Veel zitten is niet goed. Onderzoek toont aan dat langdurig zitten schadelijke effecten heeft. Afgezien van mijn work-out bij het distributiecentrum heb ik een zittend beroep en ben ik veel aan een stoel gekluisterd. Nu kan je een sta-bureau aanschaffen en zitten en staan afwisselen, maar dat komt er niet van. Ook een wandeling tussen de bedrijven door, zit niet standaard in het werkpakket.
IDFA
Dat urenlang zitten op je achterwerk funest kan zijn, merk ik als ik voor het Internationale Documentaire Festival Amsterdam (IDFA) meer dan veertig kaartjes heb gekocht. Ik dompel me volledig in het festival onder. Veertien dagen lang; vier, vijf documentaires per dag is geen uitzondering. Het is leuk en geeft me veel energie en inspiratie.
Maar je zit erg veel, soms ook wat ongemakkelijk in doorgezakte bioscoopstoelen. Tijdens de laatste festivaldagen merk ik dat er iets niet in orde is. Ik heb weinig zitvlees dus mijn achterwerk voelt pijnlijk aan. Je probeert op één bil te gaan zitten en dat steeds af te wisselen. Mensen irriteren zich aan je, blijf toch eens rustig zitten! Thuis voel ik aan de bilnaad. Hij is gespannen en met een spiegel zie ik dat hij vuurrood is, het lijkt wel geïrriteerd. Toch blijf ik de laatste twee dagen volhouden, maar het begint steeds pijnlijker te worden. Hoe kan het dat ik op mijn zitvlak een ontsteking ontwikkel?
Naar de huisarts
De dag nadat het festival is afgelopen, ga ik naar mijn moeder. Het is zondag, mijn vaste dag om haar te bezoeken in Assen. Ik zit op het puntje van de autostoel, het is allemaal erg ongemakkelijk. De druk in de bilnaad is niet te harden. Paracetamol helpt niet meer.
Omdat ik ook moe ben lijkt het me verstandig dat ik bij mijn moeder blijf slapen. Mijn vader is een paar maanden geleden overleden en zijn bed is er nog. Maar ik doe die nacht geen oog dicht. Ik kan niet op mijn achterwerk liggen, en ik ben geen buikslaper. Ook een zijligging veroorzaakt pijnlijke druk. Ik voel dat er een enorme bult zit. Alsof ik een derde bal heb.
’s Ochtends zeg ik tegen mijn moeder dat ik het niet meer volhou en dat ik voordat ik naar huis ga eerst bij de huisarts van mijn vader langsga, om te kijken of er wat aan te doen is. Nadat ik de broek heb laten zakken is zijn oordeel duidelijk: ik moet onder het mes. Hij durft het niet aan om de ontsteking door te prikken mede omdat het op een delicate plek zit.
Operatie
Voordat ik me bij het Wilhelmina ziekenhuis meld, breng ik mijn moeder op de hoogte. Via de spoedeisende hulp ga ik naar de afdeling waar veelal mannen liggen met prostaatproblemen. Omdat de operatie niet ingepland is, moet ik afwachten tot ik aan de beurt ben. Ik loop wat over de gang en praat met de mannen om de tijd te doden en mezelf af te leiden van de pijn.
Om iets over zeven uur ’s avonds ben ik aan de beurt. Ik word naar de ok gereden. Het is de bedoeling dat ik een ruggenprik krijg, volledige narcose is niet nodig. Nu heb ik me daar de hele dag zorgen overgemaakt, want wat dat betreft is het geen aanrader dat je een programma over medische missers hebt gemaakt en je de verhalen kent van wat er mis kan gaan met een ruggenprik.
Gelukkig is het een bekwame anesthesist. Hij stelt me gerust en al snel voel ik mijn onderlijf niet meer. De jonge chirurg komt binnen en stelt zich voor. Hij verontschuldigt zich dat ik zo lang heb moeten wachten, maar dit is de laatste klus voor vandaag. Ik ben zeg maar het toetje. Het is niet mijn eerste operatie, maar nu maak je alles mee en je hoort alle communicatie van je behandelaren. Je kunt er zelfs op reageren, maar ik heb een roesje gekregen en laat het maar gebeuren.
Ik weet niet hoelang het duurt maar dan staat de arts bij mijn hoofd. Hij laat me zien wat hij verwijderd heeft: een bekertje ter grote van een theekopje vol met pus en andere onfrisse troep. Hij zegt: ‘Nu zal de druk over zijn, ik weet nog niet of het een cyste of een ontstoken klier was, maar ik zie je morgen.’
Rond acht uur ben ik weer op zaal. Opnieuw slaap ik slecht. Ik krijg pijnbestrijding als de verdoving is uitgewerkt. Ik mag ’s ochtends van bed als ik geplast heb. De verpleegkundige heeft een apparaatje waarmee ze de blaasinhoud kan checken. Nu vind ik het lastig om zo in bed te moeten plassen. Als ik denk dat het klaar is, zegt zij dat ik nog goed moet uitplassen. Zij kan zien dat er nog urine in de blaas zit. Verdorie die moderne techniek ook.
Thuiszorg
In de loop van de ochtend regelt zij dat ik thuiszorg krijg in Hilversum. De wond is niet dichtgenaaid, hij moet openblijven en langzaam dichtgroeien. Aangezien ik alleen woon heb ik hulp nodig om de wond te spoelen, schoon te houden en te verbinden. De ochtend slijt ik met een nieuwe overbuurman, een cameraman van TV-Drenthe die aan dezelfde kwaal zal worden geholpen. Ik probeer hem gerust te stellen.
Na het middageten mag ik naar huis. Mijn neefje komt me halen, want autorijden is lastig met zo’n wond tussen je billen en hij brengt me naar huis.
Thuis krijgt ik tweemaal per dag een verpleegkundige over de vloer die me helpt met de wondverzorging. Ik zorg dat ik daarvoor heb gepoept want als dat gebeurt nadat je net verzorgd bent, heb je een probleem, want hoe krijg je het verband weer goed bevestigd. Het is een raar idee dat je zo ineens hulpbehoevend bent. Maar je moet je er maar aan overgeven. Al snel krijg ik een vaste verpleger waar ik me prettig bij voel. De grote snee herstelt langzaam en het verband en steriele gaas is steeds kleiner.
Kwetsbare plek
De behandelend arts geeft bij een nacontrole aan dat het altijd een kwetsbare plek zal blijven en dat het opnieuw kan gaan ontsteken. Ik zeg dat ik het in de gaten hou en dat ik hem weet te vinden als het zover mocht zijn. Hij lacht. ‘Misschien is het dan goed om een arts in Hilversum te zoeken…’
Hij krijgt gelijk, want na een jaar voel ik een herkenbare zwelling op dezelfde plek. Ik heb geen zin om weer onder het mes te moeten, dus ik verzin een manier om de ontsteking in een vroeg stadium zelf open te breken. Ik neem een warm bad met soda. Met veel baden en geduld breekt de ontsteking uiteindelijk open en ik weet nu hoe ik de wond met steriel gaas moet behandelen en schoonhouden.
Het is niet de laatste keer dat het gebeurt. Twee weken terug voel ik mijn zwakke plek weer opzetten. Maar inmiddels pas ik routinematig de beproefde methode met warme sodabaden toe om het probleem in de kiem te smoren.
