De jongste provincie

Flevoland bestaat veertig jaar. Wat ooit het grootste inpolderingsproject ter wereld was, resulteerde in de jongste provincie van Nederland. Ter gelegenheid van de stichting van deze twaalfde provincie maakt de lokale omroep Dronten (VLOD) in 1986 een televisieserie waarin we de steden en dorpen van Flevoland aan de kijkers voorstellen. Dat betekent voor mij: op pad met een cameraman, langs alle gemeenten van de provincie. Een mooie kans om niet alleen Flevoland in beeld te brengen, maar het zelf ook beter te leren kennen.

Voormalige Zuiderzee-eilanden

We beginnen in het pittoreske vissersdorp Urk. Dankzij de ligging aan het IJsselmeer is de scheepvaart en visserij nog steeds erg belangrijk. Urk heeft de grootste vissersvloot en visveiling van Nederland. De oude dorpskern is een doolhof van smalle steegjes, verrassende doorkijkjes, en een sfeervolle haven met vuurtoren. Tel daar het bijzondere dialect bij op en je hebt een dorp met een geheel eigen karakter. Natuurlijk ontkomen we er niet aan om een verse haring te proeven. Ik laat dat graag aan mij voorbijgaan en kies een broodje kibbeling.

Niet alleen Urk, maar ook Schokland verloor na de drooglegging zijn eilandstatus. Op een terp staat een klein kerkje en een museum dat de archeologische rijkdom van het gebied toont. We filmen de herinrichting van de oude haven, het huis van de lichtwachter en maken opnamen in het Schokkerbos.

Rechte kavels

Bij de inrichting van de Noordoostpolder werd Emmeloord aangewezen als centrale plaats, omringd door dorpen als Bant, Creil, Ens, Espel, Kraggenburg, Luttelgeest, Marknesse, Nagele, Rutten en Tollebeek. De polder is herkenbaar aan zijn rechte kavels en boerderijen van montagebouw met schokbeton.

In Emmeloord staat de Poldertoren, een markant gebouw dat je dankzij de weidse omgeving al van verre ziet. Met zijn vijfenzestig meter is het de hoogste watertoren van Nederland. Ook het Waterloopbos in Marknesse mag niet ontbreken. Hier fungeerde het Waterloopkundig Laboratorium als een openluchtlaboratorium waar onderzoek werd gedaan naar waterstromen in sluizen en rivieren — cruciaal voor de aanleg van de Deltawerken. En dan is er nog de Orchideeën Hoeve in Luttelgeest: een betoverende plek vol kleurrijke orchideeën en vlinders.

De hoofdstad van Flevoland is Lelystad, een stad waar je óf van houdt, óf totaal niet. Bekend om zijn moderne architectuur (die helaas al tekenen van verloedering vertonen) en attracties zoals de Batavia, een replica van een 17e-eeuws VOC-schip. Ook de Oostvaardersplassen komen in beeld: een uitgestrekt moerasgebied met een indrukwekkende variatie aan flora en fauna. Met wat geluk spot je hier lepelaars, aalscholvers en zelfs roerdompers.

LandArt

Almere is in korte tijd uitgegroeid tot een grote stad, met wijken als Stad, Haven en Buiten. Veel inwoners uit Amsterdam en ’t Gooi vinden hier hun nieuwe thuis. In ons portret besteden we aandacht aan het busstation (er is nog geen treinverbinding), het Almeerderstrand, de Noorderplassen en de bijzondere architectuur die Almere kenmerkt.

Door de hele provincie vind je grootschalige kunstprojecten onder de noemer LandArt, zoals het Observatorium, de Groene Kathedraal en de Aardzee. Jammer genoeg nemen we de specials in de wintermaanden op, waardoor de beelden soms wat somber ogen.

Tot slot bezoeken we het jongste dorp van Flevoland: Zeewolde, gelegen aan het Wolderwijd. Hier vinden we onder meer de Eemhof, een vakantiepark met subtropisch zwemparadijs, en de zendmasten van de middengolfzenders langs de Vogelweg. De opnamen in Zeewolde staan me nog helder bij. Het dorp is volop in aanbouw, en het waait er verschrikkelijk. Binnen de kortste keren zit alles onder het zand. ‘Windwolde’ is eigenlijk een betere naam.

Opmerkelijke uitspraak

Voor de serie doen we ook straatinterviews. Op de markt spreek ik een vrouw die uitlegt waarom ze voor Zeewolde heeft gekozen. Haar antwoord is onvergetelijk: ‘Hier kan ik tenminste flink mijn hond uitlaten!’

Ik voel dat de cameraman achter me langzaam door zijn knieën zakt en zich achter mijn rug verschuilt. Ik hoor licht gegniffel. Als interviewer moet je professioneel blijven, dus ik doe alsof er niets aan de hand is, terwijl ik zelf ook moeite heb om niet te lachen. Je ziet het meteen voor je: die hond, die enorme drol… Ik stel nog snel een extra vraag zodat de cameraman kan bijkomen en vraag daarna nadrukkelijk aan hem of alles goed op de tape staat. Gelukkig: ja.

Elke keer als ik nu in Zeewolde kom, of erlangs rijd en de toren van de Nieuwe Havenkerk boven het landschap zie uitsteken, denk ik hetzelfde: Dit is nou écht een plek waar je je hond flink kunt laten poepen. Zeewolde – een absolute aanrader voor elke hondenbezitter.

 

Een gedachte over “De jongste provincie

Geef een reactie