleving. Moet alles wel zo rigoureus dicht?

Persoonlijk merk ik dat het moeilijk is om aan opdrachten te komen en slaat de paniek toe, hoe laat ik de schoorsteen roken? Uiteindelijk beland ik bij een distributiecentrum waarvoor het online bestellen een gouden ei is. Maar waar afstand houden erg lastig is. Gelukkig is de ergste besmettingsgolf al achter de rug.

Nu vijf jaar later, wat is er veranderd?

De opsluiting is zeker niet goed geweest voor de sociale cohesie en met name jongeren lijden daar nu nog onder. Hun ‘jeugd’ is ze ten dele afgenomen. Aan de andere kant ontstaan er nieuwe initiatieven, tonen mensen veerkracht. Maar ik merk dat we al snel terugvallen in het oude normaal. Je hebt nog de hoop dat dingen blijvend zullen veranderen, maar je kan wel stellen dat we op oude voet verder zijn gegaan. Misschien begroeten we elkaar niet meer met drie klapzoenen en niezen we in de elleboog – wat ik ook nog steeds niet fris vind.

We zijn covid haast vergeten. Behalve de mensen die hun onderneming op de fles zagen gaan. En de tienduizenden longcovidpatiënten of de mensen die niet op een goede manier afscheid hebben kunnen nemen van hun geliefden die aan de gevolgen van of tijdens corona zijn overleden. Wat dat betreft ben ik God op mijn blote knieën dankbaar dat ik toen al wees was en dat me dat leed bespaard is gebleven. Soms doet een ingesleten afbeelding van anderhalve meter me terugdenken aan die verschrikkelijke tijd.

Vasten is nalaten

Het ritueel van vasten komt in bijna alle religies voor. Soms lijkt het of tegenwoordig alleen moslims nog serieus vasten, maar de laatste jaren is deze traditie herontdekt binnen en buiten de kerken. Vasten is weer helemaal hip, maar nu heet het detox in de vorm van fruitkuren en gezonde sapjes. Of een challenge, een uitdaging die je jezelf stelt om bijvoorbeeld honderd dagen geen alcohol te nuttigen, niet te roken of vapen, of geen suiker te gebruiken. Geen social media hanteren of games spelen.

Aftrap 40-dagentijd

Tijdens de research voor een item van ‘Petrus in het land’ stuit ik bij de Oude Dorpskerk in Bunnik op een mooie traditie. Ze trappen de 40-dagentijd af met het samen nuttigen van een eenvoudige maaltijd. Een aantal vrijwilligers gaan pannenkoeken bakken. Dit jaar serveren ze ook een Ghanese pindasoep. Dat heeft alles te maken met het thema van de spaaractie die ze de komende tijd in hun kerk houden. Iedereen kan geld inzamelen om de kinderarbeid te stoppen in de visserij in Ghana. Van dat geld kunnen de kinderen in dit Afrikaanse land naar school. Jong en oud worden aangemoedigd om eenvoudiger te eten. Niet te snoepen. Lege flessen en blikjes te verzamelen. Geen vlees of nieuwe kleding te kopen. Klusjes te doen, in de tuin, stofzuigen of de afwasmachine leegruimen. Of niet de auto te nemen. Het uitgespaarde geld kan in het potje voor Ghana!

Aswoensdag

Afgelopen woensdag was het Aswoensdag. Het begin van de christelijke vastentijd: de tijd van inkeer en versobering als voorbereiding op Pasen. Een periode van stilstaan bij het leven en vragen stellen: wie ben ik, hoe leef ik, wie ben ik voor de ander en wie is de ander voor mij? Veel mensen denken ook aan al het goede dat ze van in hun leven ontvangen hebben en ondernemen dingen voor mensen die het minder hebben.

Op het distributiecentrum merk ik dat de ramadan ook is begonnen. Collega’s die van zonsopgang tot de zonsondergang niet eten, maar zodra het donker is juist wel. Ze vinden het niet fijn om tijdens de pauzes tussen al die kauwende mensen te moeten zitten. Ik heb bewondering voor ze, want ik zou met zo’n actieve klus echt niet zonder mijn bammetjes kunnen.

De Bijbel over vasten

In de Bijbel lezen we ook over vasten. Bijvoorbeeld in het boek Esther als voorbede voor het Joodse volk. Of bij Jona, waar de inwoners van Ninevé vasten om het door de profeet afgeroepen onheil te keren. Of Daniël die de zaak van de ballingen bij de koning wil bepleiten en alleen tien dagen groente eet om zich daarop voor te bereiden. Het bekendste verhaal is Jezus die veertig dagen in de woestijn vast.

Vasten dient om je te oefenen in nederigheid, het gaat om reiniging en geestelijke kracht. Om verslavingen (demonen) los te laten of als solidariteit. Andere motieven zijn: discipline trainen, gezondheid, als actiemiddel (hongerstaking), als voorbereiding op een prestatie, zoals sporters doen, of als voorbereiding op een feest, op de ontmoeting met God, om dichter bij Hem te komen.

Niet gebruiken als effectbejag

Er vindt een lichamelijke verandering plaats, discipline geeft vrijheid, je behoeften staan minder centraal, en het feest wordt intensiever, het leven krijgt meer reliëf.

Vasten moet je niet gebruiken als effectbejag. Als je mee gaat doen met het vasten om af te vallen, gewicht te verliezen, dan is dat niet het juiste motief. Er zijn betere redenen.

Vasten als nalaten werkt het beste. Tijd maken voor dingen die je echt de moeite waard vindt, zoals bidden, mediteren, Bijbellezen of rust en verstilling zoeken. Wat zou voor jou een goede reden zijn om te vasten? Wat wil jij nalaten? Wat wil jij doen?

Bij de kapper

‘Wie goed doet, goed ontmoet,’ is het spreekwoord. Het is ook de naam van de kapperszaak waar ik de laatste jaren naartoe ga. Verwacht geen flashy kapsalon met neonlichten, spiegelwanden en rekken met shampoos, gels en andere haarverzorgingsproducten van hippe merken. Hier geen foto’s met trendy modellen en dito kapsels. Nee, het is meer vergane glorie. De kapsalon ziet er uit als een huiskamer. Alles is beige, een bankstel uit de jaren ’70 en planten die hun beste tijd hebben gehad. Het is een eenmanszaak en de kapper komt uit Georgië.

Eerste klant

Zaterdagochtend, het is nog vroeg en ik ben de eerste klant. Als ik binnenkom, hangt de kapper met zijn jongere vriendin op de bank. Moeizaam komt hij overeind. Hij nodigt me uit om plaats te nemen in de stoel bij het raam en slaat het helblauwe schort om me heen. Mijn benen zoeken naar steun van het houten bankje.

De vriendin vult een plantenspuit, geeft hem aan de kapper en neemt daarna weer plaats op de grote bank. Ze runt achter het kamerscherm een nagelsalon, maar al die keren dat ik hier kom, heb ik geen klanten gezien.

‘De oren bloot, hè?’ De kapper weet inmiddels hoe ik het wil hebben.

Goudkleurig

Op de spiegel voor me prijken allerlei visitekaartjes van kleine zelfstandigen die op deze manier reclame voor zichzelf mogen maken. Op het bijzettafeltje eronder liggen miniem de spullen die de kapper nodig heeft: kam, schaar en tondeuse, een grote en een kleine. De apparatuur is goudkleurig, maar de glans is ervan af. Daarnaast staat een kleimaquette van Tbilisi, de hoofdstad van Georgië en aan de andere kant een miniatuurfiets waarvan het voorwiel een klokje is, waarop ik de minuten zie verstrijken. Tegen de achterwand staat een echte fiets. Komt de kapper daarop elke dag naar zíjn werk?

De Georgiër heeft zijn eigen aanpak. Hier geen verplicht haarwassen voordat de knipbeurt start. Een plantenspuit is prima om de krullen nat te maken.

‘Blij dat je gekomen ben, want niet iedereen kan krullen knippen,’ zei hij bij onze eerste ontmoeting. ‘Ik ben vroeger dameskapper geweest, dus ik weet precies hoe ik het moet aanpakken.’

Voor hem is opscheren taboe, hij knipt alleen met een schaar.

Krullen

De eerste rode krullen vallen op het blauw. Al zijn ze niet meer zo kastanjebruin als ze ooit waren. Hij knipt me in stilte, ook wel prettig. Georgië hebben we in het verleden wel uitvoerig besproken en met het weer zijn we vandaag snel klaar. Het vriest maar er is voorjaarsweer op komst, de komende week. Ook het nonkapsel van Trump is al de revue gepasseerd.

‘Je bent lang niet geweest. Zeker dit jaar nog niet.’

‘Ja, dat klopt, ik denk dat het augustus was, de laatste keer.’ Ik kan met twee keer per jaar toe. Pas als het haar me gaat irriteren en voor m’n ogen valt, besluit ik naar de kapper te gaan. Zeker nu het vriest zit er geen model meer in en piekt het statisch alle kanten op.

Meditatie

Bij de kapper zitten is ook een soort meditatie. Een die in dit geval door een borrelende maag wordt onderbroken. Heeft de kapper nog niet ontbeten vanochtend?

Verder hoor ik het tikken van de wandklok en de verwarming die waarschijnlijk een half uurtje geleden is aangezet. Of moet misschien gelucht worden?

In de stilte groeit de zee van losgeknipte krullen. Als ik de kans krijg, kijk ik naar mezelf in de spiegel. Het ziet er kaal uit. De merkwaardige vorm van mijn gezicht negeer ik, evenals de onderkin waarop – voor mijn gevoel – nu ineens meer nadruk ligt. Verlies ik hiermee niet mijn (aantrekkings)kracht, gelijk Simson? Bijna heb ik spijt dat ik het zo rigoureus kort laat knippen.

Met de kleine tondeuse worden de haartjes op en in oren bewerkt, net als die in de nek. Het geeft een sensitieve rilling op de rug. Ik hoef hem zelfs niet meer te vragen om mijn wenkbrauwen bij te knippen.

Nogmaals controleert de kapper of het haar goed zit. ‘Ja, dat is oké,’ mompelt hij, terwijl hij de overgebleven haren tussen zijn vingers doorschuift. Aan de manier waarop hij om me heen schuifelt, merk ik dat hij ouder wordt en steeds moeilijker ter been is,

Contant

Binnen een kwartier is het gebeurd. Hij slaat het kappersschort van me af en de krullen vallen op het beige zeil. De vriendin pakt een bezem en verzamelt het haar in de hoek. Ik pak mijn portemonnee en reken contant af – pinnen kan hier niet. Ik heb een briefje van vijftig bij me, ik hoop dat hij dertig terug heeft. Met twee tientjes uit zijn broekzak lukt het.

‘Zo nu kan ik weer even vooruit,’ zeg ik terwijl ik mijn jas aantrek.

De kapper lacht. ‘Ik denk dat als jij thuiskomt, ze je niet meer zullen herkennen.’ Hij geeft me een snoepje, alsof ik een grote jongen ben geweest en braaf stil heb gezeten. Of maak ik er nu een meta-boodschap van en is het gewoon een aardige geste van de kapper?

Buiten is het koud. Ik trek de capuchon over mijn geknipte hoofd en stap op de fiets.

Heibel bij Huishoudbeurs

Momenteel is de jaarlijkse Huishoudbeurs weer in de Rai. Een evenement waar velen een echt uitje van maken en met volgeladen tassen naar huis gaan. Het doet me denken aan die keer dat ik op deze beurs aanwezig ben met een aantal leerlingen.

AT5

In mijn periode bij AT5 geef ik een half jaar lang les aan mensen die bij het UWV staan ingeschreven en graag bij de televisie willen werken. Een soort re-integratie-project om werkervaring om te doen. Samen met alle betrokken instanties wordt er een cursus opgezet met theorie en veel leren in de praktijk. Mij wordt gevraagd of ik het zie zitten om deze groep te trainen. Het lijkt me een mooie uitdaging en samen met twee andere collega’s ben ik het avontuur aangegaan. In het lesplan kunnen we alle drie onze eigen expertise inbrengen. Ik ben verantwoordelijk voor de productionele zaken, redactie en regie en de anderen voor de meer technische zaken als licht, geluid, camera en montage.

Het is echt wel een klus en misschien hebben we ons er een beetje op verkeken hoeveel werk erin gaat zitten. Je moet toch een dag lesgeven en dat moet zinnig en interessant zijn. Dat kost veel voorbereiding.

Niet echt doorsnee

De groep is niet echt doorsnee. Er zijn een paar jonge gasten bij die het erg tof vinden om met een camera rond te lopen, maar de theorielessen zitten te verstieren. Eentje vindt de camera zo leuk dat hij hem ongezien mee naar huis neemt en nooit meer op de cursus verschijnt. Tevens is er een leeftijdskloof tussen de deelnemers, er zitten ook wat oudere dames tussen. Allemaal hebben ze hun rugzakje waardoor ze werkloos zijn en iedereen heeft een handleiding kom ik al snel achter. Ook is niet iedereen even gemotiveerd om actief aan het programma deel te nemen.

We zijn al een aantal maanden samen onderweg met de cursus, dus ik ken inmiddels mijn pappenheimers. Zij die steevast te laat komen, ook na een pauze. Zij die smoezen verzinnen waarom ze bepaalde opdrachten niet hebben gedaan of voorbereid.

Voxpops

Voor vandaag heb ik bedacht dat iedereen een item gaat maken over de Huishoudbeurs. Ze helpen elkaar daarbij door steeds van rol te wisselen: een doet de camera, de ander het geluid, zo moet iedereen bij de studiegenoten een bepaalde discipline uitvoeren om te helpen elkaars items te maken. En bij deze opdracht moeten ze onder andere de techniek van de voxpop oefenen. Dus korte interviewtjes op de straat met mensen over een bepaald thema.

Nu zitten er een paar bijdehandjes in de groep, die nergens bang voor zijn, maar ook iemand die sociaal niet zo sterk is. Hij is een beetje verlegen en ziet erg op tegen deze opdracht. Omdat ik weet dat deze man moeite heeft om zo maar een wildvreemde aan te spreken heb ik hem bewust als laatste ingedeeld om de voxpops te doen zodat hij de kunst van zijn medeleerlingen mag afkijken en even kan wennen aan de setting van zo’n beurs. Mede om hem zelfvertrouwen te geven

Bloedirritant

We vertrekken vanuit de binnenstad naar de Rai, nemen de apparatuur mee en ik maak een indeling wie met wie gaat samenwerken. Maar bij aankomst begint een van de dames te sputteren. Ze is het er niet mee eens dat de verlegen studiegenoot als laatste zijn interview gaat doen. ‘Waarom kan hij niet beginnen?’ dringt ze aan. Ze zit me echt uit de tent te lokken, een vrouw van dik in de dertig, hè. ‘Nee, ik bijt niet het spits af. Ik wil ook wel eens kijken hoe iemand anders het doet. Waarom begint hij niet?’

Het is heel vervelend en gênant en ik zie de bezoekers van de Huishoudbeurs kijken – wat ze sowieso doen vanwege de apparatuur die je bij je hebt. Ik probeer de discussie te stoppen door iemand anders aan te wijzen die moet beginnen. Maar zij blijft zich met de volgorde bemoeien. Bloedirritant is ze.

Aan de beurt

De verlegen man is toch als laatste aan de beurt, het gaat echt met hakkelen en stoten, maar uiteindelijk weet hij een aantal beursbezoekers een paar leuke quotes te ontlokken. Waarvoor ik hem een compliment geef.

Als we weer bij AT5 zijn, vraag ik de irritante dame even achter te blijven en spreek haar aan op haar gedrag – dat vind ik dan zelf weer lastig. Ik leg haar uit dat ik een speciale reden heb voor mijn indeling en dat ik het niet tolereer dat ze mijn beslissing blijft torpederen. En dat niet iedereen zo goed van de tongriem is gesneden als zij. Ook nu gaat ze meteen in de weerstandmodus. Bezit ze dan geen enkele compassie met haar medecursisten?

Achteraf heeft de bewuste man een prima baan in de media gekregen die precies bij hem past. Zij is bij mijn weten nooit aan de bak gekomen.

Deze gaat op de bon!

Een goede werkdag bij Petrus in het land. Iets over half zes verlaat ik mijn werkplek bij de KRO-NCRV. Ik moet nog even een aangevraagd boek bij de bieb ophalen. Omdat het slecht weer is, ben ik met de auto. Ook nu begint het net weer te regenen als ik buiten kom. Nadat ik het boek heb gescand, rij ik naar huis.

Morgen moet ik vroeg op voor mijn Hema-klus en ik besef dat ik geen brood meer in huis heb. Geen nood, de route naar huis leidt langs een kleine AH. Vroeger was het de buurtsuper. Het ligt in een woonwijk dus er is geen groot parkeerterrein om je auto gemakkelijk kwijt te raken. Vaak parkeer ik op het hoekje van de straat, geen officiële parkeerplek, maar wel handig om snel je auto neer te zetten.

Witte bolletjes

Het is niet druk bij de zelfscanners dus in een mum sta ik weer buiten. Als ik met mijn witte bolletjes wapperend in de hand naar de auto loop, staan er twee parkeerwachters voor mijn bumper. De een is druk bezig met zijn mobiel en noteert mijn kenteken. Oeps, daar heb ik even geen rekening mee gehouden. Ze verrassen me totaal. Dit gaat een duur broodje worden, vrees ik. Koel blijven, duidelijk communiceren, geen irritatie wekken. Ik loop naar de jongemannen toe en groet ze vriendelijk.

‘Goedenavond, bent u de bestuurder van deze auto?’

‘Ja,’ zeg ik terwijl de regen in mijn ogen striemt.

‘U weet dat u hier niet mag parkeren?’

‘Ja, dat weet ik,’ antwoord ik beschaamd.

‘Waarom heeft u dan toch uw voertuig hier neergezet? Er is door de buurt geklaagd over het veelvuldig foutparkeren op dit hoekje.’

Een geldig excuus is er niet. ‘Ik weet dat ik hier niet mag staan, maar ik wilde even snel brood halen.’ Ik laat als bewijs de tien bolletjes zien. Regendruppels parelen inmiddels van de verpakking.

‘Woont u hier in de buurt?’

‘Ja, in het dierenkwartier even verder op.’

‘Heeft u een rijbewijs voor mij?’ vraagt de jongeman met de mobiel onbewogen. Zijn collega staat stoer naast hem. Hij heeft nog niks gezegd, maar maakt met zijn grote gestalte een intimiderende indruk. Ik knip op de autosleutel om het portier te openen, want de portemonnee zit in mijn tas op de achterbank. Ik pak hem en loop terug naar de parkeerwachters. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan, maar tja… dit moest een keer misgaan.

Rijbewijs

De handhavers staan in het licht van mijn koplampen, de lichtblauwe gedeelten van hun uniformen reflecteren fel. Ik open de portemonnee om het roze kaartje tevoorschijn te halen. Het gaat niet gemakkelijk. Ik krijg hem niet uit zijn hoesje en maak een opmerking dat het nog even gaat duren. ‘Sorry…’

‘Dat is een goed teken, meneer, dat betekent dat u hem er niet vaak uit hoeft te halen.’

Ik knik en blijf frunniken. Het hoesje geeft niet mee, maar uiteindelijk kan ik het rijbewijs overhandigen.

De man bekijkt het identiteitsbewijs met het lampje van zijn mobiel. ‘U hebt zelfs een BE,’ merkt hij op.

‘Ja, die kreeg je er in mijn tijd nog gratis bij als je rijexamen deed voor een personenauto.’

‘Oh,’ zegt de parkeerwachter, ‘dat wist ik niet.’ Hij inspecteert het rijbewijs nog eens nauwkeurig.

Ik doe hetzelfde met de mannen tegenover mij en wacht het verdict af. Ondertussen blijft de regen gestaag op ons vallen.

‘Toen ik met mijn collega kwam aanlopen zei ik tegen hem: “Deze gaat op de bon!”, want dit is natuurlijk niet een officiële parkeerplaats.’

Ik beaam het nog eens. Mijn witte bolletjes hangen nog steeds onschuldig in de regen, ze zien er extra wit uit in het licht van mijn koplampen.

Nooit meer doen!

‘Het is goed dat we u even zelf hebben kunnen spreken. Ik weet het goed met u gemaakt. Als u belooft dat u hier nooit en dan ook nooit meer gaat parkeren.’

Ik ben enorm opgelucht, dit gaat de goede kant op. ‘Ik beloof u dat ik hier nooit meer zal parkeren, ik heb mijn lesje op deze manier wel geleerd.’ Ik vouw mijn handen met de vingertoppen tegen elkaar aan en beweeg ze in de richting van de mannen. De bolletjes bungelen eronder.

‘Dan zal ik over mijn hart strijken, dat scheelt u dan 129 euro, meneer.’

‘Nou, dank u wel. Ik zal het echt nooit meer doen, dat beloof ik u.’ Ik kijk de man recht aan in zijn blauwe ogen.

Hij kijkt terug en zijn blik wijkt vervolgens af naar de digitaal opgemaakte bekeuring op zijn mobiel. Langzaam zie ik de ingevulde bon verdwijnen in de leegte van de onlinewereld.

Nog een keer controleert de parkeerwachter of alles gewist is. ‘Zo dan geef ik u uw rijbewijs terug. En nooit meer doen, hè?’

Dank u wel

‘Nee, dank u wel voor uw clementie. Nog een fijne avond, mannen.’

Met knikkende knieën neem ik het rijbewijs aan en stap weer in mijn auto. Ik leg het roze kaartje naast de witte bolletjes op de passagiersstoel. Terwijl ik mijn hand opsteek naar de verregende parkeerwachters, rij ik de straat uit. Straks zal ik het identiteitsbewijs weer in het hoesje van de portemonnee frutten.

Dat was door het oog van de naald. Het brood heeft de volgende ochtend nog nooit zo zoet gesmaakt.

Vrouw van de dag

De schuifdeuren van de zorginstelling gaan automatisch open en ik loop direct door naar haar afdeling. Ik ben benieuwd hoe het met mijn moeder is. Ze is een vrouw van de dag. Haar conditie verslechterd snel. Je kan het nauwelijks leven noemen. Haar lichaam overleeft.

Gemeenschappelijke ruimte

In de ochtend halen ze haar uit bed, wassen haar, kleden haar aan en zetten haar met z’n tweeën in de rolstoel. Als ze een goede dag heeft tenminste, anders blijft ze liever in bed. In de gemeenschappelijke ruimte plaatsen ze haar aan de grote lange tafel. Daar zit ze tussen de andere mannen en vrouwen – vaak ook in een rolstoel – die even stil en ineengedoken zijn als zij. Met uitgedund haar dat niet meer te kappen is. Met verdronken blikken die eeuwig naar de grond staren en samengeknepen monden, waar wat kwijl uit loopt. Met een bepaalde regelmaat krijgen ze bouillon, puree of appelmoes, eventueel wat vla of yoghurt, lepel voor lepel, als stokoude kinderlichamen.

Af en toe slaakt een van hen een korte kreet, wat bij een andere bewoner een zucht ontlokt of een onduidelijke opmerking waar verder niemand op gereageerd.

Uiterlijk

Het is moeilijk om daar lang tussen te zitten en geen echt contact te kunnen krijgen. Als ik naar mijn moeder kijk, zie ik een onhandige schets die gemaakt lijkt door een amateurschilder. Hij heeft zich vergist in de verhoudingen van haar lichaam, de vorm van haar gezicht, haar gelaatstrekken. Mettertijd heeft haar kaak het gelaat veroverd. Mede omdat ze vaak haar kunstgebit niet meer in heeft, want dat dreigt uit haar mond te vallen. Haar levendige, soms venijnige ogen hebben hun glans verloren. Het hoofd zakt voorover. Haar hersenen werken dan wel niet meer zo helder, maar ze lijken behoorlijk zwaar, zodat haar schedel en lichaam voorover worden getrokken naar een val die nooit komt, omdat het personeel mijn moeder en haar lotgenoten aan hun rolstoel vastmaken met veiligheidsbanden die benadrukken hoe mager hun lichamen zijn, hoe ze langzaam vervagen en verdwijnen.

Wat gaat er in haar om?

Ze was een gezonde vrouw die haar mannetje stond en zich er niet onder liet krijgen, nu lijkt ze klein, gerimpeld en heel breekbaar. Ik ga dichter bij haar zitten. Ik neem een van haar handen in de mijne. Je kijkt bijna door haar huid heen en ziet de donkerblauwe vaten waar het bloed doorheen kruipt.  Ik streel haar handen die koud aanvoelen, terwijl ik tegen haar praat, waarbij ik me afvraag of er iets tot haar doordringt, Ik vertel iets over het weer en de dingen die me onderweg zijn opgevallen, een televisieprogramma dat ik heb gezien. Maar algauw sterft mijn stem weg als het volume van een radio waarvan de batterijen er opeens de brui aan geven. Ten slotte zwijg ik. We zitten naast elkaar te zwijgen.

De tijd is anders

Beschaamd tel ik de minuten die verstrijken. Ik kijk op mijn horloge. Hier is de tijd anders dan buiten. Hier bezit hij een viscositeit die iedere seconde kleverig maakt, die de uren laat samenklonteren tot zware massa’s van een haast onaardse dichtheid. Ik wil nog niet weggaan. Ik heb immers bijna twee uur in de auto gezeten. Ik bedenk dat ze mijn moeder is en dat ik haar zoon ben, ook al bevinden we ons inmiddels in ruimtes die niet meer aan elkaar grenzen. Ook al bewoont zij een wereld waarover ik niets weet, waarvan ik niet weet of lijden, pijn, plezier, dromen, herinneringen en tijd er bestaan, terwijl zij ook niets weet over de mijne, op geen enkele manier kan begrijpen wat ik doormaak, wat ik voel, hoe mijn bestaan eruitziet.

Ter afscheid geef ik haar een kus op het verschrompelde voorhoofd, een lichte trilling trekt door haar lijf. Ik mompel ‘tot gauw, mam’ en verlaat de deprimerende ruimte. Als ik buiten ben, sluiten de deuren zich hermetisch achter mij. Ontsnappen is daar niet mogelijk… Op Valentijnsdag 2017 heeft mijn moeder haar lichaam verlaten.

Strooizout

Zaterdagochtend, bezig met de normale weekenddingen. De Volkskrant en het magazine lezen. Uitknippen of scheuren wat ik wil bewaren, wat toch elke keer weer een behoorlijk stapeltje is, dat ik ga archiveren. Tijdens de werkzaamheden breekt er een flauw zonnetje door, wat erg welkom is in deze wel erg lange grijze periode.

Citroenplant

Ik word naar het grote raam in de huiskamer getrokken en besluit de citroenplant die veel bruine bladeren heeft gekregen te kuizen en de wildgroei af te knippen en die te gebruiken als nieuwe stekkies. Het is een heerlijk klusje zo in de zon. Ik ben lekker bezig dus ga ik door met de rest van het groen in de kamer. De vloer ligt bezaaid met dode bladeren. De grootste raap ik op en gooi ik in de prullenbak, de snippers ga ik te lijf met de stofzuiger. Van het een komt het ander. De vuilniszak is vol, die breng ik naar beneden. Buiten is het best wel frisjes, hoe verraderlijk het kan zijn achter het raam met de verwarming aan.

Zo ben ik deze zaterdag bezig met alles wat moet gebeuren, administratie bijwerken, boodschappen doen, een deel van een manuscript lezen. Ik trakteer mezelf op een late filmvoorstelling. Ik hoef morgen toch niet vroeg op en als ik er geen energie meer voor heb, kan ik de reservering altijd nog annuleren.

Voor je het in de gaten hebt is het half negen. Ik moet weg. Alle lichten uit, verwarming lager, want ik ga straks toch meteen naar bed. Jas aan, ik twijfel over een hoodie en handschoenen. Ik heb me wel vaker in de buitentemperatuur vergist, zodat ik met vernikkelde vingers bij het filmtheater arriveerde. Toch maar aantrekken, ik kan ze altijd uitdoen.

Dikke repen zout

Als ik de buitendeur open en mijn fiets naar buiten wurm omdat de dranger de deur weer snel wil sluiten, ervaar ik een snijdende wind in mijn gezicht. Het is kouder dan gedacht. Op het fietspad zie ik overal witte strepen, niet als markeringen, maar dikke repen zout, soms zelfs echt klonten. Er is danig met zout gestrooid, merk ik. Wordt er dan zo’n strenge vorst verwacht dat alle natte straten zullen opvriezen? Ik blijf naar het wegdek staren, vergeet bijna dat ik een kruising nader en moet uitkijken of er geen onverlichte fietser aankomt waarmee ik in botsing kan komen.

Het zout blijft me bezighouden. De strooidienst, is dat de gemeente, of Rijkswaterstaat, heeft waarschijnlijk niet door hoe royaal ze aan het strooien zijn, terwijl dat volgens mij niet de bedoeling is/ totaal niet nodig is. Ik heb niks meegekregen van code oranje bij het nieuws. Ik vrees dat het apparaat gewoon verkeerd is afgesteld. Op plekken waar de strooiwagen een bocht door gaat of moet wachten op andere weggebruikers lijkt het wel een sneeuwvlakte. Ik schud mijn hoofd.

In de verte zie ik gele zwaailampen. Dat zal de boosdoener zijn. De wagen komt mij tegemoet. Ik wil hem waarschuwen, maar hij slaat zo’n honderd meter voor me een woonwijk in. Zal ik hem achternafietsen, want dit is toch een verspilling van zout? Even stuur ik naar links maar keer toch om, want ik wil op tijd bij de film zijn. Ik zou, denk ik, te veel tijd verliezen. En ik heb me verheugd op de film met Daniel Craig, de eerste waarin hij geen James Bond meer speelt.

Bij het op slot zetten van de fiets zie ik dat het profiel van mijn banden zich gevuld heeft met zout. Op de deurmat klop ik het opgespatte strooigoed van mijn schoenzolen. Ik wil geen zoutspoor achterlaten op het laminaat.

Witte vlakte

De film is helemaal wat ik ervan verwacht. Tevreden verlaat ik na twaalven de bioscoop.  De dikke klodders zout liggen nog steeds op straat. Het is een beetje surreëel net zoals de film. De vrieskou trekt meteen weer in mijn gezicht, maar op de waterplassen ligt zoals verwacht geen vliesje, noch zijn de autoruiten dichtgevroren met allerlei fraaie ijskristalpatronen. Er is eigenlijk niks aan de hand.

Door de witte vlakte slalom ik naar huis, maak er een sport van de strepen te ontwijken. Ik moet er zelfs om lachen, zeker als ik de heuvel afrij en best wel snelheid krijg. De snelheidscontrole geeft me een groene smiley. 23 kilometer per uur. Pas op, ik moet nu niet slippen en op mijn muil gaan. Precies dat wat de strooidienst probeert te voorkomen.

In de brievenbus zit post zie ik als ik weer met de deur in gevecht ben. Het klepje sluit niet meer goed. Ik haal er een exemplaar uit van De Gooi en Eemlander. Ik ben geen abonnee, maar zo af en toe laat de bezorger een exemplaar achter. Heb ik morgenvroeg meteen wat te doen…

Holocaust herdenking

Vandaag, 80 jaar geleden, bevrijdde het Russische Rode Leger het grootste werk- en vernietigingskamp van de nazi’s in het zuidwesten van Polen, Auschwitz-Birkenau. Hier zijn 1,1 miljoen mensen om het leven gebracht. De meeste waren Joden, maar ook zigeuners, homo’s en politiek gevangenen.

Een aantal jaren geleden heb ik een bezoek gebracht aan het kampterrein in het Poolse stadje Oświęcim. https://taalmens.nl/auschwitz/ Het heeft een diepe indruk op me gemaakt. Met name de gaskamers en crematoria in het vernietigingskamp, die speciaal voor deze massamoord zijn ontworpen. Daarnaast ook de erbarmelijke condities en de onmenselijke terreur waaronder de gevangenen moesten leven in het barakkenkamp.

De mensen die niet meteen na aankomst zijn vermoord, krijgen doorlopend te maken met zogeheten ‘selecties’. Kampartsen, waaronder de beruchte Josef Mengele, en SS-officieren bepalen wie nog kan werken, wie direct naar de gaskamers gaat en wie ze selecteren voor medische experimenten.

Het Rode Leger rukt op

Eind 1944 rukt het Rode Leger op richting het westen. De nazi’s beginnen met het vernietigen van bewijsmateriaal van hun wandaden, waaronder hun administratie. In oktober zijn de gaskamers op bevel van Heinrich Himmler, de architect van de Holocaust, buiten gebruik gesteld. Een paar dagen voor de komst van de Russen zelfs opgeblazen.

Als duidelijk is dat de Russen in de buurt zijn, dwingen de nazi’s zo’n zestigduizend overgebleven gevangenen om met hen richting Duitsland te lopen. Tijdens deze zogenaamde dodenmarsen komen duizenden gevangenen om het leven. Wie niet de kracht heeft om verder te lopen of probeert te vluchten, wordt ter plekke doodgeschoten.

Bevrijding van Auschwitz

Op 27 januari 1945 wordt het kamp bevrijd door een Sovjet-eenheid onder leiding van Anatoli Shapiro. De bevrijders treffen lijken verspreid over het terrein aan en uitgemergelde mensen. Het zijn de ongeveer zevenduizend gevangenen die te zwak waren om met de ‘vlucht’ mee te kunnen, omdat ze doodziek zijn. De paar overgebleven bewakers worden nog diezelfde dag door de Sovjets gedood.

‘We zijn gekomen om jullie te bevrijden. Jullie zijn vrij, kameraden.’ Maar de gevangenen reageren nauwelijks, ze kijken hol voor zich uit, in welke taal ze ook worden toegesproken. Sommigen zijn angstig en kruipen weg.

De Sovjets die in deze oorlog al het nodige hebben meegemaakt, zijn geschokt van de wreedheden van de nazi’s. Ze treffen niet alleen gevangenen in het kamp maar ook opslagruimten waarin diverse goederen liggen opgeslagen die bij de aankomst in beslag waren genomen door de SS’ers en de bewakers, zoals kleding, schoenen, brillen en sieraden. Zelfs zevenduizend kilogram mensenhaar.

Holocaust Memorial Day

Vandaag is dus Holocaust Memorial Day. Auschwitz blijft een pijnlijke, maar essentiële les. Of zoals een overlevende getuigt: ‘In tijden als deze waarin minderheden zich weer kwetsbaar moeten voelen, kan ik alleen maar hopen dat iedereen democratie en mensenrechten verdedigt.’

Daar sluit ik me volledig bij aan. Vandaag horen we stemmen die haat verspreiden, op het internet, op straat en in de centra van de politieke macht. Het is onze plicht om antisemitisme, racisme en fascistische nostalgie te bestrijden, het kwaad dat de fundamenten van de democratie dreigt weg te vreten.