Over de brug

De eerste zomer in een nieuw millennium. Met de trein vertrek ik naar Kopenhagen voor een stedentrip door drie Scandinavische landen. De Deense hoofdstad valt meteen in de smaak. Toch een beetje klein Amsterdam, maar dan minder gehaast, heb ik het idee. En je kunt er prima fietsen. De Denen zien er opvallend verzorgd en modebewust uit. Ook trekken de optredens van straatartiesten in de winkelstraat Strøget mijn aandacht. Het lijkt wel een festival, om de zoveel meter is er een voorstelling.

Jammer dat de alcohol hier zo prijzig is. Maar de consumptie ervan is toch hoog. In een gaykroeg kijk ik mijn ogen uit hoe een vriendengroep in korte tijd een aantal trays met shotjes achteroverslaat die gelijk opgaat met hun bierinname. Het moet ze een fortuin kosten.

Geldautomaat

De vakantiepret wordt enigszins gedempt doordat ik bij een geldautomaat een domme fout maak. Het toetsenbord blijkt een andere cijfervolgorde te hebben dan ik gewend ben en daar kom ik na drie keer pinnen pas achter. Eerst geef ik de automaat de schuld. Mijn pincode klopt, waarom reageer ie niet? Een beetje geïrriteerd herhaal ik dezelfde actie nogmaals om dan de melding te zien dat mijn pas is geblokkeerd. Heel vervelend, bellen met de bank in Nederland en de belofte krijgen dat de blokkade na drie dagen zal zijn opgeheven. Gelukkig heb ik een Eurocheque bij me en kan ik daar geld mee opnemen.

Na zes dagen reis ik door naar Stockholm. Een dag van tevoren ga ik bij het station informeren of ik een plaats moet reserveren voor de IC. Het is erg druk en je moet een nummertje trekken. Ik heb 287 en het loket is bezig met klant 250. Dat kan even duren… Ik krijg te horen dat het in Denemarken niet mogelijk is een Zweedse trein te reserveren en krijg het advies om de Øresundtag te nemen en het in Malmö te proberen.

Brug over de Sont

De Øresundtag is nieuw. Sinds het begin juli is de brug tussen Denemarken en Zweden over de Sont geopend. Hij bestaat uit een weg met vier rijstroken met daaronder twee treinlijnen. Ik kijk er naar uit de nieuwe brug te nemen, maar om nu vandaag al heen en weer te rijden, zie ik niet zitten. Tivoli, het pretpark hier, staat nog op mijn lijstje. Dus ik ga morgen wel op de bonnefooi.

’s Nachts slaap ik slecht. Er zijn veel Italianen in mijn hostel. Niks mis mee, ze zien er vaak aantrekkelijk uit, maar waarom zijn ze altijd zo luidruchtig? Vannacht was het een komen en gaan. Twee verstokte rokers gingen steeds naar de kantine. Ik sla de gewenste douche over, omdat ik dan de hele dag met een natte handdoek moet reizen en ga op weg naar het station.

De oversteek naar Zweden is decennialang een thema geweest en is nu uiteindelijk gerealiseerd. Het bestaat uit drie gedeelten, een tunnel aan de kant van Kopenhagen, de brug zelf en voor de Zweedse kust gaat de verbinding weer ondergronds. Het kon niet een lange hoge brug worden omdat dit een obstakel zou zijn voor de vliegtuigen die op de luchthaven van Kopenhagen moeten landen. De brug mag ook niet te laag zijn, want dan kunnen de grote vrachtschepen er niet onderdoor. Een tunnel zou de beste oplossing zijn geweest, maar ook meteen de duurste.

Goed uitzicht

Om kwart over tien stap ik in de trein. Hij ruikt nog nieuw of verbeeld ik me dat? De dienstregeling loopt niet vlekkeloos, dus we vertrekken met vertraging. Ik ben aan het raam gaan zitten, deze ervaring wil ik tot de max meemaken. Tegenover me heeft een ongelooflijk mooie jongen plaatsgenomen. Donkerharig, een getrimd baardje en een tanig lichaam. Om zijn hals schittert een schakelketting. We maken oogcontact en groeten elkaar. Zou het een Zweed zijn? Dat kan, want – zo heb ik inmiddels ontdekt – ze zijn hier niet allemaal hoogblond. Integendeel. Ik vermaan mezelf, deze nieuwe oversteek wil ik ten volle meemaken, nu mag ik me niet door zo’n pareltje laten afleiden.

We dalen eerst het donker in, als we in een flauw zonnetje bovenkomen zie ik de Sont die er rimpelloos bijligt. Het zicht wordt enigszins belemmerd door de stalen kruizen die nodig zijn om het wegdek boven ons overeind te houden. Je merkt dat de trein iets omhooggaat. In het water ligt een werkeiland waarmee de bouw van deze brug mogelijk was. Grappig hebben ze dat het Pepereiland (Peberholm) genoemd, omdat er in de Sont al een natuurlijk eiland lag dat Zouteiland (Saltholm) heet. In een vloek en een zucht dalen we af naar het Zweedse tunnelgedeelte. In de weerspiegeling van het raam zie ik de knappe boy weer zitten. Nu kan ik hem wel even goed in me opnemen.In Malmö stappen we uit, vluchtig groet ik hem. Ik krijg een soort takgemurmel terug.

Stoptrein naar Stockholm

De intercity naar Stockholm staat nog klaar op spoor 3. Ik stap snel in, mooi de vertraging is me niet noodlottig geweest. Maar lang duurt de pret niet. Een uniform verschijnt in de coupe, het tonen van mijn interrailticket dat voor Scandinavië geldig is, blijkt niet voldoende. Waar is uw reservering? Sorry, die heb ik niet. De conducteur legt me uit dat de trein volledig is volgeboekt en dat ik bij het eerstvolgende station de intercity moet verlaten. Balen… Hij loopt door maar bij de halte houdt hij wel in de gaten of ik uitstap. Er zit niks anders op dan de stoptrein naar Stockholm te nemen. Maar ach, ik heb vakantie, het is mooi weer, ik heb de biografie over Andy Warhol bij me.

Om half zes rolt de trein de stad met de vele eilanden binnen. Ik moet op zoek naar een hostel. Van een aantal Zweden heb ik de tip gekregen om de boot in de haven te nemen. Voordat ik bel, ga ik eerst langs de pinautomaat. Uitvoerig check ik de getallen op het toetsenbordje, geen rare dingen. Daarna toets ik de vier getallen in en ben opgelucht als de automaat vraagt hoeveel Zweedse kronen ik wil opnemen.

Geef een reactie