Bliksem, donder en hagelstenen

Tijdens mijn jeugd, diep in de nacht. In de verte hoor je het onweer donderen. Even later bereikt het onze boerderij. Door het donkere slaapkamerraam zie ik hoe de bliksem de hemel opensplijt. De donder is machtig. Mijn moeder roept dat we naar beneden moeten komen. We zitten met z’n vieren rond de keukentafel, ik heb mijn pyjama nog aan. Op de tafel staat een geldkist, meen ik, met daarin de verzekeringspapieren. Bij een heftige onweersbui is dit een vaste gewoonte.

Rond de keukentafel

Een nieuwe felle schicht doet iedereen aan tafel opschrikken. We tellen hoelang het duurt voordat de donder klinkt. Elke seconde staat voor driehonderd meter afstand. We komen tot vijf. ‘Misschien beter om wat kleren aan te doen en schoenen,’ adviseert mijn vader. Ik pak een broek en T-shirt en veter mijn schoenen. Onze jassen hangen klaar aan de kapstok, zo kunnen we ze meteen pakken en naar buiten rennen als de bliksem inslaat.

Opnieuw zet een bliksemschicht alles buiten in het licht. Drie tellen later volgt de donder. Het onweer komt steeds dichterbij.

Soms zitten we zo best lang aan die tafel. Het onweer lijkt dan boven de boerderij te blijven hangen. Mijn vader zegt dat de onweersbui tegen het Fochteloërveen aanhikt en niet over de hoge bomen heen kan komen.

Een fel licht en meteen een helse knal. Oei, die is dichtbij. Een rilling gaat over mijn rug. Ik zit het liefst zo ver mogelijk van het raam vandaan. Buiten dendert een donderorkest. Het huis van de buren baadt in een zee van elektrische ontladingen. Ik hoop dat het snel voorbij is.

Bevrijdende regen

Eindelijk begint het te regenen. Steeds harder. ‘Het teken dat we het ergste onweer gehad hebben,’ zegt mijn vader geruststellend. De stortregen valt loodrecht en in dikke, zware druppels. Mijn vader gaat voor het raam staan en kijkt hoe het water uit de dakgoot klettert, het tegelpad overspoelt en de sloot voor de boerderij vult. ‘Dat wordt morgen niet op het land werken, alles is kletsnat,’ constateert hij droog.

Opstaan voor het onweer is echt iets uit mijn jeugd. Alleenstaande boerderijen zijn in het vlakke land natuurlijk het hoogste punt en trekken de bliksem aan. Net als hoge bomen, daarom moet je bij een onweersbui ook nooit onder een boom gaan schuilen, heb ik geleerd.

We kennen het gevaar van onweer en hebben er ontzag voor. Tweemaal vliegen de vuurballen rond de boerderij als de bliksem inslaat op de elektrische afrastering van de weilanden. Behoorlijk intens en super eng.

Onheilspellend

Tegenwoordig ga ik niet meer mijn bed uit tijdens een onweer. Zelfs niet als het vreselijk te keer gaat en klap op klap volgt. Ik tel nog wel steeds en zorg ervoor dat alle ramen en deuren dicht zijn.

Ook hier in de stad kan het flink onweren. Ik herinner me nog een doordeweekse dag. Ik werk thuis. De lucht betrekt, je ziet aan de hemel dat er noodweer opkomst is. Een onheilspellende rollende grijze wolk alsof de hemel in een zee is veranderd en de branding elk moment op mijn flat kan stukslaan – een zogenaamde shelf cloud. Ineens is daar die enorme klap. De radio valt uit. Buiten hoor ik het kraken van hout. Eén van de grote hoge bomen in de binnentuin tussen de flats aan de overkant is door de bliksem letterlijk doormidden gespleten. Rumoer op straat, geschrokken buurvrouwen die naar buiten komen om te zien wat er aan de hand is. Vanuit mijn hoge positie kan ik het allemaal goed overzien. Ik wijs naar de getroffen boom.

Dikke hagelstenen

Bij de tropische temperaturen afgelopen juni is het in Hilversum opnieuw raak met zware onweersbuien. Toch een bewijs dat de klimaatverandering een verontrustende slag sneller gaat. De afgelopen tien zomers zijn warmer en droger dan de scenario’s van de wetenschappers voorzien. Met onverwachte harde stortregens. In de nacht van zaterdag op zondag breekt er een heftig onweer los met zware windstoten. Hagelstenen van wel vijf centimeter dikte bekogelen de lichtkoepel van ons trappenhuis. Het is een oorverdovend kabaal. De schade is enorm. Gaten in de koepels van alle portieken. De auto’s in de straat zitten onder de butsen en deuken. Het lijken wel grote poffertjespannen. Bij een buurvrouw is er zelfs een forse hagelsteen door de voorruit gegaan.

Geen leuke ervaring, want deze uitschieters in hitte en felle onweersbuien zullen blijven komen. Zeker als je weet dat de politiek qua klimaatbeleid hopeloos achter de feiten aansukkelt. Tijd voor een betere aanpak.

 

Geef een reactie